Vondsten Beurdsestraat en in museumtuin

Printerversie
Gepubliceerd op: 10-04-2010 | Gewijzigd op: 08-08-2010
Bij de geregelde berichten over de opgravingen in de tuin van het Noordbrabants Museum en aan de zijde Beurdsestraat, waar de uitbreiding van het museum komt, horen ook de door de archeologen opgegraven kostbaarheden.
Aan de zijde Beurdsestraat is nog steeds niet echt herinneringen aan het beroep van wever, volder of verver aangetroffen, zo vertelde stadsarcheoloog Ronald van Genabeek nog vanmorgen, zaterdag10 april 2010 aan de cursisten 'BAM' van Boschlogie.
En in de museumtuin langszij de  Mortel zijn wel kloosterresten aangetroffen zowel van de Jezuieten als van de Bogaarden.
bericht 20 mei 2010
Wit aardewerkpotje dat gevonden is op perceele 5 of 6.
foto's © paul kriele, 20 mei 2010
Perceel aan Beurdsestraat dat -noordleijk- net voorbij de knik in de straat igt en 75 meter vanaf de Weversplaats.

De archeologen hebben zich  in mei 2010 meer noordwaarts verplaatst naar de percelen die dichterbij de Weversplaats liggen, maar nog steeds haaks staan op de Beurdsestraat.

bericht 20 april 2010

Dit is het zesde en tot nu toe meest zuidelijke perceel, gezien vanaf het Oud Bogaardenstraatje dat wordt onderzocht.
Dit deel [5e perceel]  grenst rechts aan op het deel van de linker foto.
Er zijn al tal van beer-en waterputten aan de Beurdsestraat gevonden. Vaak interessant door het afval dat er zich in bevindt enw aaruit archeologen de leefgewoonten kunnen herleiden..  Maar er zit nog weinig bij dat herinnert aan de weverijen en/of wasserijen van lakense stoffen.
Kleine ronde en grotere, maar ook een vierkante put ligt nu bloot op het onderzoeksterrein langszij de Beurdsestraat. Deze foto is het rechtergevolg van bovenstaande rechterafbeelding waarop diezelfde vierkante put staat.
Op de vierkante put liggen wat delen van mergel lijst [van een schouw of boven een deur].
foto's © paul kriele,20 april 2010.

bericht 10 april 2010

Een gefotografeerde plattegrond helpt Van  Genabeek bij zijn uitleg aan Boschlogen over de archeologie in de Beurdsestraat. Daar is wel een oventje aangetroffen, maar de vraag is of het te maken had met bierbrouwen of met ververen van lakense stoffen.
Rechts de groep Boschlogen en Ronald van Genabeek in rood jack.

foto's © paul kriele, 10 april 2010.

Minder uniek, omdat er meerdere exemplaren van zijn gevonden in 't land, is dit beschilderd pijpaarden Catharinabeeldje ook van rond 1500. Het medaillon en dit beeldje werden aangetroffen in de kloostertuin van de Jezuïeten en daarvoor van de Bogaarden.  Hun klooster stond op de plek van het huidige Noordbrabants Museum. Uniek noemt Van Genabeek de vondst van een pijpaarden mal voor een medaillon het Avondmaal voorstellend. Dat werd door kloosterlingen gebruikt om daarmee het Avondmaal te gedenken/vieren.
Dit  unieke, niet eerder  bekend staand, medaillon werd gevonden in een van de afvalkuilen  van het klooster langszij de Mortel.
foto's © paul kriele, 10 april 2010.

huisaltaren
Van Genabeek: 'Vanaf de 15 eeuw gingen de mensen zelf thuis de religie beleven. Er werden altaartjes opgericht met heiligenbeeldjes en kruisbeelden opgehangen.  Daar omheen ontstond een bepaalde devotie bijv. gericht aan de H. Catharina. In kloosters hadden de nonnen en de monnikken op de kamer een kruisbeeld hangen of een heilige staan.

De voor de Bossche stadsarcheologen unieke mal van een Avondmaalmedaillon stelt een middel eeuws interieur voor  met een hoekige gedekte tafel waarop glazen en een schaal met een speenvarken staat. De apostelen, onder wie Petrus die de hand op de borst legt,  hebben allemaal een aureool behalve Judas. Dit medaillon dateert van 1450-1500.
In die afvalkuil van het klooster [van welke is de vraag..?] langszij de Mortel werden ook een Spaans theekopje en gebrandschilderd glas gevonden.
De grond uit die afvalputten wordt bewaard en later verder onderzocht zodat er mogelijk nog meer scherven e.d. boven water komen.
Ruzie tussen twee kloosterorden
In de tuin -ongeveer -van het Noorbrabants Museum stond het Bogaardenklooster.De Bogaarden hadden meer richting de Verwersstraat hun gebouwen. Blijkbaar, zo vertelt archeoloog Sjaak Mooren, is er vijf eeuwen geleden ruzie ontstaan tussen de twee kloosteroden te weten de Bogaarden en de Jezuïeten. De laatsten zijn min of meer verjaagd naar het terrein dichter bij de Mortel, dat lange tijd braak heeft gelegen.
zie hiervoor ook het bericht 'Keuken van Jezuieten blootgelegd' van 18-2-2010
 
De archeologen troffen op dit achterterrein  [van huizen aan de  Waterstraat]drie huisjes aan waarvan ze niet zeker kunnen zeggen of ze iets met de Bogaarden te maken hebben gehad. Daar zijn overigens  wel dat Catharinabeeldje en het Avondmaalmedaillon [de mal] gevonden. Later is daar wel het Jezuïetenklooster overheen gebouwd, Daarvan zijn zoals bericht, de diverse lokalen gevonden.

Beurdsestraat: Volders wevers en ververs
Op het terrein van 'de Beurden' moeten weverijen of volverijen hebben gestaan. Zo leert de geschiedenis en daar wijzen ook de straatnamen op. Het was een tamelijk hoog gelegen stukgrond dat buiten de eerste  stadsmuur van rond 1250 lag en geschikt was voor bebouwing en he tuitvoeren van ambachten, mede door de nabijheid van de Binnendieze.
Dit terrein is rond 1960 geheel gesaneerd/gesloopt en ligt dus al vijftig jaar braak.

Er zijn intussen al zes percelen onderzocht. De huizen daaorp staan haaks op de Beurdsestraat en bevatten een achtererf dat soms voor een ambacht of soms voor nog een aanpalende bebouwing diende. Daar staan vaak ook waterputten en beerputten op.

Kenmerkende huizenbouw [stadsbrand]
De bouw in deze buurt dateert al vanaf de 13e eeuw De huizen lagen toen nog buiten de eerste stadsmuur, maar het terrein lag relatief hoger dan de omgeving. Uit die tijd zijn het merendeels grotere agrarische percelen. Later,  na de bouw van de tweede stadsmuur  in de 14e eeuw komt  er een andere percellering.
Aan de straatzijde zijn de gevels smal[ 5,50 -6 meter] en strekken zich diep [10-15 meter]  naar achteren uit.
Dit type vakwerkhuizen met een houtskelet stond in het oostelijk deel van het gebied omdat meer westelijk het terreinw erd doorsneden door een waterloop.

Het gebied wordt ter hoogte van de knik in de Beurdsestraat doorkruist door een  Diezetak die ook aangetroffen werd in de museumtuin aan de Mortel. De archeologen denken dat deze relatief brede waterloop van 5-6 meter de Mortelgraaf. Na demping van de stroom in de 15e eeuw zijn ook in het meer zuidelijke deel van het gebied huizen gebouwd
Van die vakwerkhuizen zijn de funderingen [gemetselde bakstenen poeren en leemvloeren] blootgelegd.

De huizen in de Beurdsestraat waren van elkaar gescheiden door osendrops. Deze stroken dienden voor de afvoer van regenwater dat  van de toen nog met riet en stro bedekte daken stroomde.
Daarnaast beperkte dergelijke stroken het gevaar van een overslaande brand.
Tot de grote stadsbrand van 1463 werd het straatbeeld  aan de Beurdsestraat gedomineerd door vakwerkhuizen, die geheel in steen waren opgetrokken. De stadsbrand is nog herkenbaar aan de laag rood-oranje verbrande leem met verkoolde resten van de houten wanden en daken.


Op deze foto is in rood kader -de tot nu toe zes- opengelegde percelen in kaart gebracht.
Op het achterterrein van het meest rechtse [nabij Oud Bogaardenstraatje] stond een oventje. Dat diende of voor bierstokerij of voor de lakenververij.
Er zijn ook diverse beerputten te zien die meestal op het achtererf of in ieder geval buiten de woningen werden gegraven.
Er zijn ook beerputten bekend waarop bovenop  een houten pissoir werd gezet.

 
Waterputten waren meestal rond en soms werd er een pomp ingeslagen.
Op deze foto een vierkante beerput [links] en rechts daarnaast een ronde waterput.
foto's © paul kriele, 10 april 2010. 
Over dit aspect beer- en waterputten is eerder een artikel gepubliceerd.  

Water-en beerputten
In het onderzoeksgebied zijn een groot aantal water-en beerputten  aangetroffen. De waterputten bestonden uit houten tonnen die tot in het grondwater waren ingegraven.
De beerputten zijn met name interessant omdat er allerlei afvak in voorkomt dat aangeeft welke levenswijze en gewoonten de bewoners vijf eeuwen geleden hadden. Veel huishoudelijk materiaal [eetgerei en serviesdelen] en etensresten, zoals botten en ook resten van een ambacht [schoenen, leerstukken  en messen] geven daar duidelijkheid over.

Poepgoed

Beerputten lagen meestal buiten de woning vanwege de stank, maar ook ondat er anders een groot gat in de vloer moest worden aangebracht,  vertelt archeoloog Ronald van Genabeek deze zaterdag de tiende april 2010 aan Boschlogen in opleiding.
Om een beerput leeg te kunnen maken moest men er met een emmer in afdalen. Men was ook wel zo vindingrijk om dwars door de wanden van de beerput -halverwege - horizontaal een paar balken te slaan waarop men kon staan en zodoende gemakkelijker de put kon leegmaken.
De 'Beer' was een geliefd afvalproduct en diende voor de bemesting van het land, ook al zat er van alles in, zoals etens- en beenderresten.


Terug naar boven