Bram Mosczkowicz gastspreker in Toonzaal/synagoge

Printerversie
Gepubliceerd op: 13-12-2009 | Gewijzigd op: 14-12-2009
Zondagmiddag-13 december 2009 - hield de Stichting Bernardus Hartogensis in de voormalgie Bossche synagoge, die vanaf 1994 de Toonzaal heet, een bijeenkomst waar de advocaat-met-joodse-achtergrond Bram Mosczkowicz  gastspreker was. Joods en in de tijd van het achtdaagse Chanoekafeest wanneer  de kaarsjes van de menura worden aangestoken. Die ceremonie ging aan de lezing vooraf toen rabbijn Shmuel [Samuel] Spiero een historische terugblik gaf op de familie Spiero en het Joodse Chanoekafeest toelichtte

Drie maal advocaat Bram Mosczkowicz die -chronoligisch gezien- nog in de Toonzaal zou spreken voor de stichting Bernardus Hartogensis.

-Boven voorafgaand aan de lezing hield rabbijn Shmuel Spiero een voordracht en uiteenzetting over Joodse gebruiken en met name over het Chanoekfeest en sprak daarbij Beragotgebed uit  en zong na het aansteken van drie van de 8 kaarsjes op de menora, het lied 'Ma'Oz Tsoer'.
Op de eerste rij o.a. Marijke Wagenaar, Bram Mosczkowicz en rechts Onno Hoes.


Boven: de rij van genodigden  vlnr in rood oud-directeur Noordbrabants Museum Margriet van Boven met echtgenoot de publicist en taxateur Herbert Jan Reijmersma, loco-burgemeester Bert Pauli, Albert Verlinde en echtgenoot Onno Hoes en Bram Mosczkowicz en Marijke Wagenaar.-



foto's © paul kriele, 13 decemebr 2009

Na een welkom door de voorzitter van de stichting Bernardus Hartogensis - Hans Dona - en een optreden van drie leden van de Amsterdamse Shtetl-Band, die daarna nog in een vollediger formatie Joodse muziek ten gehore zou brengen, sprak Mosczkowicz over zijn beroep als advocaat en af en toe over zijn - zieke - vader die na drie jaar deternering in een gijzelaarskamp, kort na de oorlog '40-'45 van beroep strafadvocaat werd.

Links: stichtingsvoorzitter Hans Dona geeft de Amsterdamse advocaat ter herinnering een zilveren penning cadeau, die herinnert aan de afronding van de restauratie van de synagoge in1994. Ook rabbijn Shmuel Spiero ontving de historische penning van de synagoge. Rechts zijn zoontjes Pinny Pinchas Eliahoe] en Mendy [Menachem  Mendel]. 
foto's © paul kriele, 13 december 2009.

Dat Bram veel van zijn vader [heeft overgenomen] viel in zijn boeiende lezing over zijn eigen beroep en opstelling, het afglijdend Nederlands strafrecht, foute collega's en bepaalde strafzaken, waarover spreker soms angstvallig enige verwijzing vermeed, bleek aan al deze anecdoten die daarop betrekking hadden.

Het aansteken van drie kaarjes op de menora door Bram Moszckowicz en rabbijn Shmuel Spiero, de kleinzoon van tandarts Barend Spiero en oomzegger van Gientje [Regina] Spiero. De Amsterdamse Shtetl-band.
zie ook Joodse muziek

Lezing door Rabbijn  ShmuelSpiero
Het is voor mij een bijzondere dag, en een bijzondere plek om hier te staan. Dat was 25 jaar geleden voor het laatst. De tijd  dat mijn grootvader Barend Spiero, voorzitter was van de Joodse gemeente en ik links achter in de hoek zat.
Ik overnachtte vaak bij mijn grootouders op de Oude Dieze 8, of bij tante Gientje [Regina] Spiero van de muziekwinkel die van haar 16e tot ver in haar tachtigste de winkel in de Kerkstraat leidde. Als we naar haar schreven dan zetten we op de enveloppe Tante Gien Den Bosch. De brief kwam altijd aan.

De rabbijn van Bossche afkomst Shmuel Spiero voor wie het 25 jaar geleden was dat hij deze synagoge bezocht.

foto © paul kriele,13 december 2009.

Dit  achtdaagse Chanoekfeest brengt de boodschap dat we  met niet Joodse  mede burgers vieren.
We steken de menura [kaarsenhouder met acht kaarsjes] aan  ter herinnering aan de bevrijding van de Griekse bezetting van de tempel, waar in het donker het kleine kannetje met olie dat we nog bezaten, acht dagen bleef branden.'

Na afloop van zijn rede ontving rabbijn Spiero, die in dienst is bij het Inter Provinciaal Opper Rabinaat, uit handen van de voorzitter van de stichting Bernardus Hartogenis - Hans Dona - een zilveren herdenkingsmunt ui 1996, het jaar van het gereedkomen van de restauratie van de synagoge, die vervolgens muziektheater werd.
Shmuel Spiero moest na afloop voor een ander chanoekafeest inderhaast naar Uitgeest afreizen.
Vervolgens was het de beurt aan twee leden van de Amsterdamse Shtetl-Band die met viool en kleine cimbel authentieke  Joodse liederen ten gehore brachten.

Mosczkowicz kwam nog net op tijd de zaal binnen gestapt, terwijl de organastie vreesde dat het soms onbereikbare Den Bosch hem zou doen vertragen..
'Het is een bijzondere dag voor mij, 'zo begon de populaire advocaat Ik rijd Den Bosch in op een koopmiddag, zo noemen ze dat toch, en krijg zo waar een speciale parkeerplaats toegekend en toch voel ik me alleen vandaag.
Dat komt omdat Albert Verlinde meestal naast me zit en nu is dat Onno Hoes, 

Advocaat registreert een afglijden in de rechtspraak en een aantasting van de posite van advocaat
Mosczkowicz was gevraagd een lezing te houden over strafrecht in realtie tot zijn Joodse afkomst.
'Het jodendom en je vak. Het heeft er alles en ook niets mee te maken. Mijn werk  heb ik van mijn vader geleerd. Vader weet overigens meer van de Talmoed en het Joodse strafrecht dan ik. Dus he twas beter geweest dat hij hier had gestaan.. Voordat ik naar hier kwam ging ik bij hem, die overigens erg ziek is, te rade over wat ik zou zeggen. 
Vader zei me: 'Vertel wat in je opkomt. Dat heeft te maken met wie je bent en waar je vandaan komt.
Goed, ik zal ook wat wetenswaardigheden vertellen.
Vroeger stond de positie van advocaat gelijk met dat van pastoor, predikant of een doctor in bijv. de geneeskunde. Hij was een gezien figuur. Maar dat is afgekalfd doordat men mondiger en kritischer is geworden en dat heeft weer te maken met de voortschrijding van de democratie. 

Advocaat Bram Mosczkowicz loopt in de sporen van zijn vader.
\
foto © paul kriele,13 december 2009.
 
afglijdend beroep

De signatuur van een advocaat heeft ook onder corrosie te lijden. Er zijn er die vaak proberen recht te praten wat krom is. Ze zijn een soort advocaat van de duivel geworden.
Ook komt het voor dat beroepsgenoten naar cde aard van dew pesoon of de persoon handel. Die zijn geen spat voor  hun neus waard. Als ik iemand verdeig dan doe ik dat voor de 100%.

Mosczkowicz noemt drie gevallen die hij niet zal verdedigen:
-een extreem rechts figuur ,
-een vriend
-en oorlogsmisdadigers.
Bij de laatste twee gaan er teveel emoties in me om en dan kun je niet zuiver oordelen.

Het recht met een hoofdletter is zo iets heiligs dat degenen die er dichtbij staan er eigenlijk ook ongunstig bij afsteken. Het grote publiek denkt vaak nog steeds dat de advocaat geassocieerd, of geïdentificeerd wordt met  zijn cliënt.

De essentie van het beroep is dat een advocaat partijdig moet zijn omdat hij staat voor de cliënt of partij die hij bijstaat. Hij mag geen afstand nemen van zijn cliënt. Hun voornaamste gereedschap is de kennis van de wet.
En toch registreet M. hierin een paradox omdat je je enerzijds 100% achter je cliënt moet plaatsen en je anderzijds  onafhankelijk van je cliënt opereert..

achterhaalde onderzoeksmethoden
Tussendoor registreert M. de verrschillen met de jaren 50 toen een dossier niet meer bevatte dan 1-2 A-viertjes en nu zijn het stapels hoge dossiers. Dat komt omdat zaken en rechtspraak transparanter zijn geworden, dat er meer geld in wordt gestoken en het geweld is toegenomen.
De aanpak is ook sterk veranderd. Als iemand zegt: Ik word nooit verdacht, dan zeg dat hij/zij zich vergist, gezien de manieren van rechercheren. Wat  20-30 jaar geleden ondenkbaar was, is dat je nu al ongemerkt een tab op je telefoon hebt zitten, ook al ben je nog geen verdachte... . Dat zou vroeger nooit gebeuren.
Nederlanders, en met name zij van buitenlandse afkomst, beklagen zich er gauw over als ze in de justitiële molen terecht komen. Ik heb het ook met politiefunctionarissen. Die realiseren zich pas wat het betekent om van hun vrijheid beroofd te zijn en dat ze dan in de publiciteit weggezet kunnen worden.

rechtspraak in Nederland afgezakt

Aan de hand van enkele actuele zaken bemerkt M. dat Nederland inzake de rechtspraak is afgezakt. en noemt het  voorbeeld van de extreem islamiet die meent in de rechtzaal niet meer voor een rechter te hoeven op te staan. Als ik dat zou doen - en ik heb er de neiging toe - dan doe ik daarmee de rechter tekort. In principe vind ik dat  je je eigen waarden en normen weggeeft. Het 'Niet op staan' heeft te maken met het o zo sociale Nederland dat we alles en iedereen in zijn waarde moeten laten.'
 
 In zijn standpunt over de doodstraf volgt Mosczkowicz junior zijn vader. Door de oorlog had senior een standpunt ingenomen over de doodstraf. 'Dagelijks in zijn driejarige deterneringstijd maakte hij dergelijke 'situaties' mee en dan keerde zijn maag letterlijk om, zo onnatuurlijk als hij dat vond. Vader had het in het concentratiekamp zo vaak gezien. Hij was mordicus tegen.'

Mosczkowicz: 'Ook als religieus rechtensargument stel ik: Wie zijn wij dat we over het leven van een ander kunnen beslissen? '

Mosczkowicz antwoordde niet gauw bang te zijn in netelige situaties. 'Als je goede afspraken maakt en eerlijk bent . Kan je niks gebeuren. Je kunt nooit zeggen dat iemand vrij zal komen, maar wel kun je garanderen dat je je best zult doen. Dan ontmoet je weinig problemen. Je moet goede afspraken maken en je niet op glad ijs begeven. Maar met mensen uit de Balkan ligt dat moeilijker. Zij willen alles wat je zegt ook op papier zien.'
Naar aanleiding van spraakmakende zaken, zoals de moord op Pim Fortuijn en op Theo van Gogh en de man van Koerdische afkomst, die in Almelo een caféhouder gijzelde, kwam er een vraag uit het publiek, dat het er op lijkt dat allochtonen zwaarder worden gestraft. Mosczkowicz  sprak dat min of meer tegen: ' Ik kan er geen ja op zeggen. Ik vind wel dat Nederlandse rechters de neiging hebben meer begrip te tonen voor mensen met een andere cultuur.'

rechtvaardigheidsgevoel van vader op zoon
Tot slot gaf Mosczkowicz Albert Verlinde gelijk in zijn opmerking over de 'glijdende schaal in de rechtspraak', dat  Mosczkowicz standpunt  voortkomt uit een eigen -joodse - achtergrond. 'Het is iets emotioneels en ook een element dat ik van vader heb overgenomen. Hij vond na de oorog, dat een verdachte in een hoek werd gezet en een machtige overheid tegenover zich kreeg. Vader wilde inderdaad waa doen tegen de onrechtvaardigheid en dat is overgegaan op mij.
In die zin ben ik een kind van iemand die na de oorlog in de advocatuur is gerold'.

Terug naar boven