Royementskwestie: Afstraffing voor Jo Timmermans en 'De Kring'

Printerversie
Gepubliceerd op: 08-12-2011 | Gewijzigd op: 28-08-2012
Gisteren woensdag 7 december 2011 heeft rechter Rullman de argumenten en feiten die voorzitter Jo Timmermans in zijn emotioneel betoog op de ALV van 25 juni 2010 tegen vier zogenaamde ‘dissidente’ leden* uitte, van tafel geveegd. De vier die staande vergadering op initiatief van een lid ter plekke werden geroyeerd [klaarblijkelijk zonder intern overleg of besluit] spanden een rechtzaak aan waarin zij voorzitter Jo Timmermans o.a van onwaarheden betichten.

* Vier 'dissidente' leden te weten: Joseph Grooten, Will Hoeben, Martijn Groenendijk en Karel Burger Dirven.  
Het ging om aantijgingen, scheldpartijen en schriftelijke bewijzen die Timmermans in zijn one man-voordracht zei te kunnen overleggen. De vier hebben altijd verklaard in hun briefwisselingen in het geheel niet over zakkenvullers of oplichters gesproken. Ze hebben evenmin gezinspeeld op Timmermans overlijden, noch hebben ze het over Gestapo-manieren gehad. Dat waren ook al feiten, die Timmermans publiekelijk en emotioneel in die AVL ter berde bracht.

   
  Rechter Rullmann sprak gisteren 7 december 2011 in zijn vonnis over leugens ofwel onwaarheden door Jo Timmermans als voorzitter, dus een bestuurder van een vereniging,  die beter had moeten weten. 

De rechter hierover:
Het uitspreken van zorg over het doelmatig uitgeven van geld en over het bekostigen van etentjes of “couverts” is voor leden van een vereniging alleszins gerechtvaardigd en wezenlijk iets anders dan het betichten van een bestuur van zakkenvullerij en oplichterij, hetwelk inderdaad grond zou kunnen geven voor royement.
Maar hoezeer ook de toon en strekking van de brief van 15 maart 2009 [van de 4 Kringleden] en het daarbij gevoegde Memo uiterst kritisch zijn over het bestuur, dan nog valt uit die toon en strekking in de verste verten niet op te maken dat eisers [de vier Kringleden] het bestuur daadwerkelijk of zelfs maar in verhulde termen van zakkenvullerij en oplichterij betichten.

Het betichten van het bestuur van “ontoelaatbare methodes, zoals dat bij een geheime dienst het geval is” is weinig fraai, maar de wijze waarop sommigen van hen die Karel Burger Dirven kandidaat-voorzitter hadden gesteld, hebben ervaren hoe zij door de zittend voorzitter Timmermans daarover zijn benaderd, maakt die opmerking wellicht begrijpelijk.
Het was van Timmermans volstrekt buiten alle proporties om de  verwijzing naar “methodes, zoals bij een geheime dienst” te ‘vertalen’ als “Gestapo-methoden”. 
Een betichting van Gestapo-methoden door eisers zou grof onbehoorlijk zijn en grond kunnen geven voor royement, maar het is in de verste verten niet gebleken dat eisers het bestuur daadwerkelijk of zelfs maar in verhulde termen daarvan hebben beticht.

Ingetrokken mandaat aan 2 Kringleden
Twee toenmalig geroyeerde Kringleden hadden in 2007 van het Kringbestuur een vaag omschreven mandaat gekregen voor contact/overleg met de Gemeente. Dat mandaat werd [in mei 2007] door Timmermans persoonlijk ingetrokken omdat de twee zich teveel vrijheden hadden veroorloofd. Daarmee was, zo zei de rechter, die zaak afgedaan en in ieder geval zwaar genoeg om er niet verder op door te gaan. Dan moet je na drie jaar niet nog eens komen met verwijten daarover en dat geschil als argument voor een royement gebruiken. 

Overlijden Jo Timmermans
Wat Groenendijk in de bewuste brief als vraag 7 schreef is in de context van de gehele brief en de daarin gestelde vragen een alleszins begrijpelijke uiting van zorg over de continuïteit van het Oordeelspel ingeval de persoon van Timmermans als drijvende kracht zou wegvallen. Daar is niets onbehoorlijks aan.
Timmermans heeft die vraag ten onrechte gepresenteerd als de openingszin, hem uit zijn context en verdraaid geciteerd. In zijn presentatie heeft hij dusdoende aan die tekst een lading gegeven die zij in de verste verten niet heeft.

Vals beeld van zorgen eisers
Deze overwegingen leiden tot de slotsom dat Timmermans met zijn uitlatingen op de vergadering van 25 juni 2010 aan de leden een vals beeld heeft gegeven van de wijze waarop eisers hun zorgen naar voren hebben gebracht. Dat onware beeld komt er op neer dat eisers daarbij alle voor een debat geldende fatsoensnormen zouden hebben overschreden en dat zij het bestuur diep hebben beledigd, welk beeld op onwaarheid berust.

De uitlatingen in onderlinge samenhang bezien tegen de achtergrond van de reeds gerezen, behoorlijk geëscaleerde geschillen en het reeds sedert de voorgaande vergadering in de lucht hangende sentiment om eisers te royeren, alsmede het kennelijk door Timmermans willens en wetens in strijd met de waarheid presenteren van verwijten aan het adres van de Verontrusten-groep als: citaten uit hun correspondentie en het uitdrukkelijk handhaven van dat citaat-karakter op de interventie van Groenendijk, leiden tot het oordeel dat Timmermans er opzettelijk op uit is geweest om dit onware beeld te presenteren als doorslaggevend argument om de instemming van de ter vergadering aanwezige leden voor het royementsvoornemen te verkrijgen. Het valt niet te begrijpen als “emotionele vertalingen”volgens de verklaring Timmermans maar wel als een retorisch middel om zich te ontdoen van lastige leden die de euvele moed hadden om kritiek te hebben op het functioneren van het bestuur. 

De rechtbank maakt uit de door partijen naar voren gebrachte feiten op, dat
-Timmermans, om tot een royement  te komen, de vier in een nadelig daglicht  heeft gepaatst en dat hij in zoverre ook het oogmerk had om hen nadeel toe te brengen.
Dat aspect van opzettelijke misleiding van de leden in nodeloos grievende bewoordingen, maken de opmerkingen onrechtmatig. 
Voorzitter Timmermans is daarom tot schadevergoeding gehouden.

Eisers zijn in Den Bosch en omgeving bestuurlijk actief of dat geweest. Karel Burger Dirven is lid van Provinciale Staten. De beschuldiging dat zij in een bestuurlijk geschil alle fatsoensnormen en proportionaliteit zouden hebben overschreden, treft hun zwaar in hun bestuurlijke reputatie. Dat had Timmermans als ervaren bestuurder, moet hebben kunnen begrijpen.
Dat maakt Timmermans' onrechtmatige uitlatingen en het opzettelijk in een kwaad daglicht stellen van de vier extra  onrechtmatig en de daardoor aangerichte reputatieschade relatief groot.

Het verweer van Timmermans dat hij zijn uitlatingen deed als voorzitter van 'De Kring' en daarom niet persoonlijk aansprakelijk is, faalt. Hij zelf is daarvoor in de eerste plaats verantwoordelijk en aansprakelijk.
Daarnaast heeft Timmermans zijn uitlatingen dus gedaan als voorzitter. Dat maakt dat zijn onrechtmatige daad ook aan de Vereniging moet worden toegerekend.
Rullmann concludeert dan ook dat de Vereniging daarvoor mede aansprakelijk is. 

Om die reden is de Kring, ofwel Timmermans veroordeeld tot betaling van 1.500 euro aan elk van de vier. Ook dient de Kring in diverse publicaties [Kringnieuws, een circulaire en op internet] rectificaties plaatsen.
Het royementsbesluit is vernietigd door de rechter, wel achtte de rechtbank herstel van de vier in hun lidmaatschapsrechten, waartoe zij in beginsel gerechtigd zouden zijn, uit praktische overwegingen onverstandig.

Zie artikel dd.25 juni 2010 over royement: ‘ Minder heftig, wel bewogen Ledenvergadering’.


Terug naar boven