Nieuwjaarstoespraak burgemeester Jack Mikkers

Printerversie
Gepubliceerd op: 10-01-2018 | Gewijzigd op: 11-01-2018
Burgemeester Jack Mikkers hield vanmiddag 10 janauri 2018 in AVANS voor VNO en NCW, Hermes en stichting Nieuwjaarsreceptie, zijn nieuwjaarstoespraak.

[Volledige] Nieuwjaarsreceptie 2018, woensdag 10 januari 2018  Burgemeester drs. J. Mikkers

Beste mensen,
Wat is het een eer om als nieuwe (ja dat blijf ik nog wel even zeggen) burgemeester van ’s-Hertogenbosch u, vanaf dit podium,  de beste wensen voor 2018 toe te mogen wensen. Vorig jaar stond mijn gewaardeerde voorganger hier. Vanmiddag mag ik u  mijn “maidenspeech” geven. Bijna 100 dagen na mijn start sta ik hier, om met u, mijn eerste beelden, mijn dromen en ambities te delen.




Toost op het nieuwe jaar !

Burgemeester Jack Mikkers
en de voorzitter van de Nieuwsjaarsbijeenkomst Jos van de Wouw. 

.......................................................................



Met dromen en ambities arriveerde ik in 1987 op het toenmalige station van ’s-Hertogenbosch. Ik ging van start op de Hogeschool ’s-Hertogenbosch als student van HEAO-bestuurskunde. Toen nog geen 300 studenten op de HEAO en kijk nu – dertig jaar later -  naar de ontwikkeling van Avans, gegroeid naar (bijna 13.000) studenten nu.
Dertig jaar geleden was er nog geen Paleiskwartier waar inmiddels (bijna 3.000) mensen wonen en (ruim 20.000) mensen werken. Het studentenleven was voor mij toen redelijk beperkt met “De Rode Tomaat” aan het Heetmanplein en “De Gouden Sleutel” aan het Emmaplein. De student van 2018 heeft gelukkig keuze te over, al blijft er nog wel wat meer jongerencultuur te wensen in onze gemeente.



Toen ik in 1991 na de HEAO vertrok naar de Vrije Universiteit in Amsterdam, waren voor mij de herinneringen aan ’s-Hertogenbosch: bourgondisch, gezellig; kortom een mooie tijd achter de rug.

Na enkele jaren in de commerciële dienstverlening gewerkt te hebben trok het openbaar bestuur mij meer. Mijn insteek: Betekenis geven, maatschappelijk relevant zijn en met en voor mensen werken. Geweldig om te doen.
Eerst wethouder in mijn geboorteplaats (Heeze-Leende), daarna burgemeester in Maasdriel en de afgelopen 10 jaar in Veldhoven. Veldhoven liggend in de Brainportregio, alwaar de triple-helix samenwerking tussen kennisinstellingen, overheid en bedrijfsleven nagenoeg is uitgevonden.


De crisis in die regio zorgde ervoor dat we wel samen moesten komen. Het dwong ons om als partners boven de eigen belangen uit te stijgen en door het hebben van een gezamenlijke agenda, maar vooral door het nemen van een collectieve verantwoordelijkheid, ontstond er iets heel moois.
Toen ik in 2007 begon als burgemeester van Veldhoven had ik niet kunnen denken dat we 5 jaar later als regio in New York uitgeroepen werden als “Slimste regio van de wereld”. Ook niet dat een bedrijf als ASML in Veldhoven kon groeien van 4200 arbeidsplaatsen toen, naar ruim 11.000 nu en dat het VDL van Wim van de Leegte, zou groeien van 6000 arbeidsplaatsen toen naar 16.000 nu.
Ook hadden we niet kunnen denken dat in het huidige regeerakkoord de naam van Brainport en regio Eindhoven zo vaak genoemd zou worden als voorbeeld voor Nederland. Als we dit trackrecord hadden benoemd in 2007 dan waren we waarschijnlijk voor gek verklaard.


Burgemeester Jack Mikkers.
.............................................................................................



Beste mensen,

Ik roep u daarom op, om ook hier de ambities hoog te stellen. Als we dat doen, dan komen we verder dan dat we kiezen voor een kleine progressie, passend bij een soort Brabantse bescheidenheid.

De afgelopen 3 maanden heb ik de mogelijkheid gehad om met vele mensen, instellingen en bedrijven kennis te maken. Ik moet u vertellen dat was en is een feest. Kleine projecten in buurten, dorpen en wijken, waar de samenwerking en het samenleven centraal staan. Nagenoeg overal nieuwe Brede Bossche Scholen waar naast het onderwijs vooral het ontmoeten een doelstelling is.
Een breed geschakeerd bedrijfsleven met een grote waaier aan activiteiten en waarmee bijna 100.000 arbeidsplaatsen gemoeid zijn. Het lijkt er op dat we nagenoeg alles op orde hebben.


Alleen achterover leunen past niet bij mij en het past niet bij ’s-Hertogenbosch.
Je zou de verleiding wel krijgen als je de cijfers van onze gemeente beziet.
Jaren op een rij de meest gastvrije stad van Nederland, nummer 4 als het gaat om culturele evenementen, nummer 5 op het gebied van economische toplocaties, nummer 7 qua dagbezoeken. Als nummer 17 op de lijst van gemeenten in Nederland, absoluut geen sinecure.
Maar misschien nog wel het belangrijkste: we hebben een positief imago.
Spreek met mensen over ’s-Hertogenbosch en de glimlach komt bij velen op het gezicht. Gezellig, bourgondisch, lekker eten, goed stappen, mooie musea en een goed winkelklimaat. Of, zoals onlangs een ondernemer uit ’s-Hertogenbosch, waar ruim 40 nationaliteiten werkzaam zijn mij toevertrouwde: “al mijn medewerkers en klanten definiëren ’s-Hertogenbosch als “such a charming city”.


Geen woorden dus als dynamisch, economische hotspot, modern, vibrant, resilient of agile. Woorden die volgens trendwatchers passen bij de steden in de 21e eeuw.
Is onze stad dan wel klaar voor de 21e eeuw? Als je het zo hoort denk je wellicht van niet. Ik ben van mening dat met een aanpassing van focus we wel degelijk klaar zijn voor de 21e eeuw.


Laten we beginnen met te erkennen dat we een “charming city” zijn. Een stad waar je je snel thuis voelt, waar je geborgenheid voelt, waar je verrast wordt door de kwaliteit en waar je snel onderdeel van bent.
Een stad die je past als mens, waar je je als mens prettig voelt. Een stad waar het van belang is dat je dat thuisvoelen alleen kan doen als je dat met anderen doet.
Samen met anderen vorm je de stad, samen met anderen ben je de stad. ‘s-Hertogenbosch is door zijn inwoners (de echte kracht van onze stad), zijn natuur (met mooie uitvoeringsplannen als Groene Delta 2) en door de rol en betekenis van het water (met het geweldig mooie plan rondom de Zuid-Willemsvaart) een ware “charming city”. 
Daarnaast hebben we in onze “charming city” een schatkist vol met erfgoed.
Een schatkist waar menigeen jaloers op is, of het nu gaat om onze Sint Jan, de Binnendieze, Vestingwerken en de vele monumenten; We hebben als stad een huiskamer vol erfgoed die op orde is. Maar we moeten het niet alleen beheren, we moeten het gebruiken als middel om andere zaken voor elkaar te krijgen.
Joks Janssen, Buitengewoon Hoogleraar aan de universiteit van Wageningen op het gebied van Cultureel Erfgoed, omschreef het pas geleden als de fasen van erfgoed.
Vroeger was erfgoed een sector, vooral gericht op beheer en behoud. Daarna werd erfgoed een factor, het werd onderdeel van beleid en het werd afgewogen ten opzichte van andere factoren zoals economie, verkeer, infrastructuur of huisvesting.

We kunnen Erfgoed ook zien als een vector, zaken uit het verleden die we gebruiken om de toekomst vorm te geven. Zoals het brengen van kwaliteit in je winkelgebied, het investeren in je culturele agenda of het mee laten wegen bij je economische ontwikkeling. Als voorbeelden in onze gemeente denk ik dan meteen aan het concept van de Gruyterfabriek, waar vele bedrijven zich in een modern gebouw met faciliteiten van morgen, actief zijn in een historisch karakteristiek gebouw.


Of onze plannen samen met de BIM voor het Grasso-complex, waarin met respect voor de historie, een ICT-community gebouwd wordt. Of waarom denkt u dat de Technische Universiteit Eindhoven, de Tilburg University en de provincie gekozen hebben om de Jheronimus Academy of Data Science in Mariënburg te huisvesten?
Ik weet zeker dat het ook te maken heeft met de kwaliteit van het gebouw en de uitstraling die het gebouw heeft. 3 Voorbeelden waarbij historie cq erfgoed gebruikt wordt om beweging, dynamiek te krijgen, kortom erfgoed als een vector.


Dat is ook nodig, want je kunt de huiskamer wel op orde hebben er moet natuurlijk wel geld verdiend worden om dit te kunnen blijven betalen.
We moeten naar mijn mening dan ook over onze eigen grenzen heen kijken. Grenzeloos als we kijken naar de sectoren.
We zijn een stad die groot is geworden door het leggen van combinaties tussen diverse economische sectoren en niet door een economische mono-cultuur. Grenzeloos als we kijken naar onze gemeentegrens.


Beste mensen,

We vervullen als ’s-Hertogenbosch een sterke bovenregionale functie, dat gegeven betekent dat je je ook verantwoordelijk dient te voelen voor die grote regio en dat kan zeker in onze regio Noord-Oost Brabant, met Oss als logistieke hot-spot, Meijerijstad met haar vele bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie en wij als ICT/onderwijs en kennisstad. Grenzeloos als we kijken naar de mogelijkheden, laat de wereld onze markt zijn, waarbij we gebruik maken van onze positie in Brabantstad. 

Kansen hebben we genoeg, we moeten ze alleen verzilveren. 

Als ’s-Hertogenbosch willen we landelijk tot de top behoren als het gaat om digitale economie. Als uitblinker op dit terrein willen we fungeren als bedenker, testlocatie en productiecentrum van ICT-gerelateerde innovaties in een groot aantal sectoren, het MKB en de publieke sector. Met innovatie-clusters rond data-sciences, bedrijfssoftware, digitale diensten voor de agri- en foodsector en software voor bouw en logistiek.
Op basis daarvan kunnen er omvangrijke investeringen op gang komen in de digitale economie, met onder meer doorontwikkeling van het (universitair) onderwijs en campussen. Met de stad als  proeftuin voor nieuwe digitale producten en diensten, bijvoorbeeld op het gebied van verkeer en vervoer, zorg, wonen, winkelen en nutsvoorziening.
Die nieuwe werkgelegenheid biedt ook nieuwe kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt; ook die doelgroep verdient nadrukkelijk onze bijzondere aandacht.


Als we dat willen zijn dan vereist dat wel een aantal randvoorwaarden.
Allereerst: lef. Lef om zaken op te pakken, om dingen te proberen die mogelijk nog niet geheel werken, lef om risico te lopen.
Als tweede randvoorwaarde: een innovatieklimaat, dus niet meteen teruggrijpen naar termen als “kan niet”, “de wet staat het niet toe”, “precedentwerking”, “aanbestedingsregels”. Een goed innovatieklimaat geeft ruimte, gaat uit van partnerschap, het opzoeken van grenzen en van het samen werken voor de goede zaak.
Als derde: “blijvend leren”, we dienen continue in te blijven zetten op leren van projecten, experimenten, onderwijsinnovatie, om zo voor op te blijven lopen op andere initiatieven. En als laatste: richt je op mensen. Besef dat met techniek nagenoeg alles kan. De blokkade of iets wel of niet  gaat lukken, wordt beperkt door onze menselijke grenzen.
De grens van onze droom, de stellingname dat iets “toch niet lukt” of de acceptatie van ons mensen van nieuwe dingen.
Als aan die randvoorwaarden kan worden voldaan, dan hebben we het niet meer over “als”, maar dan gaan we de slagen maken, zoals ik net heb aangegeven.
Dan zijn we niet alleen de hoofdstad van Brabant, maar ook de hoofdstad van de digitale economie. 
De betekenis van de digitale economie en datascience heeft een grote rol in het rapport van VNO/NCW ’s-Hertogenbosch “de economische kracht van  ’s-Hertogenbosch”. 

Een belangwekkend rapport wat ons als gemeente stimuleert om op deze insteek verder te bouwen. Het in verbinding brengen van de spelers op het gebied digitale economie zoals het onderwijs (JADS, HAS, Avans, KW1College) met het Bossche MKB zien we dan ook als een belangrijke opgave voor ons als gemeentelijke overheid. Laten zien wat datascience kan betekenen voor u als ondernemer, is daarbij een grote opgave. Niet iedereen is namelijk op de hoogte van of ziet de onbegrensde mogelijkheden van big data en digitalisering.

Ik heb dan ook veel waardering voor het initiatief van de Rabobank om jaarlijks € 100.000 beschikbaar te stellen om het MKB te helpen om tot ideeën te komen van toepassingen van datascience en de kennis te vergroten. Die kennis zit ook bij door mij genoemde onderwijsinstellingen en die kunnen samen met het bedrijfsleven tot fantastische ontwikkelingen komen.
Als gemeente maken we steeds meer gebruik van deze kennis. Het geeft ons veel inzicht en het helpt ons bij het formuleren van beleid en het ontwikkelen van nieuwe plannen. Zowel op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en wonen.
Ik vind dat wij als gemeente een verantwoordelijkheid hebben om als “launching customer” het goede voorbeeld te geven als we in willen zetten op innovatie.


Naast de digitale economie is de regionale betekenis van de Agri-food sector in de regio Noord-Oost Brabant, groot. Om het in cijfers uit te drukken: agrocluster (bruto toegevoegde waarde 2,7 mrd; foodcluster (tgw 2 mrd,). Cijfers die verantwoordelijkheid geven, die ons verplichten om na te denken over deze sector voor de toekomst.
In onze regio hebben de 3O’s (overheid, onderwijs, ondernemers) er voor gekozen om 3 thema’s centraal te stellen: veilig voedsel voor de toekomst, duurzame transitie van de landbouw en de bijdrage aan de duurzaamheid en klimaat van deze sector. Het zijn maatschappelijk opgaven met een sterke economisch verbinding waarbij we samen (!) verder kunnen bouwen op basis van de kennis en de kunde die in deze regio aanwezig is. In ’s-Hertogenbosch is de focus gelegd op de ontwikkeling van de Grow Campus aan de Onderwijsboulevard. Onze Grow Campus, waar alle faciliteiten voor innovatie in agrifood te vinden zijn.


Wist u bijvoorbeeld dat Albert Heijn, HAK en Bavaria op de Campus nieuwe producten ontwikkelen? Of dat de Johan Cruijffarena met de Growcampus onderzoekt, hoe afvalwater uit de toiletten in het stadion omgezet kan worden in organische voeding voor het gras in het stadion? Dit soort projecten op de Growcapus willen we de komende jaren verder uitbouwen.
Daarnaast is 2018 het jaar van “We are food”, waarbij onder de vlag van de Europese Unie onder andere onze regio is uitverkoren om dit jaar centraal te staan om de inwoners kennis te laten maken met nieuwe ontwikkelingen op het terrein van voeding. U zult daar komend jaar nog veel van horen.


Als ik zo alle ontwikkelingen op een rij zit dan vervult me dat met trots, trots die ik best wel wat meer mag horen en beleven. Ik roep u daarom op: “Be good en tell it!” We zijn die charming city, met ondernemers met lef en durf, we hebben een innovatieklimaat, we willen buiten de gebaande paden gaan en we laten ons niet begrenzen. In ’s-Hertogenbosch is het misschien niet bedacht, maar we hebben zaken wel verrijkt en passen het toe op veler terrein.  We hebben de gloeilamp wel niet uitgevonden, maar dankzij een vernieuwde lichttoepassing (ontwikkeld door Plantlab in ’s-Hertogenbosch) krijgen we op een duurzame manier de voeding van de toekomst.
Zo zijn er vele voorbeelden in onze gemeente, daar mogen we met elkaar trots op zijn. Laten we niet blijven juichen met onze handen in de zakken, maar nogmaals: be proud and tell it!


Beste mensen, Ik ga afronden,

Wat zal 2018 ons brengen? Gelukkig weten we dat niet.
Een aantal dingen weten we wel: bijvoorbeeld dat we op 21 maart naar de stembus mogen om een nieuwe gemeenteraad te kiezen. En in onze gemeente zijn er 17 partijen die verantwoordelijkheid willen dragen voor onze mooie gemeente. Keus genoeg zou ik zeggen!


Samen kunnen we vele dromen realiseren. Ik roep u dan ook op: doe mee en kom op met uw ambities, ideeën en dromen. Kleine dromen, grote dromen, het maakt niet uit, als we maar dromen. Dromen met lef, dromen die grenzeloos zijn en dromen die een bijdrage leveren aan een nog mooiere wereld, land, en gemeente.


Ik wens u allen een geweldig, gezond en een inspirerend 2018 toe!  



Terug naar boven