Boek Hart voor de Sint Jan

Printerversie
Gepubliceerd op: 06-10-2001 | Gewijzigd op: 20-01-2013
Inleiding boek

Op 6 oktober 2001 werd in het Zwanenbroedershuis het boek 'Hart voor de St.Jan' gepresenteerd. Daarbij werd een aquarel van Nelleke de Laat geveild. De opbrengst was bedoeld voor de restauratie van de St.Jan. Nelleke is de initiatiefneemster en illustratrice van het album. Zij nodigde 22 Brabanders uit hun verhaal over de St.Jan op te schrijven.
Joke van Oudheusden, bestuurslid van de Parochie Binnenstad ontving van de [coördinerend] auteur het eerste exemplaar.
Nelleke de Laat: creatief-kunstzinnig.

foto © gerad monté, 14 juni 2007.

De bundeling verhalen is erg wisselend. Het is een afspiegeling van de achtergronden en karakters van de deelnemende auteurs. Opvallend is het dat de soms kritische uitspraken tot nu toe aan de oplettendheid van recensenten zijn ontsnapt.
Tussen de speelse aquarellen van Nelleke de Laat, staan uitspraken die de moeite waard zijn. Waarom? Door hun originaliteit, hun kritiek op de kerk, hun historische waarde en pleidooien worden ze hier nog eens specifiek belicht en bijeen gebracht.
Zie het als een verlate recensie.

Vervolg boek Hart voor de St. Jan 'Die knappe middeleeuwers'

Organist, musicus,componist en priester Maurice Pirenne lijkt zich kwaad te maken op onnozele beweringen als zouden middeleeuwers niet in staat zijn gebleken een vijf en zelfs een zevenbeukige kerk te bouwen.
Pirenne:’Vóór die tijd waren er al een pantheon [Athene en Rome] en de piramides in Egypte, die van 2700 voor Christus dateren,’ aldus Pirenne die daarmee de verbazing over zo’n kerkgebouw wegwimpelt.
‘Middeleeuws is een scheldwoord geworden,‘ schrijft de musicus, bekend als voormalig dirigent van de Schola Cantorum.

Pirenne die vele eigentijdse muziekwerken op zijn naam heeft staan schrijft verder: ‘In eerbiedige huiver voor de Allerhoogste heeft de mens voor de cultus doorgaans het zo mooi mogelijke bedacht: verluchte boekwerken, gouden en zilveren vaatwerk, geborduurde gewaden. Tout luxe pour Dieux en dus ook het meest opzienbarende bouwwerk van Den Bosch: de St.Jan. Dat was de mentaliteit van de tijd waarin de St.Jan werd gebouwd.
De in 1928 in Tilburg geboren Maurice Pirenne studeerde filosofie en theologie aan het seminarie in Haaren en tegelijkertijd volgde hij het Conservatorium in Tilburg. Vervolgens bezocht hij Pontificio Instituto di Musica Sacra in Rome en weer later studeerde hij muziekwetenschappen in Leiden.

Maria ontkleed
Drs.Jan van Laarhoven, directeur van het Noordbrabants Museum belicht –met zijn levensloop als rode draad – in een min of meer humoristische toonzetting de cultuur-historische waarden van de St.Jan.
De kerk was verbonden aan mijn vak als kunsthistoricus en aan het voor mij niet weg te denken symbool van het Brabantse land, aldus Van Laarhoven, die nog eens de kwalificering van Domien van Gent boven tafel haalt. Indertijd noemde Van Gent de verlichte torens in -toen nog alleen de koepel- ‘Gods eigen theelichtje’.
De Zoete Moeder heeft ook bij hem een speciaal plekje in zijn hart. Van Laarhoven die tijdens zijn seminarietijd meer voorliefde voor de kunst kreeg, stopte met de priesteropleiding op ‘Beekvliet’ [1965]. Hij schrijft: ‘…het mystieke gevoel van vroeger werd tijdens mijn bezoeken aan de St. Jan door het artistieke gevoel van de eerste plaats verdrongen.’

Van Laaroven was inmiddels begonnen aan een studie kunstgeschiedenis. In vervolg op een stage bij het Noordbrabants Museum kreeg hij opdracht de tentoonstelling over de St.Jan op te zetten, bekend geworden als ‘Zingende Kathedraal’ [1974].
Bij zijn onderzoek als kunsthistoricus naar de datering van het mirakelbeeld heeft hij zich er aan gewaagd Maria op een warme zomeravond te ontkleden…Het staat er zo even, maar de bezoeken aan de kerk zijn talrijk en zijn belevenissen doen er niet voor onder. Ze boden hem inspiratie bij het schrijven van verhalen over de St.Jan die door Uitgeverij Merlijn in de bundel ‘Bosch verhalenboek’ [1975] werden uitgegeven.

De carrière van Van Laarhoven speelde zich ook buiten Den Bosch af, maar hij keerde in 2000 terug. Zijn bewondering voor de St. Jan was gebleven en zelfs omgeslagen in een verliefdheid.
Jan van Laarhoven [*1950] studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de KUN.

Hedendaagse kunst in de St.Jan
Gerard Rooijakkers geeft een verhandeling over het astronomisch uurwerk dat vanaf 1515 tot aan 1885 in de St.Jan heeft gehangen. Een dergelijk technisch vernuft is nog te zien in of bij kerken van Duitse en Oost-Europese steden waar om het hele uur toeristen zich verdringen bij kunstuurwerken die door hun ‘poppenkast’een schouwspel zijn bedoel ter lering en de vermaeck… .

Den Bosch bezat ook een dergelijk ’Oordeelspel’. Het meters hoge uurwerk was aangebracht in de kathedraal, op de westelijke zijmuur tegenover de Mariakapel. Het bevatte een taferelen met God de Vader, de Driekoningen en de Dood die een ‘slachtoffer’ achterna zat. Dat laatste onderdeel is bewaard gebleven [NbM]. Een idee van de projectontwikkelaar om het in de Arena terug te plaatsen ging om reden van kosten en veiligheidsaspecten niet door.
Rooijakkers juicht het initiatief toe dat de campanoloog André Lehr heeft geopperd om dit ‘Oordeelspel’ te reconstrueren en wederom in de kerk aan te brengen. Helaas zijn veel onderdelen nadat het in 1885 werd verwijderd, zoek geraakt. Maar, zegt Rooijakkers, het hoeft geen authentieke reconstructie te zijn, er mogen ook hedendaagse elementen aan toegevoegd worden, ‘... de St. Jan is toe aan hoogstaande kunst van een ander kaliber als dat van het Helvoirtse echtpaar Bremers.’

Rooijakkers eindigt zijn bijdrage met de constatering dat het niet zozeer gaat om de artistiek-technische uitvoering of het spectaculair vertoon, maar om de daarin vervatte spirituele boodschap. ‘Door zo’n bewegend kunstwerk dienen we onszelf op een speelse wijze te mobiliseren in een beweging naar God én onze medemensen waarin Hij zich immers manifesteert,’ aldus R. die in het dagelijks leven hoogleraar Nederlandse etnologie is, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

De kerk voor schut
Maurice Ackermans schroomt niet in het decor van de St.Jan moderne opvattingen –al of niet verpakt in literaire teksten - neer te zetten Condoomverbod, echtscheidingen, abortus en euthanasie, de actuele items die leven in de r.k. kerk en in de maatschappij heeft hij verhalenderwijs in een lang hoofdstuk neergezet.
Tussendoor passeert ‘de kwezelarij van de Roomsche kerk’ met een paus die tegen de gehuwde priester optreedt en vasthoudt aan het celibaat en daardoor uittredingen van priesters in de hand werkt.

Maurice Ackermans, voormalig bestuurslid van de Parochie Binnenstad en voormalig president van de sociëteit Amicitia- De Zwarte Arend.

foto  ©  paul kriele,  11 mei 2007.

Zoals de aanhef al prijs gaf draait het om het Bossche ‘Maria-heiligdom’. Ackermans schrijft dat ‘Kathedraal van onze Lieve Vrouw’ meer dan het woord St. Jan de liefde van de vele tienduizenden Mariavereerders aangeeft. Zij hebben immers de bouw van dit Godshuis mogelijk gemaakt.
In die loftuiting leest men tussen de regels door ook nog eens Ackermans pleidooi voor een erkenning voor de positie van de vrouw [in de kerk].
Met een ’Avé Marie, Bravo Maria’ sluit het lid van het kerkbestuur van de Parochie Binnenstad zijn aandeel af.

Frist van der Ven: moeder eiste terugkeer Mariabeeld
Frits van der Ven, telg van de koopmansfamilie Van der Ven-Boelens vertelt dat zijn moeder Marietje van der Ven –Boelens, kort na de mobilisatie in mei 1940 op de pastoor van de St.Jan was afgestapt toen ze had bemerkt dat het beeld van Onze Lieve Vrouw in de kluis was opgeborgen. De plebaan had het vervangen door een ander zodat het mirakelbeeld uit de gevarenzone van de Duitse bezetter zou blijven.
Met klem drong zij er bij de plebaan op aan het originele beeld terug te plaatsen omdat juist nú de Bosschenaren Maria zo nodig hadden. ‘Vijfhonderd jaar heeft ze met ons lief en leed gedeeld en nú moet ze plots weg. De veiligheid waar u voor opkomt kunt u gerust aan haar overlaten,’ had moeder gezegd .’Een moeder hoor niet in een kluis juist wanneer haar kinderen haar nodig hebben ..’.
’s Middags, vervolgt Frits moest ik gaan kijken of het beeld weer op z’n plek stond. En waarachtig.
Pater Frits van der Ven *1931 studeerde onder meer aan het seminarie in Beekvliet en werd in 1963 priester gewijd. Van der Ven die tot de orde der Jezuïeten behoort, was studentenpastor en en voormalig directeur van het Ignatiushuis in Amsterdam.

Clemens van der Ven:onthullingen
Clemens, het tiende kind in het gezin Van der Ven-Boelens, onthult het mysterie van de beelden die de voorgevel van het Concertgebouw hebben gesierd. Dat witte gebouw-in 1885 opgetrokken als Liedertafel- stortte grotendeels in 1964 in na een gasontploffing. De Bossche beeldhouwer Jonkers gebruikte er twee van om daaruit de H.Gemma en de H. Bernadette te hakken. Deze twee werden door het echtpaar Van derVen-Boelens aan het kerkbestuur cadeau gedaan uit dank voor een voorspoedige bevalling van resp. Beatrijs en Clemens. Beatrijs verklaart de naam van het elfde kind: Bernadette [*1940] en Clemens’ derde doopnaam is Gemma. De verklaring staat in een later gevonden oorkonde die dateert van 1942.

Clemens [*1941] is de kunstkenner met een kunsthandel eertijds gevestigd in de Peperstraat en vanwege belastingfaciliteiten verplaatst naar in België.

Laatste St.Jan-artikel van wijlen Cornelis Verhoeven
Nelleke de Laat heeft haar album opgedragen aan haar vriend de filosoof Cornelis -’Kees’- Verhoeven. Diens allerlaatste tekst handelde over de St.Jan, aldus De Laat.

In zijn bijdrage- getiteld ’De Sint-Jan, veraf en dichtbij‘ - dringt Verhoeven niet tot het interieur van de kathedraal door. ‘Wat zij opriep was vooral de herinnering en associatie.’ Voor de schrijver, die nimmer ‘de pure vroomheid’ beleefde, maakte de kerk meer indruk als monument dan als parochiekerk. Verhoeven:’Een monument reikt altijd verder terug dan het eigen verleden van degene die de herinnering kent of koestert. Monumenten, het blijven dierbare raadsels.’

Cornelis Verhoeven [*Udenhout 1928- +Den Bosch 2001].

Reacties: De opmerkingen vragen uiteraard om een reactie.

De auteur Nelleke Swanenberg-de Laat zegt geen enkel commentaar over de inhoud van haar album te hebben vernomen: 'Literair gezien zijn de co-auteurs natuurlijk van een verschillend niveau. Daardoor is de inhoud zeer uiteenlopend.
Wat ik gehoord heb is allemaal heel lovend. Er is nog niemand die specifiek gereageerd heeft,' aldus Nelleke die zich erover verbaast dat felle reacties zijn uitgebleven.
Zij verwijst voor meer commentaar naar een van de verantwoordelijken van het kerkbestuur.

Joke van Oudheusden-van der Kant, lid van het kerkbestuur parochie Binnenstad, zegt dat het boekwerkje heel positief is ontvangen.
Dit initiatief van auteur Nelleke de Laat en Adr. Heinen Uitgevers heeft heel veel partijen bij elkaar gebracht.


Over de inhoud zegt Van Oudheusden dat in de volle breedte is beschreven hoe men over de St.Jan denkt. Wat er staat is ook de -veelzijdige - realiteit, een afspiegeling wat in en om het kerkbestuur leeft. Nelleke de Laat heeft ervoor gezorgd dat haar idee geestesruimte gaf, soms zelfs groter dan de St. Jan. Zo heb ik het ook in mijn toespraak bij de aanbieding verwoord.
Joke van Oudheusden besluit met te zeggen dat 'Hart voor de St.Jan' door het kerkbestuur in grote dank werd afgenomen. Er is noch door bisschop Hurkmans noch vicaris Schröder enige censuur toegepast.'

-----------------------------

Intriges in kerkbestuur binnenstad  2 mei 2002]
Maurice Ackermans is opgestapt als lid van het kerkbestuur Parochie Binnenstad.
Aanleiding is dat vicaris Schröder- geveinst- alsnog zijn fiat gaf aan een- in tweede instantie- aan de bisschop ingediende aanvraag voor herbenoeming.
De eerste aanvraag- niet bij de bisschop ingediend -was door Schröder als voorzitter van het kerkbestuur afgewezen. Schröder, tevens vicaris en waarnemend plebaan van de St.Jan, liet bestuurslid Burgers de uiteindelijke aanvraag bij de bisschop indienen toen er over zijn weigering veel commotie ontstond. De meerderheid van het bestuur bleek achter Ackermans te staan. Dus Schröder kon niet anders.

In de hernieuwde officiële aanvraag geeft de voorzitter van het kerkbestuur als motief aan : ’…. om de eenheid in de parochie te bewaren.’ Maar als je goed leest, aldus Ackermans, klinkt daaruit: ‘Ik kan niet anders, feitelijk ben ik tegen.’
Met zulke argumenten is Ackermans, die diverse andere functies in de stad bekleedt, het niet eens.
Eerder merkte hij dat de vicaris hem en zijn partner Schmitz ontweek bij privéontmoetingen of zich ziek meldde om niet met twee homofielen geconfronteerd te hoeven worden.
Kort voor de herbenoeming in maart , blijkt Schröder plotseling de bijdrage van Ackermans in het boek van Nelleke de Laat ‘ Hart voor de St. Jan’ gelezen te hebben.

Ackermans:’ Dat verhaal [dat uitvoerig in http://www.bastion-oranje.nl/HartvoordeStJan.htm werd gepubliceerd] bevat wel een paar regeltjes die niet zo netjes zijn, maar het zijn geen blasfemsiche uitspraken. Bovendien moet je de strekking als geheel lezen en niet de scherpe dingen eruit halen, aldus de auteur.

Schröder laat weten dat geaardheid niet het motief is iemand te weigeren als bestuurlid.

Ackermans zal beslist niet op zijn besluit terugkomen. ‘ Met zulke mensen- overigens ook met een collega in het bestuur die eerder geen duidelijk keuzes durfde maken, ga ik niet langer in zee.’ De meeste bestuursleden verbinden overigens wel consequenties aan Schröders –eerste- afwijzing.

Deze pagina dateert van © pk, 30 december 2001.



Terug naar boven