Nieuw Boek: Het oorlogsverhaal van Max Cahen

Printerversie
Gepubliceerd op: 25-09-2010 | Gewijzigd op: 26-09-2010
In het boek ’Tussen prikkeldraad en spijlen’ vertelt de Joodse Bosschenaar Max Cahen [*26-9-1906 +19-9-2010] zijn relaas over zijn functie als inkoper van de SS en als slachtoffer van de Duitse deportaties [vanuit Kamp Herzogenbusch in Vught] die hij heeft overleefd. Dat verhaal staat vastgelegd in de memoires van Cahen die bij het Stadsarchief liggen en nu ook te boek zijn gesteld. Directeur van het CIDi [Centrum voor Documentatie Israel] en beoogd burgemeester van Maastricht, Onno Hoes ontvangt zondagmorgen 26 september 2010 in Kamp Vught het eerste exemplaar.

ir. Max Cahen *26 september 1906 † 19 september 1995.
foto © paul kriele, 8 februari 1984.
 

Max Cahen [* 1905-+1995] heeft behalve zijn levensverhaal, ook de Joodse begraafplaats in Vught gedocumenteerd, evenals alle Joodse begraafplaatsen in Brabant, die ook nog eens fotografisch zijn vastgelegd.
Van Cahen zijn opnamen bewaard waarin hij vertelt over het Philipscommando,waar met medewerking van de Joodse Raad, 1500 à 1600 Philips employees te werk waren gesteld zodat ze gevrijwaard bleven van deportaties naar een vernietigingskamp. ‘Overigens,’ zo zegt Cahen, ‘werd er in die fabricage ateliers door de werknemers behoorlijk gesaboteerd, dat begrijp je wel.’
Via de Joodse Raad werd Cahen zelfs gevraagd om voor de SS inkoper te worden waardoor hij compleet met Jodenster vrij reizen had en zelfs met een hoge Duitse officier, maar dan wel in gescheiden klasse coupee’s, op zakenreis ging.
Cahen zelf is niet aan een dergelijk transport ontkomen, maar er toch –hoewel erg vermagerd en psychisch aangedaan- heelhuids uitgekomen.
Ook de Joodse gemeenschap [het ontstaan ervan in Den Bosch en de positie van bekende Bossche Joodse families binnen de vooroorlogse samenleving [zoals carnaval, Sociëteit Casino en zelfs in het College van Regenten van de Godshuizen] komen daar in beeld.
De enige industrie die Den Bosch rond 1900 had [Grasso, Van der Heijden tricotage, schroeffabrikant Max Lips, diverse sigarenfabrieken, schoenfabriek Van den Bergh en de capsulefabriek van Lewin], werd beheerd door Joodse zakenlui. Met name op ’t Zand woonden veel Joodse zakenlui onder dokter Diamant, Frits Lion,Lewin van de capsulefabriek, textielhandelaren Eli en Ben de Winter.
In zijn beroepsleven was de technisch ingenieur Max Cahen de kleinzoon van Jonas Cahen, die de oprichter was van de papiermachinefabriek Regiflex in de Grobbendonckstraat, maar begon als drogist in de Verwersstraat [later Borzo, nu Piet Thielen herennmode].

Cahen: “De hechte Joodse gemeenschap die voor de oorlog bestond uit circa 450 joden en de synagoge in de Prins Bernhardstraat als gebedsruimte had, is door de Holocaust nagenoeg gedecimeerd.
Die gemeenschap kon de synagoge niet meer bekostigen. In 1994/1995 kreeg het gebouw- na een restauratie - een nieuw leven als concert/theaterzaal met behoud van de oude relikten behorend bij het Joodse geloof.


Terug naar boven