St. Cathrien

Printerversie
Gepubliceerd op: 19-08-2007 | Gewijzigd op: 21-10-2012
De Cathrienkerk op het Kruisbroedershof.

-historie
-bouw: de ontwikkeling als kerkgebouw
-huidige geschiedenis: de nieuwe kerk van 1917
-eerste schoonmaakbeurt in 90 jaar

Een afbeelding 'De aanbidding der herders', een schilderij van Pieter Jozef Verhagen in de Cathrienkerk. Van Verhagen [1728-1811] hangen een zestal werken in de kruiskerk.


De Sint Cathrien, vroeger de kloosterkerk van de Kruisheren. Het koor dat boven de Binnendieze is gebouwd, is het enig overgebleven deel dat herinnert aan dat tijdperk.
Deze kruisherenkerk is toegewijd aan de H.  Catharina van wie het beeld  in een nis boven de ingang staat.*

De Sint Cathrienkerk, ook wel kruisherenkerk, die gelegen is binnen het Kruisbroedershof, dat vroeger een afgesloten kloosterterrein was. foto © gerard monté 13 januari 2002 [l] en 19 augustus 2007[r]


historie
De bouwgeschiedenis van de oudste Bossche kerken -Jacob, Pieter en Cathrien, loopt parallel met de de Bossche geschiedenis. Immers de kerkgebouwen weerspiegelen de ontwikkeling die de -gelovige -Bosschenaren doormaken.
De Kruisbroeders waren de paters die 350 jaar na het ontstaan van de stad op de Zuid-Westpunt van de binnenstad, en nog net binnen de wallen gelegen, er een klooster en kerk bouwden. 
inleiding kloosterterrein
Het kloosterterrein omvat het voormalige patronaat, de paerkeerkuil, de kerk en de Kruisbroedersstraat die loopt tot en met- zoals het beschreven staat- ' de pastorie cum annexis' .Juist op de knik met het deel van de kruisbroedferstraat dat loopt naar de Vughterstraat, stond de eerste[buitenste]kloosterpoort.
Dat gehele gebied wordt omsloten door twee lopen van de Binnendieze, te weten de Vughterstroom en de Kerkstroom die vanaf de stadsgracht de stad binnenstroomt.
De Kuipertjeswal/Kruisbroedershof maakt deel uit van de vestingwerken en biedt aan de zuid-westzijde bescherming.

Het Kruisbroedersstraatje behorend tot het kloosterterrein en de Kruisbroedershof herinneren nog aan die tijden. Maar waarschijnlijk heeft- zoals de smid Scheffers mij vertelde- parallel aan het Kruisbroederstraatje een ' brandgang' vanaf de Vughterstraat naar die Kruisbroederspoort [knik van het straatje bij de oude pastorie] gelopen. 
De hoofdtoegang kwam vanuit de St.Jorisstraat waar een hek het steegje afsloot..
bleekveld/kerkhof
Vanaf 1569 toen de Cathrien parochiekerk werd, is die grond tot die proporties uitgedeid. De behoefte aan een kerkhof heeft daartoe bijgedragen. Achter de huidige gevelrij -feitelijk de binnenplaats -langszij het Kruisbroederstraatje [deel lopend naar Kuipertjeswal] lag een rechthoekig bleekveld dat behoorde bij een pand in de Vughterstraat.

Een tekening van Hendrik de Laat [1938] met nog de oude bebouwing aan de zuidzijde, toenmalig patronaat?


Het klooster lag in de luwte van het kerkgebouw, [afgeschermd tegen de noordelijke koude] aan de zuidzijde van de kerk. Het klooster met zijn vertrekken was omgeven door een hof dat zich uitstrekte tot aan de stadswal. en omsloot op zijn beurt een pandhof van 15x 15 meter. 

De naam is Katharinakerk of Kruisherenkerk, genoemd naar de volgelingen van de H. Katharina van wie een beeltenis staat in de voorpui van de kerk. Ook het kruisteken van de kruisheren is hier en daar in, of aan het gebouw te zien.

ontstaan Bossche kruisheren
De kruisheren zijn in Den Bosch min of meer ontstaan uit de Bogaarden. Die leefden achter de Verwersstraat. Het Oiud Bogaardenstraatje herinnert er nog aan. Enkelen van die bogaarden, die de prieaterwijding hadden ontvangen, sloten zich in 1466 aan bij de orde der kruisheren [hoofdklooster in Hoey bij Luik]. Van daaruit is -op gezag van de Luikse prior- de Bossche orde der Kruisheren ontstaan. Vermelding van aansluiting in het kapittel van 1468.
Door een onderlinge twist [1469] tussen de bogaarden met de oudste rechten en de kruisheren die in aantal groter waren, trokken de Kurisheren zich- eerst- terug op de Mortel en vestigden zich vervolgens op een stuk grond langszij de St.Jorisstraat. Daar namen zij op 15 juli 1470 een nieuwe woning/klooster in gebruik.  

verloop kerkgebouw Cathrien
 De oorsprong van de St,Cathrien - even goed als die van de St.Jacob- gaat terug naar de status van kapel .De Cisterciënzen bouwden rond 1533 een kapel bij hun klooster. Pas in 1569 werden deze drie kapellen verheven tot parochiekerk.
De kapel van St. Jacob ontstaat ongeveer in 1430. Ze was bedoeld voor de bedevaartgangers naar Compostella. De St. Pieter wordt in 1450 gesticht als kapel voor de bedevaartgangers naar Rome.
Gelijk opgaand met de groeiende geloofsuitingen groeien de kapellen uit tot kerken. 

eenvoudige kerkgebouw
De Cathrien van 1533 was een eenvoudig gebouw met een schip en geen zijbeuken. Pas rond 1601 komt er aan de noordzijde een zijbeuk bij en wordt het schip vergroot. Vermoedelijk is, zoals uit een schildering op het houten gewelf aangaf, de bouw in 1616 gereed gekomen. 

De koepel van de kerk is rijkelijk beschilderd. De afbeeldingen refereren naar de acht zaligheden. foto' s  © paul kriele, 23 november 1999.
 

Terugkeer kerken aan katholieken
Na twee eeuwen terugval onder het Staatse gezag, van 1629 tot Napoleon, keert rond 1810 het tij ten gunste van de katholieken. Vele kerken waren jaren in handen van de protestanten geweest of hadden dienst gedaan als miliatir gebouw, voor opslag . Onderhoud bleef veelal achterwege. Rooms getinte uitingen werden gesloopt [beelden] of wit overgekalkt, zoals de taferelen in de St.Jan. 
De Cathrien diende- na een herstel van de schade [1648]- van 1750-1794 voor de protestante eredienst. Vanaf die tijd verviel de kerk tot een paardenstal/hooimagazijn.
Kort na het decreet van Napoleon [1810] over de terugkeer van de St.Jan en de St. Cathrien aan de katholieken , keert de kerk terug onder verantwoordelijkheid van het kerkbestuur. Maar het gebouw had veel schade opgelopen en was vervallen geraakt
De schilderijen die lange tijd elders geslagen waren geweest, keerden terug. Ze zijn van Pieter Jozef Verhagen [1728-1811], een tijdgenoot van Van Tulden.
Rechts het Kruisbroederstraatje dat vanuit de St.Jorisstraat naar de kloosterkerk leidde.
Ten tijden van het gebouw als kloosterkerk gaf een poort vooraan bij de St. Jorisstraat toegang tot het kloosterterrein, waar op het Kruisbroedershof ook een begraafplaats lag.

foto' s  © paul kriele, 2001.

 
Opnamen van gebouwen rondom de Cathrienkerk:
links de pastorie die in 1999 werd gerestaureerd.

de bouw van de St.Cathrien
In 1842 mag de kerk van de Minister van Katholieke Eredienst verbouwd worden. De parochianen brengen ruim 16.000 gulden bijeen, maar het karwei is begroot op 40.000 gulden. Het had toen weinig gescheeld of het kerkbestuur had de kostbare schilderijen verkocht. Vicaris Den Dubbelden stak er een stokje voor.
Dat de begroting erg krap was blijkt uit het feit dat de eerste architect Laffertée, die eerder de Pieterskerk had gebouwd, werd afgewezen.
Het bouwplan van Jos de Kroon -kosten 40.000 gulden- werd wel geaccepteerd.
Koor en schip blijven behouden. Op 18 oktober 1842 consacreert mgr. W. Zwijsen de nieuw verbouwde kerk die toen nog niet klaar was. Pas in 1844 kon de kerk in gebruik worden genomen.
Maar in 1870 groeit- door ander liturgische inzichten- de behoefte aan een beter zicht op het altaar. Ook het onderhoud vraagt om technische ingrepen. In 1913 neemt het kerkbestuur het besluit voor een verbouwing. 

de nieuwe kerk van 1917 
Rond het zilveren priesterfeest van pastoor Sweens wordt 40.000 gulden opgehaald. Jan Stuyt die eerst door de bouw van de Jacobkerk bekend was geworden, ontvangt de opdracht voor een vernieuwde kerk. Wederom dienen abscis en grote delen van de kerk behouden te blijven. Vooral het koor van 1533 moest onaangetast blijven.

De kerk werd in Byzantijnse stiji opgericht mede onder invloed van de moeder van Stuyt die Roemeense was.

Aannemer A.J. angenendt ontvangt op 29 december 1915 de moeilijke opdracht. Het is een ingewikkelde taak door de moeilijk te verenigen eisen en het vasthouden aan de oriëntatie. Markant is de betonnen koepel, het is bouwkundig een meesterstuk. I.G.B,. uit Breda construeert deze koepelschaal van gewapend beton van 22 meter doorsnee en 6 cm dikte. [kerk van de H. Landstichting dateert ook uit die tijd] 

Op 17 januari 1916 wordt aanvang genomen met de bouw. Pas op 21 december 1917 wordt de kerk in gebruik genomen. Consecratie gebeurde op 13 mei 1918 door coadjutor van bisschop Van de Ven, mgr.Diepen. 
Het werk was vertraagd ten gevolge van de economische terugslag door de 1e Wereld Oorlog.

Nog enkele afbeeldingen uit de Cathrienkoepel foto links: detail van ‘Zij die hongeren en dorsten’. Dit fragment stelt ‘de zuiveren van hart’ voor.

foto  ©  paul kriele, 23 november 1999.

Centraal in de zojuist gerestaureerde koepel van de St.Cathrien troont boven de triomfboog God temidden van de Acht Zaligheden.

De St.Cathrien in volle glorie: eerste schoonmaakbeurt in 90 jaar
St.Cathrien is een van de vier kerken van de Parochie Binnenstad ‘s-Hertogenbosch. Na de St.Jan en de St. Jakob kwam deze karakteristieke koepelkerk in 1997 aan de beurt voor restauratie. Naar het bestek opgemaakt door Wiegerinck Architecten is in 1997 door Aannemer Van den Bouwhuijsen het exterieur aangepakt. Met Pasen 1999 hoopt diezelfde aannemer ook het interieur van de St.Cathrien schoon te kunnen opleveren.

Naar het ontwerp van architect Jan Stuyt is op de plaats van de oude kerk een koepelkerk in Byzantijnse stijl ontworpen. Sedert het gereedkomen 1917/18 was er nauwelijks iets aan het gebouw gedaan.
Van een schoon interieur is daarom in meerdere opzichten sprake. Door het aanzetten van stof was het interieur van de kerk ontzettend vervuild. Het karwei begon in december 1998. Eerst werd na het plaatsen van steigers de koepel aangepakt.

Jan Oosterman heeft na het gereedkomen van de kerk in de koepel schilderingen aangebracht, daarbij gebruik makend van het gesegmenteerde grondplan van de kerk, waarop hij de Acht Zaligheden afbeeldde. Dat zijn: de vreedzamen, zij die hongeren en dorsten, de armen van geest, zij die weenen, de zuiveren van hart, zij die vervolging lijden, de zachtmoedigen en de barmhartigen.
Deze gewelfschilderingen, aangebracht rond 1920, zijn met opzet uitgevoerd in overwegend grijze en pasteltinten om het geheel rustig over te laten komen.

Bijna 75 jaar later werden ze onder handen genomen door John Post en Frank Witte van de firma Post uit Breda/Roosendaal hebben tussen december 1998 en februari 1999 de koepel schoongemaakt en op sommige plaatsen met nieuwe verf geïnjecteerd.

Van den Bouwhuijsen voert de bouw-technische restauratie uit. De overige delen van het interieur [wanden en beelden] zijn door een gemêleerd gezelschap in dienst van Schildersbedrijf Van Lith uitgevoerd: een Schot [Steven], een Ier [Thomas], een Marokkaan [Ramzi Benarich] en een Bosschenaar [Guideon le Ruet].  
Na het gereedkomen van de werkzaamheden wordt de St.Cathrien naar verwacht in de Goede Week opnieuw in gebruik genomen. Dan kan ook de iconostase van de Johannes van Damascus-gemeenschap worden ingezegend. Geen andere kerk dan de in Byzantijnse stijl gebouwde St. Cathrien is beter geschikt voor een eredienst volgens de oosterse liturgie.

huidige geschiedenis
De Cathrien werd van april 1995 tot april 1996 grondig gerestaureerd. Pas later kwam de pastorie in beeld. Dat gebeurde bij het afpellen van de gevel van het gebouw. 
In de procedure, waarbij oud-wethouder Jo van den Berg sterk betrokken was, niet als politicus maar als bestuurslid van de Stichting Monumenten, rees de vraag om restauratie in de stijl van vóór de bepleistering. Reden was dat vele details achter de pleisterlaag zichtbaar kwamen. Interessante details die meer prijsgaven over de architectuur van het gebouw en het gebruik van ornamenten en steensoorten.


--------------------------------------
Bron : Boschboomblad nummer 4/ auteur Jos van der Vaart
© paul kriele, 10 februari 1999, 20 november 2003. aanvulling


Terug naar boven