Bioscoophistorie: De stad kende drie grote en twee kleinere bioscopen

Printerversie
Gepubliceerd op: 10-09-2020 | Gewijzigd op: 12-09-2020
De stad heeft vijf bioscopen gekend, drie grotere en twee kleintjes. Maar voordat er van een besloten bioscoopzaal sprake was trokken filmoperateurs langs steden en zette daar bijv. met de kermis een houten tent op waarin eerst stomme films en later films met een explicateur werden gedraaid. Bioscoop Albert Frères bezocht vanaf 1902 elk jaar de stad. Een houten tent werd met de kermis opgezet langs de Binnenhaven ter hoogte van de Handelskade. Aldus stond dit in de Provinciaal Noord-Brabantsche en ’s-Hertogenbossche Courant van januari 1906.
....
....

Cinema Royal op Hinthamerstraat 26 [tegenwoordig Zeeman] en vanaf 1940 de bioscoop in 
het Concertgebouw in de Jan Heinsstraat 4B [tegenwoordig VUE]

 
Zicht op de Noordkant van de Markt uit 1915 als prentbriefkaart. Aan het linker pand
hangt  de de Amerikaanse vlag uit. Mogelijk vanwege de film Titanic. Dat is de kleine Chicago bioscoop op Markt 69. Die opende op 28 juni 1911, maar ging na vijftien jaar [1926] dicht. De film [een ervan in 1997 ] over de RMS Titanic, die op 15 april; 1912 zonk moest toen nog komen. Dus deze Titanic  was waarschijnlijk een soort Polygoonaanpak.  

foto © prentbriefkaart 1915.

In 1902 kwamen A. F en Willy Mullens naar de stad en stelde een tent op met Albert’s Elector Sprekende Bioscoop. Bij de films gaf A. van de Donck uitleg. Die functie heette explicateur. Later raakten pianist Kreté en violist Zandbergen bekend als de entertainers van de bioscoop. De opvolger van Albert Frères werd in 1912 de Chicago bioscoop. Tegenwoordig zit dit op dit punt Zeeman.

Chicago bioscoop op Markt 69, die op 28 juni 1911 opende en in 1926 dicht ging
Toon Beks [*8 december 1892] timmerman bij Reinier vanArkel, zoon van de uitbater [begin 1900] van De Paternoster.

foto © paul kriele, 30  november 1984. 
 

Toon Beks vertelde dat Gijs de Laat, de vader van Hendrik de Laat sr. de reclameborden schilderde. Over de Chicago bioscoop deed toentertijd een liedje de ronde. Het refrein:
En we dansen en we zingen
en we hossen en we springen
Vooruit, allen aan de loop
met Kee en Trui en de hele hoop.
Ja vooruit naar de bioscoop.
Vergeten is nu alle pijn.
We willen allen vrolijk zijn.
Ja vooruit, naar de Chicagobioscoo
p.
 
Hierboven: de Chicago bioscoop op Mark 69, het derde pand
rechts naast de hoek met de Marktstraat, waar de Amerikaanse vlag aan de gevel uithangt.
-Hieronder : Reclame voor De Titanic in oktober 1912.
 of 'In Nacht en ijs' in oktober 1912.
foto's © erfgoed den bosch
.....................................
..

Luxor theater Het oorspronkelijke perceel op Hooge Steenweg 15 had als historisch naam aanvankelijk ‘ Den Gulden Haen’ en later ‘Het Half Varken’, maar werd in 1918 deels gesloopt. Op die plek verrees in de periode 1918-1919 het Luxortheater, naar een ontwerp van architect A.J. Hekker. Het in art decostijl in combinatie met de Amsterdamse School uitgevoerde pand kreeg een rijke detaillering, zowel intern [lambrisering en krullende neonverlichting] als aan de gevel met armaturen, lantaarns en vlaggenmasten. Deze geveldecoratie verdween na sluiting van de bioscoop in 1976 maar bleek toch te zijn bewaard en keerde bij een reconstructie in 1991 terug. 
............................
Het in Art Deco uitgevoerde pand op Hooge Steenweg 15, dat in 1918-1919 werd gebouwd. Na een verwijdering sloop op het einde van de functie als bioscoop [1976], werden in 1991 de geveldecoraties [vlaggenmasten, armaturen en lampen] aan de gevel teruggebracht.

Boven het theater, de functie die aanvankelijk Luxor kreeg, verdwenen daarbij wel nagenoeg de interieurs van de twee [eerste en tweede etage] woningen met uitzondering van de vensterbank, schouw en stucplafond van de woonkamer. Ook de oorspronkelijke vestibule/foyer, trappenhuis en kassaloket overleefden de inbreuk op de historische bestemming van theater niet.
Het pand had rond 1940 de functie van bioscoop gekregen.
........................
Bioscoop Cinema Royal op Hinthamerstraat 26 [nu Zeeman]. 

Bioscoop Cinema Royal Op Hinthamerstraat 26, nu Zeeman, werd in de jaren 1912-1913 de daar bestaande bakkerij, naar ontwerp van architect J. Walker verbouwd tot bioscoop, die de naam Cinema Royal kreeg. Die functie heeft het tot circa 1975 gehad.

Geschiedenis van de Vereniging Sociëteit Casino, de voorloper van TheateradParade 
De basis van het theater aan de Parade, vroeger als toneelzaal voor de herensociëteit Casino gekwalificeerd, ligt bijna 200 jaar geleden bij de oprichting van de  Vereeniging Sociëteit Casino [*27-10-1828]. Zij beheerde aan de Papenhulst een toneelzaal, een koffie/danszaal, daarachter een tennisbaan en over het bruggetje in het Nachtegaalslaantje, een door hekken omsloten park, de Casinotuin.
Het praktische beheer lag bij  C. van Duuren, een kastelein,  afkomstig van een andere ‘Zomersociëteit in de stad. 
 
.............................
De oorspronkelijke locatie van de Vereniging Sociëteit Casino in het Nachtegaalslaantje, opgericht  in 1828.
Hieronder het bestuur in 1965 kort voor de overdracht van de 'Schouwburg Casino' naar de gemeente. vlnr.: Bestuurslid tandarts G. Boelaars periode 1939-1968, directeur Pierre Martens, bestuurslid Jan Cees van Lanschot, voorzitter Jos Cleerdin, burgemeester Rob Lambooij, wethouder W. Lennaarts,  secretaris-penningmeester Albert Swane en bestuurlsid E. Tilman. 

De aanvankelijke herensociëteit Casino kreeg, na een reorganisatie  in 1938,  de status van vereniging.  Zij was  overigens een van de eerste sociëteiten die - vanaf 1850- ook vrouwen toeliet.
Buiten dans-en toneelavonden waren er in de week ook kaart -en speelavonden en op zondagavonden concerten. In 1853 kwam voor een soort ‘herberg met hooizolder’ een stenen gebouw in de plaats.
In 1934-1935 bouwde de niet onbemiddelde vereniging een complete schouwbrug aan de Parade op de plaats van de gesloopte stallen van de cavalerie. Die schouwburg naar ontwerp van architect C. Bruck, bestond uit twee zalen met foyers, een theatercafé aan de voorzijde, op de eerste etage een sociëteitszaal en aan de achterzijde een woonhuis voor de directeur. De naam werd Casino. Pierre Martens werd -als privé persoon - tot directeur van de schouwburg aangesteld.
..........................
Pierre Martens 
*Nijmegen,12 mei 1902 + 's-Hertogenbosch, 21 mei 1969, kort na zijn pensioen. 
Pierre Martens begon op amper twintigjarige leeftijd in het theater.
In Heerlen exploiteerde hij twee en in ’s-Hertogenbosch drie bioscopen. 

Na een daling van het ledenbestand, begin jaren dertig, kwam per 18 januari 1937 Pierre Martens als  beheerder van de Sociëteit in dienst van de ‘Vereeniging Sociëteit Casino’, kortweg VSC.
Met onder meer een energieke wervingscampagne wist Martens de leeggelopen vereniging van 300 naar 1100 leden te brengen. Maar hij verdiende er nauwelijks iets mee. ‘De inkomsten en uitgaven waren elkaar dekkend, aldus een bij het bestuur klagende Martens. In die sfeer kreeg hij ook nog met zeurende leden te maken, die de consumpties [inclusief bediening] van 25 toenmalige centen, te duur vonden…
Martens werd, tevens als beheerder van het Concertgebouw, ook nog geconfronteerd met een reductie van inkomsten, toen  uit concurrentieoverwegingen het Concertgebouw, geen toneel-, noch sociëteitszaal meer mocht zijn en daardoor alleen de bioscoopfunctie overhield.
Maar de over ijverige Martens was een genie om nationaal bekende muziek- en toneelgezelschappen met beroemde namen van acteurs, naar Den Bosch te halen.
Bij een dreigende oorlog en een mobilisatie [augustus1939], maar al eerder werd het Casino al per 27 september 1938 door de Territoriaal bevelhebber  der Nederlandse Strijdkrachten gevorderd.
Die periode die duurde tot 30 april1939 bracht  aanzienlijke schade aan het gebouw, afgezien nog van  schade aan het interieur, de diefstal van huishoudelijke spullen en interieurdecoraties.
Duitse Kultuurkammer
In de oorlogsjaren 1941-943 wist de energieke  ‘grand seigneur’ Martens, die in een maatschap met Alfred Top drie bioscopen in de  stad exploiteerde, een in door Duitsers beslag genomen schouwburg draaiende te houden.
Maar voor de leden van de ‘Vereeniging Sociëteit Casino’ bleef hun schouwburg gesloten…
Gemarchandeer,  zo benoemt auteur Jac Luyckx  het gedraai met feiten over de aansluiting bij de door de Duitse bezetting ingestelde Kultuurkammer.
Aanvankelijk, toen Martens zijn woning was uitgezet en te maken kreeg met een bezetting, uitgezonderd  de grote zaal en de directiekamer,  wilde hij opstappen. Maar op verzoek van de toen bekende advocaat Albert Swane, die in zijn positie van secretaris-penningmeester aan de touwtjes trok, hem vroeg  ‘..ervan te maken wat er van te maken was..’ is, werd Martens toch voorzitter van de omstreden Kultur Gemeinschaft.
Het bestuur hield zich zgn. buiten de benoeming van de uitbater Martens, die opgezet werd ter controle van onsympathieke [politieke] uitingen jegens die bezetter.
Voor de Duitsers vormde ‘Den Bosch’ met die verplichte toezichthouder, een proef. Maar vele andere organisaties, verenigingen, [sport]clubs en toneel- en muziekverenigingen gingen niet overstag en bleven buiten Duits toezicht/beheer
Het aanschuren van Martens richting de bezetter , waar geregeld reprimandes van het bestuurslid C. van Lanschot op volgde, betekende wel dat de Vereniging Sociëteit Casino haar leden met amusement kon blijven bedienen. Daarbij dient nog opgemerkt te worden dat Martens  gebonden was aan, resp. gehinderd werd door  de afspraak dat de Duitse Wehrmacht naar believen op gezette avonden het gebouw op eiste.
Het was ook tot aan de spits het gespeelde spel van de secretaris-penningmeester Albert Swane te danken dat de VSC als een van de weinigen in ’t land in de oorlog niet door de Duitse bezetter werd geliquideerd.
Het was ook weer mr. Swane die van het stadsbestuur voor het niet beschikbaar zijn van zalen [voor de bezetter],  jaarlijks Hfl. 6.000 wist te verkrijgen, hoewel Hfl. 13.200 was toegezegd.
Vanaf 1941 zijn er door de VSC geen bestuursvergaderingen meer gehouden. Buiten een algemene politieke terughoudendheid, was men ook intern voorzichtig geworden omdat een van de bestuursleden wat teveel Duits gezind bleek.
Op het einde van de oorlog, een maand na de bevrijding van de stad op 27 oktober 1944, werd per 30 november 1944 het Casino  opnieuw voor de geallieerden gevorderd door het Nederlands Militair  Gezag.
Materieel gezien heeft de schouwburg Casino in die periode, die aan ving met de capitulatie van Nederland per 14 mei 1940,  ook aanzienlijke schade opgelopen.
Te noemen valt onder meer een granaatinslag,  bouwkundige schade, achterstallig onderhoud, vandalisme en diefstal door Duitse militairen.
Pas op 1 augustus 1945  vond weer een eerste bestuursvergadering plaats waarin voorzitter mr. Cleerdin [directeur van de Zuid-Nederlandsche Drukkerij/ZND] Swane prees om  zijn tactisch beleid. Die vergadering vond door de zware beschadiging van de schouwburg  plaats in de drukkerij van de ZND.
Ontwerptekening van een nieuwe schouwburg die in 1934 op de Parade werd gebouwd en in 1935 opende.
Ontwerp de Arnhemse architect C. Brück .

..................................................

In de oorlogsjaren hadden 30 burgers een schuilplaats gevonden in de kelder van het gebouw, onder wie een baby van anderhalf jaar.
Het saldo van een afsluitend oorlogsboekjaar eind 1945  bedroeg Hfl 19.000 [€ 8650]. Daar tegenover stond een bedrag van Hfl 203.000 [€ 92.272] aan uitstaande leningen. Ook had de penningmeester nog een vordering  op Pierre Martens van Hfl. 20.000 [€ 9.090] door de in die jaren niet door hem betaalde pachtsom…
Mede dankzij een lening van Heineken, waar tegenover de brouwer een beding stelde van het alleenrecht van een jaren lange bierlevering, kwam de Sociëteit er weer bovenop. De oorlogsschaden beliep tot over de ton: Hfl. 60.000 [€  27.272] schade aan gebouwen en Hfl 40.000 [€ 1.8190] aan roerende goederen.
Aan een inventarislijst van1937 wist Martens gespecificeerd te overleggen wat hij zo al miste, of kapot of gestolen was,  tezamen begroot voor Hfl. 70.000 [€ 31.829].
Het bestuur diende bij het Centraal Bureau voor Militaire Vorderingen ook nog een claim in van Hfl. 46.000 [€ 20. 909] voor uitgesteld onderhoud en huurvergoeding bij het gebruik van het gebouw. Maar dat werd procedureel gezien een lijdensweg. Uiteindelijk kreeg het bestuur op 31 maart in 1953! Van het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw eerst Hfl.16.479 [€ 7.445], maar na een tweede bezwaar werd dat alsnog Hfl. 63.000 [€ 28.636].
In januari 1946 werd aan aannemer P.G. Nijssen  gevraagd ‘het gebouw weer een zo goed mogelijk aanzien te geven’. In februari 1946 verrichtte  aannemer P.G. Nijssen ‘herstelwerk’.
Het was mede aan de coulante opstelling van de bank Van Lanschot te danken dat het bestuur, ondanks een oplopende schuld van Hfl.85.000 [€ 38.631] vóór aanvang van het seizoen 1947-1948 het gebouw in de oude luister wist te herstellen.
Martens werd na de oorlog door het toen functionerende tribunaal vrij gepleit.

Martens ‘het zwakke punt’
Maar Pierre Martens bleef aan maar, zo schrijft Luyckx, de beheerder werd meer en meer gezien als een obstakel, een lastig persoon, ‘het zwakke punt‘ bij de onderhandelingen begin jaren 60 met de gemeente. Daar draaide het achteraf gezien, over het politieke standpunt dat een schouwburg een overheidsinstituut moet zijn tegenover de opstelling van  het sociëteitsbestuur dat juist vasthield aan haar zelfstandigheid. Daarbij beriep zij zich op haar vooruitstrevend beleid en de culturele rol die zij speelde in de stad.  En zij vergeleek ‘Den Bosch’ zelfs met de ‘achterblijvende gemeenten Tilburg en Eindhoven.
.......................
........
....

Cinema Royal op Hinthamerstraat 26,  nu Zeeman met de foyer [toegangshal].
foto's © privé-archief Top 
------------------------------------------------------------

Van particuliere schouwburg naar gemeentelijk theater

Niet zonder strubbelingen over vergoeding aan de Sociëteit en afspraken over een minimum aantal  [toneel-] voorstellingen/concerten ging het gebouw in 1965 over naar de gemeente. 
De visie van een overheidsinstelling werd  uitgedragen door de nieuwe burgemeester Rob Lambooy. Deze wat aristocratisch ingestelde bestuurder had met succes in zijn vorige standplaats Hengelo de overgang van een particulier beheerde schouwburg naar een gemeentelijke status van dat theater ‘geregeld’.
Op 1 juli 1965 werd de schouwburg voor een koopsom van  Hfl. 3,4 miljoen [€ 1.550.000] aan de gemeente Den Bosch overgedragen. In de onderleggende clausule stond  dat Pierre Martens als lasthebber van de gemeente het beheer over de schouwburg zal blijven uitvoeren.
Martens was daarnaast ook nog directeur van de Sociëteit Casino.
Intussen dient nog vermeld te worden dat deze exploitant van drie plaatselijke bioscopen in 1957 de Zuid-Nederlandse Theater Maatschappij[ ZNTM] had opgericht, waarvan hij ook directeur was.  Een  niet onbelangrijke positie gezien de  ontwikkelingen in de bioscoopwereld.
In 1966 werd bij de introductie van een nieuwe huisstijl de soms verwarrende naam Casino veranderd in Theater aan de Parade.
Sterke bioscoop/filmontwikkeling
Terzijde maar, gezien Martens positie, onmisbaar te melden, noemen we de ontwikkeling van de bioscoopwereld, technisch, als ook in cultureel opzicht. Martens was daar erg alert op.
Medio jaren vijftig speelde zich dat al af. Het was niet voor niets dat Martens als directeur/ uitbater van de drie bioscopen Concertgebouw, Luxor en Cinema Royal en later dus ook van het Casino, al in1957 de Zuid- Nederlands Theater Maatschappij oprichtte met zichzelf als directeur.
Hoewel het bestuur van de VSC nogal conservatief en behoudend was, kreeg Martens in zijn ambitie voor filmvoorstellingen en een modern geoutilleerde filmcabine wel support van Albert Swane.  Die refereerde aan de Tilburgse schouwburg van Leo de Brabander die in elke zaal een apparatuur voor filmprojectie had geïnstalleerd. ‘Daarmee  beantwoordt De Brabander op de vraag van het publiek naar cultuurgoed’. [lees films]. Niet alleen Tilburg, ook Eindhoven en Nijmegen werden als concurrenten van ’Den Bosch’ gezien.
Maar doordat Swane koos voor films in de weekeinde [wanneer toch maar alleen  bals,  soirees en jubile worden gehouden….],  joeg hij Het Brabants Orkest tegen zich in het harnas. Swane sprak toen al de historische woorden: ‘Bij een nieuwe stadsgehoorzaal, zoals de te bouwen schouwburg in die jaren ook wel werd genoemd, zie ik', weliswaar vervelend, als eerste Het Brabants Orkest naar Eindhoven vertrekken’.

Uiteindelijk werd  met de ZNTM op 23 juni 1959 de bioscoopexploitatie geregeld. In die overeenkomst verplichtte Martens zich dat de exploitatie niet in strijd is met de APV, noch in strijd is met de wetten op de Openbare Orde en Goed Zeden.[Een andere tijd niet waar..].Kort erop [28 juli 1960] werd in de Parade bioscoop het door Philips bedachte 70 mm Todd-AO systeem, met een stereofonisch geluid dat uit 55 luidsprekers kwam, geïntroduceerd.
Het Concertgewbouw in de Jan Heinsstraat 4b na een gasontpoffing  op 13 februari 1965 toen het zwaar beschadigd raakte.
-Onder: En uit de jaren vijftig moment van een filmbezoek van de basisschooljeugd die op voor hen afgestemde films af kwamen.
  foto's © privé-archief Top.
 
 
Filmoperateur in de Luxor Sjef van Lieshout en Alfred Top aan de kassa in  de Luxor. 
f
oto's © privé-archief familie Top 

Steeds meer onmin over Pierre Martens
Er rees een groeiende oppositie tegen de persoon Martens. Zowel van bestuurder Swane, die een nieuw contract met hem wenste te sluiten. Reden was dat Swane namens het bestuur meer zeggenschap in de  exploitatie van de culturele dagen wenste,  en ook in de exploitatie van de bioscoop. Swane dreigde zelfs de apparatuur van de filmcabine over te nemen.
Ook  C. van Lanschot , die botste aan tegen een autoritaire pachter, voerde ernstige bedenkingen tegen de beheerder, tevens directeur van de ZNTM, aan. De VSC stond ook nog eens bij de bank Van Lanschot voor Hfl. 483.000 [€ 220.000] in het krijt.
Ook de gemeente wenste voor haar schouwburg een zakelijk kundige leiding.
Er dreigde een contractbreuk. Maar het bestuur zag in Martens niet anders dan- inzake de programmering- een ervaren leider, die ook nog eens de contacten met de leden behartigde.
Martens ging met de nieuwe constellatie akkoord op voorwaarden dat zoon Leo Martens , intussen tot directeur van de ZNTM gepromoveerd,  te zijner tijd zijn functie zou overnemen.
In 1968 volgde een definitieve verwijdering. Martens vertrok uit zijn bovenwoning in de schouwburg en ging elders huizen, eerst bij ‘Piet Mulder’ op de Markt en vervolgens in het huis van Albert Swane op het Julianaplein.
Martens werd op de eerste Algemene Ledenvergadering van 8 juli 1968   die volgens de nieuwe structuur plaats vond, buiten gesloten. Die ontmoeting, waar slechts 25 leden bij aanwezig waren, vond plaats in Royal in de Visstraat.
.......................
Pierre Martens en zoon Piet Martens bij gelegenheid van het gereed
komen van de restauratie van de grote zaal van het Casino in 1959.

foto © 1959 familiearchief Top

Verhuizing naar Tilburg
Tussen gemeente en sociëteitsbestuur werd de spanning met de VSC [ook zonder Martens] later nog groter door de tijdelijke en gedwongen verhuizing in de jaren 1974 -1976 vanwege de sloop van de 45 jaar oude schouwburg en de nieuwbouw van een eigentijds multi-functioneel theater inclusief een bioscoop.   
Het sociëteitsbestuur was doordat er geen voorstellingen gegeven kon worden en daarvoor de leden [per bus] eerst naar het Provinciehuis en vervolgens naar de Tilburgse schouwburg werden vervoerd, ernstig geïrriteerd.  Niet te vergeten, dat parallel hieraan ook de geldkwestie speelde.
Met Martens financiële afwikkeling geregeld
De perikelen over achterstallige betaling door de VSC voor vergoedingen,  salarisbetaling en degelijke, bleven aan. Het conflict VSC met de directeur Martens werd na een bemiddeling door Tilman en Van Lanschot met een acte van dading, waarin overstemming vast lag over de betaling aan Martens van Hfl. 71.148,41 [€ 32. 325] zonder vederere vergoeding.
Martens ontving van de VSC daarnaast een salaris van Hfl. 20.000 [€9.095] en een waardevast pensioen van Hfl.15.000 [€ 6.818] per jaar.

Met die overname én door de aanstelling van Luc van Gent [juni 1967] als schouwburgdirecteur, ging zoals gemeld, deze culturele instelling over van een private naar een gemeentelijk beheer.
l'histoire se repête.
Momenteel lijkt het er op alsof het proces van begin jaren 70 voor een [goedkoper lijkend] opknappen van een verouderde -35 jarige- schouwburg of nieuwbouw van een multi-functioneel theater zich herhaalt. Vergelijkbare  bezwaren en de roep om zuinigheid en/of betere geldbesteding komen weer om de hoek kijken

Rotterdamse architect Ben Kraaijvanger
Afgezien van  allerlei verwikkelingen kwam er voor  uiteindelijk, naar ontwerp van de Rotterdamse architect Ben Kraaijvanger, voor € 17 miljoen gulden een nieuw theater. Luc van Gent, regisseur bij de NTS,  de voorloper van de NOS, volgde als directeur Pierre Martens op.
Twee kapiteins op een schip. Odems, aanvankelijk filmoperateur, die van directie-assistent opklom naar bedrijfsleider. En daarnaast directeur Van Gent met een even sterke persoonlijkheid. In die samenhang waren beiden complementair aan elkaar.

Pierre Martens, directeur van drie bioscopen en van de schouwburg Casino 
Na jaren van verwikkelingen rond een faillissement van de  exploitatiemaatschappij, de firma Lêthe, als van de bouwer, aannemer Gebr. van Lieshout & Co’s uit Utrecht, moest de schouwbrug op de Parade, na nog geen elf maanden na de opening, op 24 april 1936 sluiten.  Het verhaal over  dat faillissement wordt door Jac Luyckx in ’Theater in drie Eeuwen’ uitvoerig beschreven.
De afronding van dat faillissement was dat het sociëteitsbestuur  Pierre Martens vroeg als exploitant van de pas nieuwe schouwburg.
......................
Pierre- geboren als Piet -  Martens
*Nijmegen, 12 mei 1902 + Den Bosch, 21 mei 1969
Martens was directeur van de Vereniging Sociëtei Casino en later van de Schouwburg Casino op de Parade.  .

De in Heerlen zakelijk zo succesvolle Martens was naar Den Bosch gekomen als exploitant van drie bioscopen  Luxor, Chicago  op de Markt. Binnen het jaar huurde hij er Cinema Royal in de Hinthamerstraat bij. Met associé Alfred Martens  kocht de firma Top- Martens in 1935  het -Concertgebouw in de Jan Heinstsraat, precies op de dag van de opening van het Casino, dat overigens ook een bioscoop had.
Door een relatie met de bekende advocaat mr. Albert Swane,  die Pierre Martens al was opgevallen door zijn succes met de exploitatie van het Concertgebouw, volgde daar uit een zakelijke verbintenis. Die kwam er op neer dat Martens - privé- de directeur werd van het Casino. Daags na ondertekening ging de schouwburg weer open.
In het bestuur van de 'Vereeniging Sociëteit Casino' had Swane de rol van secretaris-penningmeester weten toe te eigenen.
Interessante noot bij dit verhaal is dat Swane met Heineken,  die ook werd meegesleurd in de diepgang van een faillissement, voor tien jaar een leveringscontract van  bier wist te bedingen.
In 1938 werd de besloten Sociëteit een Vereniging waarvan Martens van de leden de contributie inde..’
 
Cassière Netty Heeren
Netty Heeren was jaren de kassière bij de bioscopen, eerste in het Concertgebouw, vervolgens in de Luxor en als laatste de Parade bioscoop.
Vanachter de kassa leerde zij de bezoekers van de bioscoop kennen. Nog voor dat er een kaartje was betaald kon zij inschatten wat voor vlees zij in de kuip had. Ze zag vooraf ook voor welk genre film de klant kwam. Eind 1985, op haar 61ste, ging ze met de VUT.
I'k was nog net geen18 toen ik in 1941 in het Concertgebouw begon. Nederland was al bezet. In die jaren was het aanbod muziek en films meestal Duits getint'.
................................;
...........

Bovenaan: De Luxor met zijn jaarlijkse Kerstdecoraties.
Onderaan:  Snoepwinkel in de Luxor met Netty Heeren.
En een vooroorlogs filmaankondiging.
foto's ©  privé -archief Top
-------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ik zag ook elke film, zoals ‘Wiener’ Blut en ‘Die Grosse Liebe’,  maar er zaten ook Duitse militairen van de censuur in de zaal. De oorlogsjaren, ja  dat was natuurlijk een rare tijd. Er kwamen boeren binnen met aardappelen of een bloemkool,  om in ruil daar voor naar binnen te komen. Ook een paar schoenen en een ander met sigaretten heb ik langs me zien gaan….
Pas op het einde van de oorlog kregen we last van bombardementen. Het was wel angstig maar de zaal heeft nooit ontruimd hoeven worden. Het enige dat ik me kan herinneren was tegen de bevrijding eind oktober 1944 toen er een paar gewonden de koffiekamer werden binnen gebracht.
Na de oorlog riep de baas, mijnheer Martens mij bij zich. Hij zei: ‘Ik heb liever dat je naar de Luxor  gaat’. ‘Nou wie baas is, bakt koek. Het was niet anders.’  Hooge Steenweg 15 lag wat anders. Het was voor mij dichterbij en de sfeer was plezieriger, een beter publiek en minder van die ram-films. 
 
Netty Heeren [* 7 maart 1924], cassière bij het Concertgebouw, in de Luxor en later in de Parade bioscoop Netty Heeren. foto © paul kriele,  17 okotber  1986.

Het Concertgebouw stond bekend om zijn kindervoorstellingen, elke woensdagmiddag kinderfilms en met sinterklaas hield Martens een speciale middag voor de parochie Sint Pieter. Dat was een kerk met parochianen uit de binnenstad, dus veel winkeliers en andere zakenmensen.
De kinderen betaalden met  stuivers en dubbeltjes. Ik had na afloop een la vol wisselgeld. Ondanks de pindaschillen in de zaal was dat altijd een leuke ontspannen sfeer.
In 1966 kwam ik bij het Casino, eerst in de horeca en later ook weer achter de kassa. Het was een grotere zaak met meer mensen in dienst, meest vrouwen. Dat ging erg leuk. We maakten veel plezier onder elkaar. Maar het was flink druk, de kassa,  de garderobe en in de pauze de koffie en drankjes uit serveren. We deden alsof het onze eigen zaak was.
Op een gegeven dag hoorden we dat het theater tijdelijk dicht ging. We verhuisden naar het Provinciehuis en het Sint Janslyceum voor de concerten, en voor de films naar het Jeroen Boschhuis[Babel]. Het was allemaal wat krapper maar we waren uit de brand. Met de opening in 1976  hadden we vier filmzalen en een filmhuis te bedienen.
Hoogtepunt in die jaren was met Kerstmis 1970 toen ‘Jezus Christ Super Star’ en later de musicalfilm  draaide. Die trokken volle zalen.
De faciliteiten voor de artiesten waren ook enorm verbeterd. Wat ook een flinke verbetering was dat het geluid uit de foyers  veel minder was geworden doordat er dubbele deuren naar de Pleinzaal en de  grote zaal waren gekomen.
Voor ons als kassières werd het minder leuk want we hadden door de glazen ramen geen contact meer met het publiek en ook minder met elkaar. Toen Appèl met steeds wisselende uitzendkrachten de dienstverlening overnam was er helemaal geen band meer met elkaar.

Operazanger Harry Huynen met zijn anekdote over de Luxor
 
Harry Huynen [ *15-2-1926], de vader van de opera -straat-zanger Louis Huynen,  herinnert zich de Luxor uit zijn jongenstijd [de jaren dertig]
’Met onze spaarcenten lukte het één keer per maand een kwartje bij elkaar te krijgen voor snoep, of bijvoorbeeld een filmkaartje voor de Luxor. Daar kocht een vriendje van me een kaartje derde rang.
Na de controle liep hij rechtstreeks door de grote zaal naar achteren, waar de nooduitgang uit kwam op het Sint Pietersplein. Achter die deur stond een man of tien op hem te wachten.  Zodra hij die deur opende doken wij stiekem naar binnen en keken gratis naar cowboyfilms zoals ‘De Avonturen van Rin tin tin’, of de ‘Dikke en de dunne’, of Charlie Chaplin. Die vonden wij het leukst.’
Achter de Tolbrug waar de
Luxorbioscoopeen nooduitgang had.


foto © paul kriele,  9 september 2020.
.Harry Huynen [*4 augustus1951], beter
bekend als Louiske, de Bossche operazanger.


foto © paul kriele, 9  augustus 2015.

Henk Grether technisch bedrijfsleider in het Casino 

Henk Grether  [*Heerlen, 1 maart 1923]  was in de jaren  60-70 technisch bedrijfsleider van het Casino. Hij kwam bij Pierre Martens, directeur van de schouwburg op de Parade, in beeld in zijn functie als beheerder van Royal Theater in Heerlen waar hij al vanaf 1947 als chef operateur  werkzaam was, maar na dertien jaar wel eens wat anders wilde. Door een klus voor Philips in de filmcabine in Den Bosch, raakte hij in contact met Pierre Martens die mij peilde voor een functie in zijn schouwburg. Dat aanbod nam ik meteen aan. Ik herinner het me nog goed. Het was 28 augustus 1960.  We werden het snel eens met elkaar.
...........
Henk Grether, per 28 augustus 1960 aangesteld
tot  technisch  bedrijfsleider in het Casino

fot0 © paul kriele, 6 april 1994.

Grether's functie had als omschrijving Chef Technische Dienst, maar ik begon als operateur bij de ‘Bioscoop’, waar ook het bedrijf ‘Toneel’ bij hoorde, maar niet de concerten. In Heerlen had ik ook al drie zalen onder me gehad. De overstap naar de 70mm projectie viel precies samen met mijn entree in ’s-Hertogenbosch.
Maar ik was niet de enige. Het Casino kende toen een toneelmeester René de Kok, later Peter van Warmerdam en Joep Peters was toneel assistent en een bedrijfsleider
Vorstenbosch was de administrateur die opgevolgd werd door  Geurts. Tom Odems kwam in oktober 1968 als opvolger van de bedrijfsleider Peter Mooren. Tom kreeg het jaar daarop zijn vaste aanstelling.
Wat de films betreft, de schouwburg gaf twee tot drie toneelvoorstellingen per week  met wat concerten er bij. De overige dagen werd opgevuld met films, die gehuurd werden. Wat het huidige aanbod van films betreft, daar deden we toen een maand over. Directeur Martens deed zelf de programmering. Later, toen hij bedrijfsleider Peter Mooren opvolgde, nam Odems dat van hem over.

Grether over Tom Odems:


Tom Odems *27 oktober 1944 + 16 augustus 2007. Odems begon in de filmcabine, werd daaropvolgend bedrijfsleider en later nam hij ook de programmering van het theater van Martens over. 
 

Tom is een atoom die valt niet bij te houden. Die heeft de filmcabine opgezet met al zijn ontwikkelingen en geavanceerde apparatuur.
Ik leerde Tom kennen toen hij als scholier in het Casino vakantiewerk deed. Hij stapte binnen in een korte  broek en ik heb hem zien gaan als directeur van de schouwbrug en Hoofd Culturele Zaken bij de Gemeente. Wij zijn altijd collega’s gebleven. Er was geen sprake van een gezagsverhouding.
In de eerste maanden dat ik er werkte stond er geregeld een manneke  in de deuropening. Ik zei op een gegeven dag: ‘Nou jongen,  je mag gerust binnen komen. Zo is het gekomen. Geleidelijk aan heb nik hem wat klussen aangeleerd zoals het terug spoelen van films van de ene naar de andere machine. Dat moest toen nog om de 15 à 18 minuten. Ondertussen moest hij voor mij ook nog die films controleren.

Technisch bedrijfsleider Egbert, roepnaam Bert en zoon Eddy Boonstra  
...............
Egbert, roepnaam Bert Boonstra  *Amsterdam, 28 december 1911 .

De Amsterdammer  kwam naar Den Bosch doordat hij in ging op een aanbod  van schouwborgdirecteur Pierre Martens  die hem uitnodigde voor een gesprek over de functie van Technische Bedrijfsleider voor drie bioscopen Concertgebouw,  Luxor en Cinema Royal in de Hinthamerstraat. 

foto © paul kriele,  19 augustus 1994.

Bert Boonstra werd op 1 september 1929 operateur  in de filmcabine van Tuschinsky in Amsterdam
Omdat hij in Den Bosch technisch bedrijfsleider van de Luxor en het Casino kon worden verhuisde het gezin naar Den Bosch. Daar werden de heer en mevrouw Boonstra op 28 februari 1941 door directeur Top sr.  verwelkomd. Top wees hen de  bovenwoning van de Luxor toe.
De Boonstra’s op de tweede verdieping en Top, waar in het gezin spoedig Fred werd geboren, op de  eerste verdieping. Die geboorte was voor het gezin Top aanleiding naar het Casino te verhuizen. Top nam er een verdieping bij.
Maar nog het meest waren die eerste dagen geen pretje. ’s Avonds ging de 'Sperr Zeit' in,'  vertelt Boonstra sr. 
Nog erger was dat de Boonstra’s boven een ‘Deutsch Heim’ met officieren woonde. ’s Avonds en ’s nachts hingen die mannen de beest uit. Moeder kon niet slapen en wenste rechts om keert naar Amsterdam te maken. Maar wat doe je als je pas getrouwd bent..? We konden niet weg,’ aldus Boonstra.
'Nog een confrontatie was de gestolen projectie-apparatuur. Vanuit de Cinema Royal in de Hinthamerstraat liepen wij met een handkar om daar nieuw apparatuur op te halen. Ook de Luxor moest worden opgeknapt.‘In de oorlog draaide ik regelmatig voor  een zaal vol Duitsers.'
Vader Bert Boonstra over de seksfilms:
‘Kort vóór 1963, dat heb ik gelukkig niet meegemaakt, werd de Luxor gesloten. Mijnheer Top stopte met de exploitatie en verkocht de tent aan een kledingfirma. Cinema Royal ging in 1964 dicht en het Concertgebouw stortte in 1965 na een gasexplosie in. Het was periode waarin ik overspannen raakte.
Dat begon met de seksfilms. Zou je ze nu zien dan lach je er om. Het waren de Oswald Kollefilms zgn. Duitse voorlichtingsfilms, maar natuurlijk puur commercieel bedoeld. Eerst vertoonden wijdie op vrijdagavond en kort erop op zaterdagavond. Het liep storm, maar het was een andersoortig publiek. Ik kreeg er hartkloppingen van. Voor ‘Jügend’ met de populaire filmster Christine Söderbaum uit de UFA filmstal, stonden de mensen in de rij tot aan de Karrenstraat.
Op een avond, ik zat op kantoor loonlijsten bij te werken ,en had intussen ook de administratie er bij gekregen, ging  ‘s avonds de telefoon: ’Houdt u er rekening mee dat er over tien minuten een bom ontploft…’
Op het laatst kon ik het niet meer verwerken.  Op doktersadvies ben ik ermee gestopt’.

Zoon Eddy Boonstra [*24 mei 1944]  herinnert zich die feiten uit vaders verhalen
 



Eddy Boonstra,  Eddy
was in zijn jeugdjaren
bevriend met Tom Odems.



foto © paul kriele, ​​​​​19 juli 1994

Eddy Boonstra, net vijf maanden  jonger dan Tom Odems, had in zijn jeugd vriendschapsbanden met Tom, die op 27  oktober 1944, de Bossche bevrijdingsdag,  is geboren. ‘Dat kwam’ zo vertelde hij  al in 19944 voor het vriendenboek voor Tom Odems,  doordat mijn vader onder meer in de Luxor en in het Casino werkte. Tom was al jong dol op stripboeken lezen, zoals Lucky Luke, Robbedoes en Kuifje. Maar in de film was hij nog het meest geïnteresseerd. Trouwens  net als mijn vader. Alleen al door het feit dat mijn vader van ’de bioscoop’ was..
De filmcabine van de Luxor, waar wij  boven woonde, vond hij prachtig. Dat was al heel vroeg zijn domein. Tom ‘koos’ mij als vriendje om over de film en de bioscoop te kunnen praten. Ik moest hem steeds vertellen over wat ik mee maakte en wat ik thuis hoorde over de bioscoop. Dat maakte dat ik bij hem het favoriete vriendje  was’.

Eenmaal wat ouder vertelt Eddy over de ontwikkeling van de film en het bioscoopbezoek in die tijd.
Voor de hand ligt dat voor een opgroeiende jongen  seks in die jarren een rol speelde.  Eddy:’ Seks had in die tijd heel wat minder om het lijf dan tegenwoordig. Maar op de zaterdagavonden trok de bioscoop volle zalen. Films met daarin seksscenes brachten geld in het laatje . Vader kon daar moeizaam mee omgaan. Hij was nog van de ouderwetse stempel. ‘ Je bent gastheer,’ zei hij. ‘Dan doe je je ook als gastheer voor. Je hoort je gereserveerd op te stellen.’
Markant voor die tijd was dat vader zich voor elke voorstelling als gastheer in de hal opstelde. Vanuit die positie verwelkomde hij de bezoekers. Maar met de komst van de seksfilms veranderde de sfeer. Het publiek begon zich agressiever te gedragen. Er werd in de films regelmatig met flesjes gegooid. Gaf je daar commentaar op dan volgde een scheldpartij.
Door dat gedoe en ook door de langer wordende werktijden, vaak tot 1 uur ’s nachts, raakte hij overspannen. Hij was er - ook door zijn karakter- niet tegen opgewassen. Ik en mijn broer moesten hem na elke laatste voorstelling komen ophalen, omdat hij zich bedreigd voelde.
Kort na 1967, het jaar waarin het Casino overging naar de gemeente, zijn we naar de Kruiskamp verhuisd. Dat was een aparte ervaring voor ons. We hadden nog nooit  in een particulier huis gewoond.
Maar de afbraak in 1974 van het Casino met zijn verouderde filmcabine ging ons nog meer van het hart.
Ik was weg van film en theater en ook nogal artistiek aangelegd. Maar zoals ik het leven van mijn vader van nabij had meegemaakt, in die branche wilde ik niet in zijn voetsporen stappen. Ik koos voor het kappersvak, ook creatief en artistiek.'

Tom door ervaring en interesse opgeklommen in het theaterleven
‘En wat Tom betreft:  We  zijn uit elkaar gegroeid toen ik naar de Mulo ging en hij naar de Rijks-HBS. Maar het moment dat Tom  in het Casino werd benoemd herinner ik me nog zo goed. Het eerste wat ik tegen mijn vader zei: Die is goed op zijn plaats gekomen.
Tom is puur door interesse van zijn hobby uitgegroeid tot werk. Hierdoor heeft hij  een goede kijk op het  bedrijf gekregen. Ik vind het heel knap dat hij een topfunctie heeft weten te bereiken’.

Voor deze docu over Bossche Bioscopen is gebruik gemaakt van 'Theater in drie eeuwen' [2003] van journalist Jac Luyckx, van interviews uit Stadsgezichten [1988] en Tommies D-day [1994] en van het privé-archief van de familie Alfred Top.


Terug naar boven