Eerbetoon aan Hendrik Keizer/de 'Grôôtste gek van Oeteldonk'

Printerversie
Gepubliceerd op: 02-03-2011 In de etalage van Lincherie op de Schapenmarkt is een hoekje gereserveerd voor Hendrik Keizer. Bij jongeren niet,  maar bij de ouderen komt Keizer mogelijk nog bekend voor als de olie-en kolenboer van de Vaaltweg.
Daar stond het enige houten huisje van de Vogelwijk en ernaast lag het erf en de werkplaats met de kolenloods van kolenhandel Keizer, die ook met olie langs de deur ging.
 

Hendrik Keizer [*1899  †1975] staat bij dit portret van Corry Bernsen geafficheerd als tamboer maître van De Kikvorschen. Maar volgens diens zoon Gerrit kwam vader van 'de Padden', waar hij wel die functie bekleedde.
De bijnaam de 'Grôôtste Gek' komt van zijne Hoogheid Amadeiro die vader ruim vijftig jaar geleden met een vetlederen medaille de titel verstrekte...
 
 

De in 1975 overleden Hendrik Keizer stond alom bekend, maar diens zoon Gerrit  even goed.
De 79-jarige Gerrit: 'Ik heb lange tijd bij vader op de Vaaltweg ingewoond [1940-1960]. Daar stond nog het enige houten huisje van de buurt. In die tijd heb ik altijd meegewerkt in de brandstoffenhandel van mijn vader Hendrik Keizer. Eerst per bakfiets en later ook met een combiwagen. Vanuit het ouderlijk huis aan de Vaaltweg ben ik getrouwd met een dochter van het vloerenleggersbedrijf Van Esch, ook uit de Vogelwijk.'

Na een scheiding hertrouwde Gerrit in 1961 met Huisman, ook verwant aan een vloerenleggersfirma.
Gerrit heeft als barkeeper gewerkt bij San Remo op de Markt en 15 jaar diende hij als buschauffeur voor bouwvakkers, die in de Rotterdamse havens werkten.
Gerrit had nog een broer Henk en zus Riek die vorig jaar is overleden. Riek Kiviets-Keizer was de uitbaatster van Limburgia later 't Wilt Varken.

Bij Gerrit behoeven we weinig moeite te doen om diens levensverhaal los te krijgen: 'Het portret dat nu bij Lincherie staat is in 1946 geschilderd door de toentertijd meest bekende vrouwelijke portretschilderes van de stad, Corry Bernsen. Het schilderij was erg geliefd, zelfs burgemeester Frans van Lanschot heeft er ooit een bod op gedaan. Maar mijn broer en zus wilden het olieverfdoek graag binnen de familie houden.
Die titel 'tamboer maître', die bij het portret staat, klopt wel, maar dan bij De Padden, waarvan vader aanvankelijk lid was. Uit de Padden, waarvan de leden ook uit de Pijp kwamen, zijn De Kikvorschen voortgekomen. Zij hadden geen dirigent. Dat werd Jo de Stip als eerste,' vertelt Gerrit Keizer. 

Terug naar boven