Visie op de stad in 2025 door Frans van Gaal

Printerversie
Gepubliceerd op: 28-12-2011 | Gewijzigd op: 28-12-2011
Frans van Gaal van vele markten thuis, specialist in communicatie met name op onderwijsgebied, met een uitstapje naar Schouten en Nelissen.
Politicus met - voor de Raadsgroep Knillis - wisselende raadslidmaatschappen,voorzitter Kreanet, voormalig voorzitter van De Boschboom en in 1989 tot doctor gepromoveerd aan de Faculteit voor Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Tilburg. [co-] Auteur van diverse uitgaven. 

foto © paul kriele, 1 november 2011.


2025. stel, ik ben er nog. Dan ben ik 77. Een respectabele leeftijd. Meer verleden achter me, dan toekomst voor me. Ik weet niet of ik dan nog in een ‘rijk Europa’ leef. Ik acht het niet geheel denkbeeldig dat Europa het ‘openluchtmuseum van de wereld’ is. Daar komen dan rijke Chinezen, Brazilianen, Argentijnen en Siberiërs naar toe. Ze vergapen zich aan een werelddeel dat meer dan tweeduizend jaar de toon zette. Dat is in 2025 over.
Iedere stad in Europa, dus ook Nederland, wil dan wel bij dat ‘Openluchtmuseum’ horen. Dat brengt tenminste nog wat geld in het laadje. Want deel zijn van het Europa dat om haar geschiedenis nog een beetje mee mag doen is dé ambitie. Het woord INNOVATIE kennen de meeste mensen niet meer. En als ze het kennen, dan weten ze dat het een archaïsch woord is.

Al die Bosschenaren die jarenlang hun best gedaan hebben de oude hertogstad niet op Eindhoven of Tilburg te laten lijken zijn de helden van onze stad. Tilburg en Eindhoven worden nog slechts gebruikt als racebaan voor blinde paarden. Die kunnen er immers toch geen kwaad doen.
’s-Hertogenbosch heeft rond 2016, het jaar van Jheronimus Bosch, een omslag gemaakt. Haar cultuurhistorie is voortaan dé bestaansbron. Onze stad staat, wat je noemt, op de kaart. Op meerdere nog wel. Wie van Scandinavië naar Santiago de Compostela wil, koopt een kaart met een uitgestippelde pelgrimstocht. ’s-Hertogenbosch is een van de pleisterplaatsen. Wie deze plaats aandoet, kan naar een bijzonder museum, dat van de ‘Priesters met de schone handen’. Het is maar een klein museum waar een stokoude Antoine Bodar vol trots vertelt over priesters die zo heilig waren dat ze hun leven maar één lichaam hebben aangeraakt, dat van Jezus. Natuurlijk alleen in de vorm van een hostie. Het is een heel klein museum, maar toch denkt de paus, Castratus I, er al aan om ’s-Hertogenbosch tot bedevaartsoord uit te roepen. Een bedevaartsoord voor priesters, nonnen en paters die het goede voorbeeld willen zien, ‘de priester met de schone handen’


Terug naar boven