De Zuid-Willemsvaart 175 jaar: historie +verwikkelingen

Printerversie
Gepubliceerd op: 10-07-2001 De historie van de Zuid-Willemsvaart, een pagina die naar aanleiding van het boekje dat Henk Bruggeman over 175 'de kanaal' schreef is opgenomen.

Bijgaand Sluis O in Den Bosch [l] en zicht opde Kasterenbrg.   
De telling van bruggen en sluizen begint in Den Bosch: eerst was er sluis 1, gelegen ter hoogte van de huidige Lambooybrug. Later kwam er een sluis bij en die kreeg de naam Sluis O.   foto's © gerard monté, 10 juli 2001.

In '175 jaar Zuid-Willemsvaart ' komen ook aardige details naar voren: zoals de berekening van de sluisgelden en
de brugwachtersnamen.
De berekening van 'Sluisgeld' geschiedde op basis van de tonnage van het schip en de af te leggen vaarroute door de schipper. Bij het gelijktijdig passeren van zowel brug als sluis verviel de betaling van het bruggeld. 

Brugwachtersnamen: In 1854 staan de volgende namen geregistreerd: Henricus Mulder en Reinier van Vlijmen, beiden verdienden als sluis-O - wachter 300 gulden per jaar.
Theunis van Heukelom en Gerrit Mulder , de laatste aan de Veemarktbrug. Gerrit moet-gezien zijn salaris van 50 gulden per jaar het veel minder druk gehad hebben dan zijn collega's. 
In 1828: F. Mulder aan de Citadel en de brug ter hoogte van Orthenpoort. Blijkbaar was er ook een brug ter hoogte van de Citadel. G.Pijnenburg aan de nieuwe straatweg, ofwel Hinthamereinde en A.van de Meerendonk bij Sluis 1.

De Meerendonkbrug in Den Dungen
In een reactie vertelt mevrouw van Ravenstein-van den Meerendonk over haar voorouders die verbonden waren aan de bruggen en sluizen van het kanaal. Zij is de dochter van Franciscus van den Meerendonk wiens broer Marinus verderop ter sprake komt De van den Meerendonks waren jaren achtereen brugwachter van de Dungense brug.
Het begon bij de grootvader van mijn grootvader, aldus mevrouw Van Ravenstein. In de familie gaat het verhaal dat die in het leger van Napoleon heeft gediend Hij is ook mee naar Rusland getrokken. In zijn militaire dienst zou hij een officier gered hebben. Op welke manier, zover gaat het verhaal niet, aldus de in Den Bosch woonachtige Van Ravenstein. Over-overgrootvader is vanuit het Franse leger overgestapt naar het Pruisische leger.
Bij hoge uitzondering - kreeg hij, bij terugkeer in Nederland, een brug toegewezen Mijn voorvader werd brugwachter van de Dungense brug. Zulke benoemingen bij het Rijk waren tot dan alleen aan protestanten voorbehouden.

Brugwachtersnamen en knechtsnamen
Een sluis werd bediend door een brugwachter die meestal knechts in dienst had. Een sluiswachter was de baas over die drie knechts, vertelt mevrouw Van Ravenstein.
Grootvader van grootvader Van den Meerendonk was de eerst aangestelde brugwachter van het kanaal. Hij 'kreeg' in 1825 de Dungense brug. Die baan kreeg hij omdat hij zich in het leger van Napoleon bijzonder verdienstelijk had gemaakt. Door zijn jarenlange aanstelling [en die van zijn [klein-]zonen werd de Dungense brug in de volksmond de 'Van den Meerendonkbrug' genoemd.
Overzicht vanaf grootvader van grootvader Van den Meerendonk:
1825-1863 Antonie van den Meerendonk
Anthony  [*St.Michielsgestel 03-08-1791 +Den Dungen 26-06-1867]
was de zoon van van Johannes vdM herbergier op boerderij op de Pettelaer’.
1863 -1891 Johannes van den Meerendonk * Den Dungen 1828 +Den Dungen 1901
1891-1925 Adrianus van den Meerendonk [grootvader van Nettie van Ravenstein] *Den Dungen, 1869 + 1949

1925-1947 Marinus van den Meerendonk, zoon van Adrianus
 Marinus *Den Dungen 1893- + ’s-Hertogenbosch1947
1947-19 Adrianus van den Meerendonk die nog geen vol jaar brugwachter was. .
Daarmee kwam een eind aan brugwachtersgeslacht vdM. 
Deze telg Adrianus werd meubelmaker.
Vader Frans vdM *Den Dungen 1896 +’s-Bosch1956. Vanaf 1923 sluisknecht aan sluis 11 in Someren, daarna aan Sluis O als sluisknechts telegrafist aan de Maastrichtseweg [vanaf 1924], en vanaf 1941 werd hij brugwachter aan de Kasterensebrug bij het Kardinaal van Rossumplein.
In die tijd was het huis aan de brug, dat in de oorlog vernield raakte, nog het archief van Rijkswaterstaat. Mevrouw Van Ravenstein ziet nog al die dozen met archiefstukken op zolder staan.
Het ouderlijk gezin Van den Meerendonk heeft vanaf de bevrijding in 1945 tot aan 1951 in het huisje gewoond
Overige bruggen
Pijnenborg [en niet Pijnenburg zoals in het boekje van Bruggeman staat] was brugwachter niet aan de brug van de Hinthamerstraat, maar aan die van de Veemarkt in de tijd dat op het huidige Kardinaal van Rossumplein nog veemarkt werd gehouden.
Aan de Orthenbrug stond als brugwachter Lambertus van den Berg [vanaf 1827].
Een zekere Jan Pijnenburg is vanaf 1827 aangesteld als brugwachter van de Diezebrug Vlakbij de Citadel lag toen een brug, die vanaf 1939 is vervangen door de grote stalen Diezebrug.

Drie maal 'de kanaal'  23 november 2000.
In een boek, op een expositie en in een bundel-in-voorbereiding komt de Zuid-Willemsvaart in beeld.  
In de bibliotheek is een foto expositie te zien over de geschiedenis van ´de kanaal´. Cees Verhagen , broer van de archeoloog Anton en Dieze-expert Peter, schreef ´De geschiedenis van de Zuid-Willemsvaart´. Het kanaal van eenheid en scheiding.
De aanleg was rond 1825 noodzakelijk omdat de Maas onbetrouwbaar en vaak onbevaarbaar was. Maar door het graven van nieuwe kanalen in Brabant en Limburg en de kanalisatie van de Maas verloor het kanaal zijn transportfunctie, aldus Verhagen.  
Twee vergezichten over 'de kanaal', genomen vanaf Sluis O richting Lambooybrug.   foto's © gerard monté 12 juli 2001.
 


In 'De geschiedenis...'zijn de recente nieuwe werken [zoals de sluizen bij Schijndel e.d. en het herstel van de Bossche bruggen] niet in het boek opgenomen, maar wel veel anekdoten, bebouwingen nabij de waterweg, de gevolgen voor de zuidelijke provincies en de taak van Rijkswaterstaat.
175 jaar 'de kanaal'
Henk Bruggeman is bezig met de geschiedenis van de kanaal van Binnenhaven tot aan de verdwenen Sluis 1 bij Den Dungen. Aanleiding was het in onderhoud gaan van de Van Kasterenbrug. Die vroeger de Parkbrug ivm met het nabijgelegen plantsoen op het voormalige Veemarktterrein dat nu bekend staat als het Kardinaal van Rossumplein.  

De Kasterenbrug hersteld en herplaatst op maandag 9 juli 2001.
foto's © gerard monté, 13 juli 2001.

 

Hieronder de situatie ten tijde van het herstel van de brug.
foto's © gerard monté.

 
Momenteel is de Van Kasterenbrug actueel, omdat die onlangs in renovatie is geweest na zijn broertje de Hinthamerbrug die eind 2000 een beurt kreeg.


Verzet tegen aanleg ‘de kanaal’  8 maart 2001.
Henk Bruggeman is de tel kwijt, maar hij heeft wederom een boekje geschreven over het verzet van de gemeente Den Bosch [1823-1825] tegen de aanleg van ‘de vaart’. Reden was dat kort ervoor grote investeringen waren gedaan nabij de Binnenhaven. Voor de vrachten van schepen uit Holland waren woonhuizen gesloopt en pakhuizen neergezet en andere faciliteiten opgericht [kranen en kades] .

Het stadsbestuur heeft geprobeerd -ondanks een kanaal- die Binnenhaven nog een rol te laten spelen in het vervoer. Bijvoorbeeld door een kanaal tot- in wat tegenwoordig Zuid is- te graven en van daar uit de goederen met paard en kar verder te laten vervoeren naar de Binnenhaven, of het kanaal tot aan de Kalkbrug [Ortheneinde] te laten graven.
Toen Rijkswaterstaat met het voorstel kwam het kanaal om de Muntel via de Antoon der Kinderenlaan te leiden ging het stadsbestuur overstag.

In 1825 werd het graven aanbesteed en in augustus 1826 kwam vanuit Maastricht met kanongebulder de eerste boot aan.
terug naar boven

Sluiswachtershuisje
Ter hoogte van de Lambooybrug staan nog twee - min of meer historische -panden. Het witte huisje [noordzijde] is in gebruik bij Rijkswaterstaat. 

Rechter pandje: lees hieronder. foto's © gerard monté, 27 juli 2001.
 

Foto's hierboven: Sluis 1 lag ter hoogte van de Lambooybrug. Die sluis raakte ongeveer 1865 buiten gebruik, aldus mevrouw Van Ravestein die hier elders aan het woord komt. De deuren hebben er nog tot 1934 in gehangen. Dan pas zijn ze verwijderd.
Aan Sluis 1 stond Antonie van den Meerendonk.

De functie van het pand aan de overzijde [zuidzijde-foto rechtsboven] Daar werd bewoond door de directiechauffeur van RWS Van de Velde. Die woonde er tot 1998 toen ging hij met pensioen en verhuisde naar Zuiderschans..
Sloop sluiswachtershuisje was niet nodig geweest - 8 februari 2005.
Het sluiswachtershuisje onder de Lambooybrug had voorkomen kunnen worden. Dat vertelt een oud-onderhoudsman Ben Wijffelaars. Hij was 32 jaar in en om dat huisje werkzaam. Bij zijn start als onderhoudsman in 1963 is de sluiswachterswoning verbouwd tot kantoor voor RWS voor de Dienstkring 's-Hertogenbosch.
Wijffelaars verklaart dat er ooit wel sprake was van verzakking aan de zijde van de sluis. Zo erg dat het pandje, dat pal achter de kademuur van schutssluis 1 lag, overhelde naar de zijde van het kanaal. Mede dat euvel maakte dat er aan tonnen aan het huisje verspijkerd is geweest, aldus Wijffelaars. Het argument 'bouwvalligheid' speelde 35 jaar geleden wel, maar in 2005 zeker niet meer, zegt de ex -RWSman. Toen zag RWS de noodzaak in om te investeren. .

In 1970 is namelijk een nieuwe fundering aangelegd zodat verzakking werd voorkomen.
In 1995 verhuisde de Dienstkring naar Tilburg en kreeg het pandje de bestemming van Werktuigdkundige Dienst voor RWS.
Wijffelaars, die RWS verdenkt van een dubbele agenda om sloop te rechtvaardigen, voegt aan zijn relaas nog een persoonlijke mening toe. 
´Dat pandje zou goed als restaurant hebben kunnen dienen. Het is onder lommerrijke kastanjebomen gelegen op de oever van een kanaal, Dat mooie plekje biedt uitzicht op een kanaal en op de wegen boven en aan de overzijde.

Sloop sluiswachtershuis
Op de oevers van het kanaal ter hoogte van de Lambooy brug staan, op de zuidelijke kant een trapgevelhuisje en op de noordelijke kant een wit- bungallowachtig- huis. Dat laatste is in januari 2005 gesloopt. [ zie linkerfoto hierboven.]
Aannemersbedrijf Dijkhoff uit Heeswijk heeft dat karwei uitgevoerd.
Het pand stond niet op de monumentenlijst , maar dateert wel van 1872. RWS liet het slopen omdat het in slechte staat verkeerde. Voor RWS had het aanvankelijk als functie sluiswachtershuis en verblijf van inspecteurs van RWS. Doordat Sluis 1 in 1935 werd gesloopt verloor het zijn functie en werd daarna door RWS nog als woning en/of kantoor gebruikt

Bewoners van de RWS- pandjes
Mevrouw Van Ravensteijn herinnert zich dat in de bevrijdingsdagen oktober 1944 zij aan de overkant [trapgevelhuisje] hebben gelogeerd. Dat was nadat de Kasterenbrug door de Duitsers werd opgeblazen. Ons gezin, mijn vader en moeder Van den Meerendonk, hebben er vanaf de bevrijding in 1944 tot aan 1951 gewoond.
Voor die tijd woonde er Joseph- Jef- Bossers, de sluisknecht van Sluis O en na ons vertrek de chauffeur van RWS Van der Velde. 
Toen Bossers met pensioen ging, heeft er even Willem Stevenaar gewoond, maar dat was maar van korte duur. Bovendien was Stevenaar geen RWS-man.
De oversteek [meest oostelijk] van Sluis O van Oostwal naar Hekellaan. Op de achtergrond het Stortje en het woonwagenkampje.
Suis O met het Sluishuis aan de Zuidkant van de kanaaloever en vooraan de stoomboot van Toon Lieven.
foto's © privé collectie Van Ravestein/Van den Meerendonk.


Uit de bundel van Henk Bruggeman volgen wat fragmenten over de geschiedenis van 'de kanaal'. 

Aanloop naar de aanleg
De voorbereidingen voor de aanleg gebeurde tussen 1822-1826. Door het halsstarrig verzet van de gemeente Den Bosch liep dat project vertraging op. Frappant is dat het Rijk op een zeker moment begon in afwachting van wat het Bossche stadsbestuur zou beslissen.
Heikel punt voor Den Bosch was de angst de positie als overlaadstation te verliezen. Eeuwen had de stad een handelsfunctie ingenomen. Daarin speelde de Binnenhaven een grote rol. Dat is zelfs nog ten tijde van de fabriek van De Gruyter zo gebleven, maar uiteraard al lang niet meer in die omvang als vóór de tijd van het wegverkeer en het transport over de rails.

De aanduiding naar het kantoor van RWS even voorbij Sluis O, waar voorheen sluis 1 heeft gelegen. Zicht op Sluis 0 en het silhouet -met de kerken- van Den Bosch.

foto's © gerard monté, 27 juli 2001.

 

Er werden plannen verzonnen toch die Binnenhaven in het traject Schijndel-Den Bosch te betrekken.En de gemeente schreef een brief aan Zijne Majesteit de koning, waarin tot uiting kwam dat zij '...de aanleg zal betreuren....'.
Bruggeman: 'In de stadsresoluties van 1819-1829 vormde de Zuid-Willemsvaart een regelmatig terugkerend agendapunt. Na een zeer lange deliberatie besloot ons stadsbestuur uiteindelijk pas in 1822 een tegenvoorstel te doen.'. De financiën waren daarin een doorslaggevende factor.

In de meer recente geschiedenis past de anecdote over de omleiding van het kanaal, langs de stad. Historisch markant is dan ook het feit dat de gemeente in 1909 een plan presenteerde dat zelfs een eeuw daarvoor nadrukkelijk was afgewezen: omleiding van het kanaal via de Geldersedam... Rond 1820 vormde die zijde van de Muntel de noordelijke grens van de stadbebouwing. 
foto's gerard monté, 27 juli 2001

 
Twee maal zicht op 'de kanaal': vanaf de Lambooybrug richting A2 [l.] en vanaf de Dungense brug richting stad [r.]

de feiten
Oktober 1819 presenteerde de inspecteur-generaal van de Waterstaat -ir. A. Goudriaan- in de Bossche raadzaal het plan inhoudende: het graven van een kanaal van Maastricht tot 's-Hertogenbosch.
En Goudriaan vroeg het gemeentebestuur wat zij in financiële zin aan dit plan wilde bijdragen?
In 1822 deed het stadsbestuur - uiteindelijk - een tegenvoorstel: 's-Hertogenbosch toonde zich bereid gedurende twintig jaar aan het Rijk ƒ 1000,= 's jaars te betalen.
De Vaart zou lopen vanaf de Kleine Hekel [Hinthamereinde] via de Bogaard [achter het Groot Ziekengasthuis] naar de Kalkbrug , ofwel op het einde van de Orthenstraat aansluiten op de Binnenhaven.

In de plannen stonden de te graven trajecten beschreven vanaf de 'nieuwe straatweg' [Hinthamereinde] tot aan de Citadel.

foto © gerard monté, 12 juli 2001.
 

 
Er bestond overigens ook een plan [van de speciaal door B&W ingestelde adviescommissie] om ter plaatse van de huidige Lambooy brug een bassin te maken waar een overlaad station moest komen [compleet met kades, pakhuizen en kranen].
In datzelfde jaar 1822 bereikten B&W het gerucht dat Zijne Majesteit had bepaald het kanaal om de stad te leiden.
Inmiddels had in april de eerste aanbesteding, van het deel Helmond tot aan- zeg maar-de huidige Lambooybrug plaatsgevonden.

de eerste steen
Op 11 november 1822 werd door de Gouverneur van Limburg de eerste steen gelegd nabij de Schutsluis No. 1. Pas veel later zou in de plaats van deze Sluis 1 een nieuwe sluis gebouwd worden die met Sluis O werd aangeduid. Tegelijkertijd werd -in 1836 -Sluis nr. 1 geruimd. 
In 1823 gaat Den Bosch nog steeds uit van de aanleg van een kanaal naar haar idee. Maar in 1825 prest Koning Willem I de gemeente met een drieledig voorstel. Dat houdt in: aanleg buiten de stad om, door de Hofstad of vanaf de Kleine Hekel lopende naar de Citadel. Het College besluit te kiezen voor de derde variant en dertig jaar lang 1000 gulden 's jaars te betalen.

Op 14 september 1825 vindt de aanbesteding plaats van perceel 1 van de Zuid-Willemsvaart, wat inhoudt een kanaaldeel lopende '...vanaf de Kleine Hekel tot aan de vereniging met de rivier de Dieze bij de Willem Maria Schans'.
Laagste inschrijver voor dit traject was Van Meerwijk in Orthen met 44.000 gulden. 
Door een voorspoedige aanleg van de 122 kilometer naar Maastricht kon op 24 augustus 1826 -de verjaardag van Zijne Majesteit de Koning- de volledig openstelling geschieden door Zijne Excellentie den heere Staatsraad gouverneur der provincie Limburg.
Op 26 augustus 1826 voer vanuit Den Bosch het eerste schip naar Maastricht.
--------------------------
Bronnen:  Henk Bruggeman en RWS-van Ravenstein/vandenMeerendonk, Ben Wijffelaars
© paul kriele, juli 2001/ mei 2004- decmeber 2004--februari 2005. Overgezet naar nieuwe site juli 2012.


Terug naar boven