Vereniging SociŽteit Casino

Printerversie
Gepubliceerd op: 12-09-2008 | Gewijzigd op: 04-03-2016
De Vereniging Sociëteit Casino bestaat op 27 oktober 2008 180 jaar De oorsprong van de VSC lag aan de Papenhulst, waar vlak voor de Binnendieze het sociëteitsgebouw stond  met dans-en toneelzalen. Daarachter lagen tennisbanen en over de Binnendieze de Casinotuin, behorend aan de sociëteit. 
------------------------------------
Op deze pagina:
-180  jaar VSC
-Gedenksteen F.van Lanschot keert terug
-Historie Sociëteit Casino [voorgeschiedenis]
-Op weg naar een nieuwe schouwburg
Link naar TheateradParade
Link naar Tom Odems
-------------------------
Vereniging Sociëteit Casino 180 jaar
Op 27 oktober 2008 bestaat de Vereniging Sociëteit Casino 180 jaar
De oorsprong lag aan de Papenhulst, waar vlak voor de Binnendieze de dans-en toneelzalen van de Sociëteit stonden, daarachter de tennisbanen en over de Binnendieze lag de Casinotuin die voor burgers was afgesloten. Maar in 1934-19356 bouwde de niet onbemiddelde vereniging een complete schouwbrug [twee zalen],met foyers en een theatercafé aan de Parade. De naam werd Casino.
Niet zonder strubbelingen over vergoeding en toneelafspraken ging dat gebouw in 1965 over naar de gemeente. Uiteindelijk mocht de VSC in de schouwburg 23 voorstellingen per jaar geven.
Met die overname en door de aanstelling van Luc van Gent [1867] als schouwburgdirecteur, ging deze culturele instelling over van een private naar een gemeentelijk beheer.
Bij de nieuwbouw van de schouwburg in 1974-1976 ontstonden er weer conflicten omdat de sociëteit lang geen voorstellingen kon geven en verhuisde geïrriteerd en tijdelijk eerst naar het Provinciehuis en daarop naar Tilburg.

De VSC is nog steeds een min of meer ‘elite-vereniging’ en redelijk vergrijsd, alhoewel er van alle kanten aan getrokken wordt om dat elitair en seniorenkarakter te doorbreken.
Met een speciale voorstelling van Herman van Veen vieren de circa 500 leden op maandag 29 september 2008 dit jubileum in TheateraandeParade.

De VSC steunt ook allerlei culturele initiatieven en uitgaven in de stad. Daarmee houdt zij haar doelstelling gestand.

Gedenksteen F. van Lanschot keert terug  7 september 2006. 
In de Casinotuin –nabij het bruggetje over de Binnendieze -staan twee beelden met de naam De Wachters. Deze opvallende pendanten zijn een cadeau van de bankiers F. van Lanschot aan de stad. Voor een toelichting is een gedenksteen ingelegd. Tot ergernis van de werkgroep van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch was die steen al jaren stuk. Bovendien bleek een letter ‘C’ van Jan Cees [van Lanschot] niet duidelijk leesbaar en werd als een ‘G’ uitgelegd. Na aandringen van de werkgroep en mbv de Stichting F.van Lanschot heeft de gemeente eindelijk opdracht gegeven tot reparatie [ verlijmd/ gelijmd]. In een betonnen bed keert de steen waarschijnlijk eind september 2006 terug.

De twee pendanten, die geschonken zijn door de bankiers F. van Lanschot aan de stad, worden De Wachters genoemd.
foto's © paul kriele, 7 september 2006.
Bij deze stadsentree via de Casinotuin lag ook een gedenksteen: op de linker foto onderaan. Die natuursteen werd op 30 augustus 2006 weggehaald voor reparatie.

Op de steen staat Geschonken door de J. C. van Lanschotstichting aan de Gemeente 's -Hertogenbosch, maart 1996.
De kunstenaar van de beelden is Eugène Dordeigne. In 1999 was er al sprake van een scheur in de steen die ook toen werd hersteld. Maar dus in augustus 2006 is eindelijk gehoor gegeven aan de opmerkingen van de Kring Vrienden van 's-Hertogenbosh om de steen opnieuw te herstellen van de al lang bestaande scheuren.
Meer over Casinotuin zie hieronder bij Casinotuin

175 jaar Vereniging Sociëteit Casino - 17 november 2003.   
Het afgelopen weekeind is het 175-jarig bestaan gevierd van de Vereniging Sociëteit Casino, tegenwoordig Sociëteit Casino. Bij die gelegenheid ontving zondagmiddag - na een concert van José Cura - burgemeester Rombouts het eerste exemplaar van het jubileumboek ‘Theater in drie eeuwen’. Het boek is het geschenk van het sociëteitsbestuur aan de 700 leden.  
Voor de burgemeester was het ook werkelijk het eerste boek. Dat maakte dat Rombouts niet kon refereren aan een dieptepunt in de relatie van de Sociëteit met de gemeente. Nadat in 1969 de VSC haar eigen gebouw aan de gemeente had verkocht, moest zij door tegenslagen in de bouw van een nieuwe schouwburg [1974-1976] tijdelijk met haar leden voor voorstellingen naar de Tilburgse schouwburg verhuizen.

mr.Albert Swane , *' s-Hertogenbosch, 23 maart 1910 +Vught, 8 juni 1997], was in zijn werkzame leven advocaat van het Bossche bisdom. In 1935 werd hij gevraagd de Vereniging Sociëteit Casino uit het slop te komen halen. Een jaar daarop is de op de Bossche Markt geboren Swane, benoemd tot secretars/penningmeester van de Sociëteit.


In 1936 werd de, op de Bossche Markt geboren, Swane, benoemd tot secretars/penningmeester van de Sociëteit.

foto ©  paul kriele, 11 juni 1991.
 

Het vroegere hoofd stadsredactie -Jac Luyckx- die de redacteur is van het jubileumboek, ontving de bronzen plaquette van de Sociëteit uit handen van Paul van Rosmalen, de voorzitter van de Sociëteit. 
De vroegere gezelligheidsvereniging die de leden vermaakte met voorstellingen in het voormalige Casino aan de Papenhulst en vanaf 1935 aan de Parade, en vanaf 1976 in TheateradParade, is naast een aanbieder van cultuur ook, zoals sprekers tijdens het jubileum aangaven, een sponsor van groot en klein theater. Per jaar gaat -maximaal - € 50.000  naar bijv. het Vocalistenconcours, Theaterfestival Boulevard en onder meer Muscica Ducis, maar ook naar kleinere amateurverenigingen.
Er heerst voor de merendeels ouderen [gemiddelde leeftijd 70 jaar] een ‘ons kent ons-sfeertje’. Dat maakt dat de sociëteit jongeren nog weinig aanspreekt en op hen nauwelijks aantrekkingskracht uitoefent.

Opmerkingen:  De Sociëteitsplaquette naar ontwerp van Niel Steenbergen.
Jac Luyckx is –na Marijke Overberg, archivaris Louis Pirenne en Jac Stienstra- de vierde buitenstaander die de plaquette mocht ontvangen.

Het oude sociëteitsgebouw met
dans-en toneelzaal aan de Papenhulst.

Ruzie gemeente - Sociëteit Casino 1974-1976. Dat was een hectische periode:
-de bouw die tussen 1974-1976 verliep 
-geen theaterseizoen
-concerten die in het Provinciehuis plaatsvonden 
- processen omdat de schouwburgloze VSC de gemeente aanklaagde vanwege wanprestatie.

In die tijd vervoerde de VSC haar leden met bussen naar theatervoorstellingen in Tilburg, terwijl het Brabants Orkest wel in de stad [Provinciehuis] bleef spelen! 

De toekomst
VSC heeft mede met het oog op de toekomst, in haar functioneren duidelijk een onderscheid aangebracht:
- als de VSC met een logo [en onderschrift] dat aangeeft 
een vereniging voor theater ’s-Hertogenbosch te zijn. 
- de VSC als sponsor, met een ander logo en ondertekst, dat aangeeft Fonds voor cultuur ’ s-Hertogenbosch te zijn. noot redactie jubileumboek:
Luyckx heeft drie jaar over onderzoek schrijven en samenstellen aan het boek gewerkt. Luyckx is het voormalige hoofd stadsredactie van het Brabants Dagblad, maar was als secretaris van de jury [Albert Swaneprijs] aan de Sociëteit verbonden. Luyckx maakte zich voor drie jaar vrij om het boek ‘Theater in drie eeuwen’ te kunnen realiseren.

de historie
Deel I: De voorgeschiedenis van het Theater aan de Parade

Theater aan de Parade is een naam die in 1996 werd gelanceerd. Dat gebeurde tegelijk met de introductie vaneen nieuwe huisstijl. Het was uiteraard een enorme ingreep om alle uitingen van de nieuwe naam aan te passen.
Voor die tijd was ‘ Casino’ het begrip voor alles wat met de Bossche schouwburg had te maken. 
Het begrip -[Vereniging Sociëteit]- Casino 
Het woord Casino is voortgekomen uit de Vereniging Sociëteit Casino, opgericht in 1828 en gevestigd aan de Papenhulst. Behalve een sociëteit beheerde deze Vereniging ook enkele toneelzalen, een Casinotuin en tennisbanen, gelegen achter- wat later werd genoemd- ‘het oude Casino’.

De aan weerszijden van de Binnendieze gelegen gronden die de Vereniging bezat, gingen in 1932 in ruil over naar de gemeente ‘s-Hertogenbosch.

De VSC kreeg daarvoor in de plaats het voormalige terrein van de veldartillerie, waartoe de paardenstallen en enkele dienstgebouwen aan Parade/Triniteitstraat behoorden..
Voor de Sociëteit bood de transactie de mogelijkheid op die plaats een nieuwe schouwburg te bouwen voor het veel te krap geworden oude Casino aan de Papenhulst..
De Arnhemse architect C. Brück maakte in 1933 het ontwerp van een sociëteitsgebouw aan de zijde van de Parade en daarachter een concertzaal met 750 plaatsen en grenzend aan de Cavaleriestraat een schouwburgzaal met 1200 plaatsen. De toenmalige aan de voorzijde gelegen sociëteit Chique a Cheval, heeft in de jaren zestig de functie gekregen van Theater Café.De Casinotuin

Gedenksteen F. van Lanschot keert terug
/ den bosch, 7 september 2006. 
In de Casinotuin –nabij het bruggetje over de Binnendieze -staan twee beelden met de naam De Wachters. Deze opvallende pendanten zijn een cadeau van de bankiers F.van Lanschot aan de stad. Voor een toelichting is een gedenksteen ingelegd. Tot ergernis van de werkgroep van de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch was die steen al jaren stuk. Bovendien bleek een letter ‘C’ van Jan Cees [van Lanschot] niet duidelijk leesbaar en werd als een ‘G’ uitgelegd. Na aandringen van de werkgroep en mbv de Stichting F.van Lanschot heeft de gemeente eindelijk opdracht gegeven tot reparatie [ verlijmd gelijmd]. In een betonnen bed keert de steen waarschijnlijk eind september 2006 terug.  

'De Wachters',
 deze twee pendanten, werden geschonken door de bankiers F. van Lanschot aan de stad.
Bij deze stadsentree via de Casinotuin lag ook een gedenksteen: op de linker foto onderaan. Die natuursteen werd op 30 augustus 2006 weggehaald voor reparatie.


foto's © paul kriele, 7 september 2006.

De Casinotuin van de Vereniging Sociëteit Casino [VSC] 
Casinotuin was vroeger- in de negentiende eeuw- een vuilstortplaats die later werd verplaatst naar het terrein langszij de stadswal aan de Hekellaan. Dat terrein kreeg de bijnaam 't Stortje. Daars treken kort na 1900 trekkende zigeuners neer met hun karren en woonwagens. Zo kreeg de stad zijn eerste woonwagenkampje. Totdat in de jaren 30 de Siep [Vogelbuurt] aan de Ortheneseweg werd gebouwd. 
Weer later is die vuilstort verplaatst naar de Isabellalaan, waar ook al een soort afslag en hondenkennel zat. Het is nu Autoschade Nuyten.

Faillissement
Met de bouw is in 1934 door de firma ‘Van Lieshout Bouwondernemers’ aangevangen. De opdrachtgeefster -de Vereniging Sociëteit Casino-gaf de exploitatie in handen van een speciaal daartoe opgerichte maatschappij: de firma Lethe. Amper geopend raakte die exploitatiemaatschappij van de ‘modernste schouwburg van Nederland’ failliet. Een wankel beheerschap en oplopende kosten bij de exploitatie waren daar debet aan. Het gebouw kwam maanden leeg te staan.
Stadsredacteur Niek de Rooij, die speciaal rond de opening een Bossche revue had geschreven, moest met de voorstellingen uitwijken naar het Concertgebouw...

Aan de heren Martens en Top die de plaatselijke bioscopen Luxor en Cinema Royal en het Concertgebouw exploiteerden werd gevraagd ook het Casino onder hun beheer te nemen. Top zag daarvan af, maar met Pierre Martens kwam in 1936 de Vereniging tot een akkoord.

Martens betrok de bovenwoning boven de sociëteit en binnen de kortste tijd ontwikkelde deze ‘vlotte en energieke’  zakenman zich tot een uitstekend manager van een- voor die tijd al- multifunctioneel gebouw. Martens wist naast de reguliere theatervoorstellingen ook grote congressen en zakelijke bijeenkomsten naar de stad te halen. Hij pakte bovendien met succes de ledenwerving aan die in het slop was geraakt.Oorlog 1940-45

In de oorlogsjaren 1941-1943 legden de Duitsers beslag op het gebouw. Martens wist ondanks al die beperkingen zo goed en zo kwaad als het ging, het beheer voort te zetten. Maar voor de leden van de VSC bleef de schouwburg gesloten.
Door de vindingrijkheid van de gewiekste advocaat/adviseur Albert Swane-die vervolgens als secretaris/penningmeester opgenomen werd in het bestuur- zijn ook in financiële zin de Sociëteit en de schouwburg, overeind kunnen blijven.
Martens pakte na deze grijs/grauwe episode in de geschiedenis van de Bossche schouwburg, in juni 1946 de draad weer op.
Ondersteund door eigentijdse middelen van publiciteit bracht hij een seizoensprogramma uit en contracteerde gerenommeerde theatergezelschappen.

Opmerking: Over dat beheer door Martens staken na de oorlog allerlei verwijten en verhalen de kop op. Martens is voor het
‘ oorlogstribunaal 40-45’ vrijgepleit.

Tegenslagen
Na de bevrijding waren er nog genoeg hobbels die overwonnen moesten worden. De effecten van de oorlogsschade werden steeds nijpender. Na vele gesprekken en talloze correspondentie was het Swane-geassisteerd door expertisebureau Suyling- uiteindelijk gelukt een deel van de oorlogsschade, waarvan uitbetaling lang op zich had laten wachten, te kunnen incasseren.

In diezelfde tijdspanne trachtte bestuursid Swane financiers aan te trekken daarbij gebruik makend van zijn netwerk. In die dagen waren de uitvoeringen voor theater en concert nagenoeg ongesubsidieerd.
Het herstel van de kleine, resp. grote zaal kwamen in 1955, resp. 1959 gereed.
In de jaren vijftig bleek het begrip ‘modernste schouwburg’ niet meer van toepassing te zijn op het Bossche Casino. Vooral de gebrekkige artiestenaccommodatie en ontbrekende faciliteiten in de toneeltoren manifesteerde zich steeds duidelijker.
  ‘kunstencentrum’: l‘histoire c’est repête

De eerste tekenen die duidden op de behoefte aan een nieuwe congres-gehoorzaal dienden zich al in 1944 - ’terstond na de bevrijding’- aan. Daar was aanleiding te over voor, behalve de oorlogsschade die in de zalen en foyers van het Casino zichtbaar bleef, was inmiddels ook het inzicht op de inrichting van een schouwburg geperfectioneerd.
Maar er was meer, zo blijkt uit een uitvoerig artikel in de Provinciaal Noordbrabantsche en ‘s-Hertogenbossche Courant.

Zoals ‘de beeldende kunst die er nog het slechts voor stond’, zo schrijft redacteur R.B. . Verder somt deze redacteur - behalve een toneelacademie -ook nog op: het gebrek aan een concertzaal voor het nog jonge Brabants Orkest dat in het Kruithuis ‘zijn home’ had, én een muziekschool. De stedelijke muziekschool had onderdak gevonden in een voormalige noodwoning aan de Pelssingel. Nog voor het einde van de oorlog nam de particuliere ‘Kunstkring 1944' het initiatief tot de oprichting van een ‘Stichting Kunstcentrum’. Begin 1945  kreeg een commissie olv stadsarchitect Piet van Kessel de opdracht de wensen en mogelijkheden van een Kunstcentrum te onderzoeken. Binnen het jaar kwam de commissie met een pleidooi voor de stichting van een stadsgehoorzaal, een academie voor beeldende kunst, een muzieklyceum, expositiezalen en ateliers voor beeldende kunstenaars, filmzalen en een toneelschool.traag stadsbestuur
Het traject naar de nieuwbouw was langdradig en verliep stroef. Burg. Hein Loeff fungeerde in dat spel als motor van een plan voor een congres-gehoorzaal annex concertzaal.

Acht jaar later [1953] pakt hij de draad weer op. En weer eens zeven jaar zouden verstrijken wanneer de raad zich wederom over de nieuwbouwplannen buigt [1960].

In 1953 werd een commissie samengesteld met burgemeester Loeff aan het hoofd. Die commissie moest het College van B&W gaan adviseren over een eventueel op te richten cultureel centrum. De in tweede instantie ingestelde subcommissie gaf al adviserend de lokatie aan: de Casinotuin inclusief de zuidzijde van de Hekellaan. Bedoeld werd een strook grond die zich uitstrekt vanaf het /Vonk en Vlamterrein tot en met de oksel van Het Bossche Broek. 

Het gebied was zo uitgestrekt omdat ook het Provinciaal Genootschap, gevestigd in de middeleeuwse St. Jacobkerk, gefixeerd raakte op een museale functie en naar nieuwbouw uitkeek. Als niet-gemeentelijke stichting werd dat Genootschap overigens als een moeilijke schakel in de plannen ervaren.
De optie –breed uitgemeten in de pers [Volkskrant en Brabants Dagblad] oogde tamelijk riant.
Klijnen en Bijvoet beperken zich voorlopig tot de gehoor-congreszaal. De plannen voor het Provinciaal Genootschap en de muziekschool worden even geparkeerd.

Na het verschijnen van een rapport van de hierboven genoemde commissie voteerde de raad op 16 augustus 1954 een krediet voor ‘een meervoudige opdracht voor het projecteren van een Cultureel Centrum’. Nadat de Algemene Commissie concludeerde dat een toekomstig Cultureel Centrum moet bestaan uit een gebouwencomplex voor het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen, een gehoor-congreszaal met 1500 plaatsen en een muziekschool, besloot de raad op 10 september 954 dertigduizend gulden te reserveren voor een opdracht aan 4-5 architecten.bouwprijsvraag

Aan deze in de vorm van een prijsvraag uitgeschreven opdracht, omschreven als ‘de lokatiekeuze voor een nieuwe stedenbouwkundige ontwikkeling’, nemen vijf architecten deel: ir. B. Bijvoet [architect van de Tilburgse schouwburg, prof. F. Eschauzier, ir. P. Klijnen, ir J. van de Laan en ir. N. van de Laan.
Een jury beoordeelt de inzendingen. Daarop volgt op 8 november 1955 een besloten raadsvergadering waarin dat juryrapport aan de orde komt. Het doet een aabeveling om het ontwerp van ir. P. Klijnen, dat ‘als beste van de vijf’ wordt aangemerkt, verder uit te werken. Ir G. Bijvoet zal hem vanwege diens bekendheid met gehoorzalen daarbij assisteren. 
Daaropvolgend neemt de raad het besluit [21-12-1955] om 40.000 gulden te reserveren voor het maken van een uitvoerig schetsplan voor een gehoor-congreszaal door Klijnen/Bijvoet.

Bosch' Cultureel Centrum
De Provinciaal Noordbrabantsche en ‘s-Hertogenbossche Courant verschijnt in die maand onder de kop ‘Het Bossche culturele centrum’ met een uitgebreid artikel. waarin wordt ingegaan op de visies van de vijf eerder genoemde architecten. [BD,10-12-1955]
 De inzending van Klijnen staat in de publicatie prominent beschreven. De maquette toont een congres-gehoorzaal annex restaurant, gesitueerd in de eerder genoemde oksel van het Bossche Broek, het provinciaal Genootschap in de Casinotuin en de Muziekschool langszij de Pettelaarseweg.

Presentatie maar nog geen besluit!
Hoewel de verwachting is dat ‘voor augustus 1956 de beide ontwerpers klaar zijn zodat een kostenberaming mogelijk wordt, duurt het vijf jaar vooraleer het Brabants Dagblad [27 juli 1960] kan berichten over de ‘Informatieve bespreking van de Gemeenteraad‘.
Die raad, dit keer bijeenkomend in het kantoor van Licht en Water op de Koningsweg, liet zich door architect Klijnen uitvoerig informeren over ‘de ontwikkelingen der plannen voor de bouw van een gehoor-congreszaal’ van de combinatie Klijnen-Bijvoet.
Vooraf excuseerde burgemeester Loeff, overigens zelf hoofd van de in 1953 ingestelde commissie, zich uitvoerig waarom het zo lang had moeten duren.
Dat met het rapport van de commissie Van Kessel niets was gebeurd, vond zijn oorzaak in het feit dat het doorkruist was door andere belangen...
Loeff beklemtoont voorafgaand aan de zitting, dat hier geen besluiten zullen worden genomen. Hij zegt dat ‘een algemeen cultuur-politiek evenmin aan de orde komt’.
[Noot Kleijne /Klijnen: In het BD [27-7-1960] staat P. Klijnen geschreven als J. Kleijne]  de landelijke pers
De Volkskrant en Vrij Nederland gaan kort erna ook in op het ‘weergaloos project’, dat - in stedebouwkundig opzicht- een landelijke uitstraling heeft én uitvoering verdient.
Mr. A. J. van Rooy betitelt in De Volkskrant het schetsplan van Klijnen als ‘een witte kartonnen doos met zijn bizarre prisma-achtige deksel’, een gebouw waarin het licht als in scherven binnenvalt.’ ‘s-Hertogenbosch en daarmee geheel Nederland zouden in cultureel en vooral architectonisch gezien, de boot missen wanneer dit sterke en boeiende plan niet tot een plastische werkelijkheid komt’.
Vrij Nederland ziet nav dit ‘betoverend ontwerp’, dat ‘het ontwaken van Brabant uit de slaap van generaliteitsland in volle gang is. Het laat zien dat er zich de geestelijke en financiële krachten, die een kernmerk van de jeugd zijn, aan het losmaken zijn. 
De kans van Den Bosch, maar ook een kans voor vaderlands onbegrip en bureaucratische onlust tegenover vaderlandsche krentenwegerij’, aldus redacteur Gert van Zuylen.  sociëteit versus schouwburgdirectie
Het jaar 1964 was wederom cruciaal in de ontwikkeling van het Bossche theater. Maar er gaat nog een niet weg te poetsen impasse aan vooraf. Op het eind van de jaren vijftig speelden twee zaken.
Als eerste te noemen een rapport van de rijkscommissie waarin enerzijds een compliment werd uitgedeeld over het beheer en het veelzijdige repertoire van de schouwburg en waarin anderzijds een renovatie van het interieur noodzakelijk werd geacht.
Opnieuw stond de schouwburgdirectie voor een financieel debacle. Martens trachtte dat op te vangen door een meer commercieel getinte exploitatie, een idee dat hem door het bestuur van de VSC niet in dank werd afgenomen.
Niet alleen in dat opzicht, ook in zijn meer commerciële benadering van de publieksgroep stond hij vaak in conflict met het autoritaire Sociëteitsbestuur waarbinnen Swane overigens een uitzondering was. 
In een tussentijds contract met bierleverancier Heineken bedong de brouwer dat zij levenslang drank aan de schouwburg mocht leveren. Als tegendienst verlichtte Heineken de schuldenlast van de VSC.
afstoten van de schouwburg
De tweede zaak die eind jaren vijftig speelde was de groeiende wens bij het sociëteitsbestuur om het gebouw, dat als een blok aan het been werd ervaren, af te stoten. De onderhandelingen met het stadsbestuur over het beheerschap in relatie tot een financieel-evenwichtige exploitatie intensiveerden zich in de loop van de zestiger jaren.
Dat gebeurde ook onder druk van de publieke opinie die zich steeds meer opstelde tegen het elitaire, besloten beheer van een Casinoschouwburg.
Door de komst van burgemeester Rob Lambooy van Hengelo naar Den Bosch volgde ook een wending in het beheerschap van de schouwburg. Lambooy had met succes, zoals dat ook in Eindhoven en Tilburg was gebeurd, van een particulier beheerde schouwburg een gemeentelijk theater gemaakt

Overdracht onder Luc van Gent
In stilte had hij al met zijn beoogde kandidaat voor het directeurschap in Utrecht een gesprek gevoerd. Dat was Luc van Gent, toenmalig regisseur bij de Nederlandse Televisie Stichting NTS, voorloper van de NOB, die in juni 1967 zijn benoeming kreeg. 

Op 1 juli 1965 is de schouwburg aan de gemeente Den Bosch overgedragen. In de onderliggende clausules was mede bepaald, dat Pierre Martens, als lasthebber van de gemeente, het beheer over de schouwburg zal -blijven- voeren. Daarnaast was hij ook nog directeur van de Vereniging Sociëteit Casino [scriptie pag 51].

Tekening: Publicatie van dit plan met perspectief tekening uit het Noordbrabantsch Dagblad Het Huisgezin van 18 februari 1933. 

Deel II: opweg naar een nieuwe schouwburg

Het uit 1935 daterende Casino aan de Parade bleek na 35 jaar verouderd. Er vertoonden zich steeds meer mankementen, ook de toneelvoorzieningen bleken achterhaald en voldeden technisch gezien niet meer.
De behoefte groeide aan een wat riantere outillage voor de artiesten. De klassieke inrichting maakte het onmogelijk tegelijkertijd en onhoorbaar voor elkaar voorstellingen voor traditioneel toneel en muziek, naast meer eigentijds theater te houden.
En zo waren er wel meer factoren op te noemen die ten nadele van het aan de buitenkant degelijk ogende gebouw uitviel. Een schouwburg die toch hier en daar blijvende schade van de oorlog had opgelopen.
Verkoop
Als onderliggend maar cruciaal feit staat in 1965 de verkoop door de Vereniging Sociëteit Casino van haar schouwbrug aan de gemeente voorHfl. 3,4 miljoen gulden.
Bij die transactie hoort de contractueel vastgelegde toezegging dat de Sociëteit jaarlijks 23 voorstellingen afneemt tegen een economische huurprijs voor de grote zaal, een afspraak die voor twintig jaar werd aangegaan.
De twee kapiteins Odems [aanvankelijk nog als filmexploitant, vervolgens directie-assistent en kort na Van Gents aantreden benoemd tot bedrijfsleider] en Van Gent [benoemd in juni1967] hebben in de aanloop naar nieuwbouw heel wat zitten bakkeleien en gediscussieerd. Van Gent voelde zich aan Odems ‘complementair qua interesses en capaciteiten’ . 

Vervolg nieuwbouw

Er liepen twee sporen: een plan tot restaureren [verbouwen] en een renovatieplan.
Een aanvankelijk beoogd herstelplan, opgesteld door de stadsarchitect Piet Keulemans, begon in kosten steeds maar hoger uit te vallen en kwam uiteindelijk op Hfl. 7 miljoen gulden uit. Volgens de lezing van Luc van Gent is het plan van Keulemans, dat door een overdaad aan besprekingen steeds minder actueel raakte, door burgemeester Lambooij afgewezen.

Markanten feiten spelen in die geschiedenis ook nog een rol: de gasontploffing van het Concertgebouw in 1965 en het afstoten van Cinema Royal. Incidenten die de roep om nieuwbouw van het Casino bevorderden.

Het politiek plaatje zag er als volgt uit :
Het eerste programma van eisen kwam van wethouder Geert Verkuylen [1968-1970 eerste wethouderschap] tbv ‘een volledige renovatie’.
In 1967 stelde schouwbdirecteur Luc van Gent het ‘ideale plan’ voor, dat een totale verbouwing van Hfl. 11 miljoen gulden inhield in plaats vande eerder voorziene Hfl. 7 miljoen.

Rond de nieuwbouw van het uit 1935 daterende Casino speelden nog wat verwikkelingen: eerst heeft de Rotterdamse architect Fledderus een bouwplan uitgewerkt. Fledderus nam dit op zich maar de man overleed vroegtijdig.
Ben Kraaijvanger nam het over en kwam op H fl. 15,2 voor een Multi functionele schouwburg
en een beperkt plan voor Hfl. 12 miljoen.
Op 28- september 1973 volgde een goedkeuring gemeenteraad..voor plan van Hfl. 12,8 miljoen.
Intussen liep die Hfl. 12, 8 snel op naar Hfl. 16,3 miljoen..

Oud D66 wethouder Jan van Berkom herinnert  zich de heftige discussies in de Raad.
Voor restauratie kozen: Bosch Belang(Neefs) en Knillis (Antoine Jacobs)
Achter het verbouwingsplan van stadsarchitect Keulemans : KVP die een meerderheid in de raad had olv Geert Verkuylen) en de AR.
Voor nieuwbouw pleiten PvdA ( Bram Stemerdink), PPR (Willems), D66 (Anton Becker).
De VVD bleef op de vlakte.
Van Berkom: 'Maar uiteindelijjk ging men akkoord met mijn voorstel Programma van Eisen met een budget van Hfl. 17 miljoen.'

Jan van Berkom, toenmalig wethouder over de nieuwbouw  
Jan van Berkom [D'66]** die namens de gemeente de bouwpastoor was, werd na de gemeenteraadsverkiezing [1974] opgevolgd door Ton Lensen [PvdA]. Maar in de praktijk was Tom Odems de bouwpastoor. De wethouder leidde als voorzitter van de bouwcommissie het karwei.  
Doordat Fledderus onverwacht overleed wees de Rotterdamse Kring van architecten een voor dat werk geschikte opvolger aan. Het werd het bureau Kraaijvanger met Jan Maas als de leading architect. Dat bureau werd geconfronteerd met een nogal ‘ prestigieus project’, aldus voormalig schouwburgdirecteur Luc van Gent in een terugblik .  **Jan van Berkom was in die tijd wethouder voor cultuur, onderwijs en jeugdzaken.
Door de complexiteit en de overschrijding van het budget als gevolg van een steeds toenemend programma van eisen, werd Kraaijvanger jr. bij het bouwteam betrokken.  
Toevallig was deze Ben Kraaijvanger, kort ervoor zijn vader opgevolgd en bovendien was hij afgestudeerd op een project ‘ schouwburg’.  

De begeesterde Tom Odems speelde in dat ‘ toenemend programma van eisen’ een doorslaggevende rol, zodanig zelfs dat Kraaijvanger een geheel nieuw plan moest gaan uitwerken dat wel aan tal van nieuw ingebrachte voorschriften moest voldoen. Het nogal steil oplopend balkon is een effect van Toms eisen dat nog dagelijks voelbaar is. Die opstelling is noodzakelijk omdat de grote zaal ook dienst doet als filmzaal. Vanaf alle zitplaatsen moet het toneel, liever het filmscherm zichtbaar blijven. Dat laatste element is bij een toneelvoorstelling minder doorslaggevend.
Sloop
Nadat de sloop in de zomer van 1974 was afgerond werd een damwand rond het te bebouwen terrein geslagen. Voorjaar 1975 ging de eerste heipaal de grond. Aan aannemer Wilma werd de opdracht gegund. Jan van Berkom was in die aanloopjaren de verantwoordelijke wethouder -voor Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening, tegenwoordig Stadsontwikkeling.
De aanneemsom voor de nieuwbouw bedroeg Hfl. 17 miljoen gulden. 
Opening
Voorjaar 1975 zijn de eerste contouren van de Pleinzaal, een zaal voor onder meer experimenteel theater en muziek. Daarin manifesteert zich de visie van Van Gent over een eigentijdse schouwburg.
December 1975, krap een jaar voor de officiële opening, 'ging het dak erop' . September 1976 vond op de eerste foyer de ceremoniële oplevering plaats.
Op 16 oktober 1976 werd de nieuwe schouwburg officieel geopend.

Architect Ben Kraaijvanger zei bij die opening: ‘Ofschoon in de geschiedenis van het Casino steeds een dertig-jaren-periode valt af te lezen, wens ik dit complex een boeiende geschiedschrijving voor een veel langere periode toe’…..

Contractbreuk met Vereniging Sociëteit Casino
In de periode van de sloop/bouw was de Vereniging Sociëteit Casino gedwongen haar leden het afgesproken aantal voorstellingen te blijven offreren. 
Door de schouwburgdirectie werd haar dat onmogelijk gemaakt, zo stelde bestuurslid mr. Swane. Noodgedwongen moest de VSC uitwijken naar de Tilburgse Schouwburg. Met busladingen vol theaterliefhebbers toog men naar de wolstad. Deze intriges werden breed in de regionale pers uitgemeten.
De concertuitvoeringen van Het Brabants Orkest verplaatste zich intussen naar het St.Janslyceum.

Voor het bestuur van de Sociëteit was de sloop en de nieuwbouw aanleiding het huurcontract van 1965 op te zeggen. Zij gaf daarbij als verklaring dat de huurovereenkomst was beëindigd door de opheffing van het gebouw.
Dat juridisch steekspel dat zich tussen de gemeente ’s-Hertogenbosch en de VSC voltrok, eindigde in een uitspraak van de rechter die gunstig uitviel voor de Sociëteit. De gemeente had aan het kortste eind getrokken.... 

Bronnen: Interviews met Tom Odems, Luc van Gent en vele anderen in het voorjaar en zomer van 1994.
Boek ‘Tommies D-day’ , oktober 1994.  Jac Luyckx 'Drie eeuwen theater'.
© paul kriele, historische opzet: 14 maart 2003/gewijzigd oktober 2003/ enkele aanpassingen inmaart 2016. 



Terug naar boven