Interview met Alex de Vries, oud-directeur Kunstakademie

Printerversie
Gepubliceerd op: 15-11-2007 In de reeks lezingen en gesprekken door Florette de Vries was deze keer de beurt aan Alex de Vries, oud-directeur van de Kunstakademie. Het thema van de lezing van Florette Dijkstra was deze keer of je beelden ook door woorden/beschrijvingen kunt vervangen. 

Alex de Vries bij Florette Dijkstra in SM's.

foto © gerard monté, 15 november 2007.


SDe Italiaan Vasari was de eerste die een kunstgeschiedenis schreef, oa over Michelangelo. Over de Mona Lisa van Da Vinci gaf hij een fantasiebeschrijving die niet erg klopt want hij had het schilderij nooit gezien. Hij probeerde een voor hem onzichtbare werkelijkheid in woorden te vatten. Velasquez was in zijn schilderijen op zoek naar de grenzen van dewerkelijkheid. Dijkstra gaf het voorbeeld van het schilderij De hofdames waarop een schildersatelier of schilderijenkabinet te zien is met veel schilderijen aan de muur. Foucault heeft over dit werk gezegd dat de schilder op dit werk staart naar de ruimte waar wij zitten, maar hij schildert de hofdames die hij niet kan zien, op een spiegel in de achtergrond zie je de modellen van de koning en de koningin. Een intrigerend schilderij.
Picasso heeft dit schilderij op zijn manier gekopieerd, vrij van opdrachtgevers heeft hij de mensen soms bijna monsterlijk afgebeeld. De dichter Rilke tastte de grenzen van zijn schrijversschap af door beeldende kunst te beschrijven, oa die van Rodin waar hij toegang tot het atelier had omdat zijn vrouw bij Rodin studeerde. 

 Van Gogh kreeg ook ruim aandacht in haar lezing, met name de vriendschap met Gauguin. Ze wisselden zelfportretten uit maar toen Gauguin bij Van Gogh kwam viel hem de werkelijkheid tegen. De vriendschap eindigde tragisch. Rede ueber die Sintflut van de Thomas Huber is een modern voorbeeld van een schilderij met de werkelijkheid in de werkelijkheid. De ark van Noë is het onderwerp van het schilderij waarop een schilderij te zien is met alle voorwerpen in de ruimte en het schilderij waar wij naar kijken.
Een recent voorbeeld is het schilderij van Kurt, een verder onbekende, die het schilderijenkabinet van Rafke schilderde. De industrieel zit in een stoel en kijkt naar wanden vol schilderijen, ook naar een verloren gewaand schilderij van Giorgioni. Op een expositie - die een dag duurde - was dit schilderij en alle schilderijen die er op afgebeeld stonden te zien. Het bleken allemaal replica's te zijn. Rafke overleed kort daarna en is begraven in een stoel zoals hij op het schilderij zit. 






-Boven: Alex de Vries voormalig directeur Bossche KunstAkademie.
-Rechts boven: Rede über die Sintflut van Thomas Huber.
-Rechts: Florette Dijkstra in haar interview met De
Vries. 


foto's © gerard monté, 15 november 2007


Alex de Vries vertelde dat hij zijn opleiding kunsthistorie niet afgemaakt heeft. Hij sprak met waardering over de onlangs overleden Pierre Janssen die Nederland naar kunst heeft leren kijken. Kunstenaars maken werk, veranderen (de werkelijkheid), voegen toe. De kijker moet uitmaken wat het werk voor hem betekent. Hij gaat bij zijn dagelijkse recensies op internet dan ook uit van wat de kunstenaars doen, niet over de kunst. Hij werkt bij een communicatiebureua en geeft ook boeken uit over (onbekende) kunstenaars in kleine oplagen. Hij volgt sommige kunstenaars in het bijzonder zoals Marjan Teeuwen en Jacobien de Rooij.

Kunst moet volgens hem iets magisch hebben maar ook in zijn omgeving staan. Dat het werk gemaakt is, moest een noodzaak hebben,anders is het alleen maar esthetiek, mooimakerij. 

Kunstenaar in opleiding zijn niet blanco, hebben kennis van voorgangers, moeten daar wel tegen bestand zijn om eigen werk te kunnen maken. Daarop ontstond enige discussie in de zaal. De Vries: je moet je bewust zijn van je plaats in de kunst. Het huidige proces van steeds meer uiterlijkheden is niet te stoppen. Van Gogh was wel een armoedzaaier maar ook een beetje een mythe, hij heeft iets van een priester, een monnik, een ziener. Hij wordt af en toe een beetje misselijk van. 
Dijkstra: een kunstenaar is tegenwoordig nogal blij met de eerste scheet. De Vries: ja en dat is dan nogal genant. Vanuit de zaal reageerde Anna Lange -zij komt als 5e in deze reeks lezingen- die meende dat het kwam door de opleidingen die je klaarstomen voor de galeries. Een vierdejaars-studente bevestigde dat door de opmerking dat alles museumklaar moet zijn, het mogen geen schetsen zijn. Maar een tweedejaars zei dat het bij hun om het proces gaat, waar alles vandaan komt en hoe je "handschrift" is. De Vries reageerde met te wijzen op de eisen die de overheid stelt aan effectief beroepsonderwijs, na vier jaar studie moeten de mensen de markt kunnen betreden, de overheid is zelf ook een markt, net als b.v. de kunstuitleen.
Dijkstra meende dat de Kunstakademie van een Bauhaus-achtige omgeving via expositie-opleiding een school geworden is. De Vries schrijft over kunstenaars als Gerrit Dekker -die in 16 jaar niet exposeerde- en over Mirjam Kuitenbrouwer die internationaal bekend is maar in Nederland nauwelijks. Hij is een keer afgehaakt tijdens het schrijven over een kunstenaar en heeft dat dan ook niet gepubliceerd.
 (zie ook www.stersite.nl en www.galeries.nl)


Terug naar boven