NbM: Diverse vondsten goudlustmajolica&vogelbotten

Printerversie
Gepubliceerd op: 26-04-2010 | Gewijzigd op: 11-02-2014
Diverse vondsten Museumtuin beter gezegd: Kloostertuin
B
ij de geregelde berichten over de opgravingen in de tuin van het Noordbrabants Museum en aan de zijde Beurdsestraat, waar de uitbreiding van het museum komt, horen ook de door de archeologen opgegraven kostbaarheden.
Aan de zijde Beurdsestraat zijn nog steeds geen herinneringen aan het beroep van wever, volder of verver aangetroffen, zo vertelde stadsarcheoloog Ronald van Genabeek nog vanmorgen, zaterdag 10 april 2010 aan de cursisten 'BAM' van Boschlogie.

Bericht van 21 juni 2010

Op de laatste dag van week 14-19 juni 2010 vond Eric in een van de afvalkuilen van het klooster in de meest Zuid-Westelijk hoek van de museumtuin, nog een fluitje dat een vrouw te paard voorstelt.  Vermoed wordt dat dit  16e eeuws kleinnood, speelgoed was. De naam of functie is bij de archeologen niet bekend.

Vrouw te paard keramiek gevonden in een afvalkuil van het klooster [afgietsel]  in de museumtuin, zijde Mortel.

foto © paul kriele, 22 juni 2010.

bericht van 2 juni 2010:  bierbrouwerij en ziekenzaal
De archeologen van de BAAC hebben dinsdag 1 juni 2010 in een van de afvalkuilen in de musuemtuin langszij de Mortel 2 destilleerkolven aangetroffen. Het zijn redelijk gave, van geglazuurd aardewerk, 'alambieken' [op zijn Vlaams]. Dit soort kolven zijn niet eerder opgegraven. Ze dateren van rond 1500.
Dichterbij het voormalige Gouvernementspaleis, in de hoek met de voormalige statenzaal [voormalig Templorum van de Jezuïeten], stond ook de bierbouwerij van het klooster. Van dez brouwerij, die uiteraard dichtbij de Binnendieze lag ivm de watervoorziening, werden ook de fundamenten blootgelegd. Ook was in deze omgeving de ziekenkamer gelegen, de tweede al, die  speciaal voor de paters was bedoeld. De andere lag meer in de richting van de Mortel

bericht van 27 mei 2010: muntje met kruis erop
Informatie van Sem Peters
-Links boven: Archeoloog Dick Meulendijk bij funderingen van het Jezuïetenklooster. Achter hem [voor de blauw/wite plastic zak] de fundering van twee open haarden die met de ruggen tegen elkaar staan. Volgens de kaart is dit de spin-of naaikamer.
Voor hem langs loopt een straatje met de goot [moor].
-Boven: Overzicht van het terrein. De situatie loopt parallel met de zijgevel van de Statenzaal. Achterin , de rode  bakstenen, is een straatje.
-Links: deel van het terein waar in een latere cementput een muntje uit de 15e eeuw is gevonden
.
foto's © paul kriele, 27 mei 2010.

Behalve een muntje en een pot, zijn er ook aarden pijpjes gevonden. Vreemd want in de andere delen van het klooster, aan de zijde Mortel,  werd geen enkel pijpje aangetroffen. Zou het kunnen zijn dat er in het klooster niet gerookt mocht worden...?

bericht van 20 mei 2010 : tweede Diezeloop
Deel kloostertuin met buitenste [achtergrond] tuinmuur  van het Jezuïetenklooster nabij de Mortelkazerne. foto's © paul kriele, 18 mei 2010.

De archeologen hebben zich in  mei 2010 verder noordwaarts verplaatst. Dichtbij de buitenste tuinmuur van het klooster der Jezuïeten, die nog geen 30 meter van de Mortelkazerne ligt. In dat deel zijn al twee gedempte Diezelopen opgegraven en diverse afvalputten onderzocht. zie hieronder.
 
Bericht 26 april 2010.
Bijzondere vondsten van gevogelte en majolica [Goudlust]  26 april 2010

Duidelijk zijn in de muur, die de archeologen eind april 2010 langszij de Mortel hebben blootgelegd, de gebogen openingen in de kloostergang te zien.
Links: enkele vondsten die door Sem Peters als 'bijzonder' worden aangemerkt , zoals zwanen-en patrijzenbotten en Goudlust majolica van rond 1500.


foto's © paul kriele, 26 april 2010.

Het terrein bevat nogal wat afvalputten zoals we eerder schreven.  Sem Peters geeft nu ook aan dat daaruit allerhande vondsten gedaan worden. Bijzonder noemt Sem de botten van wat grotere vogels, zoals bijvoorbeeld zwanen en patrijzen. Daaruit blijkt dat de broeders van ruim vijf eeuwen geleden ook best lekker aten en wellicht beter dan de doorsnee burger....

Markant is ook het majolica aardewerk en dan van het type Goudlust. Dat is een techniek van bakken en bewerken uit Spanje van rond 1500. Na het bakken wordt het aardewerk beschilderd  met blauwverf en vervolgens met goudverf. Het betreft geïmporteerd aardewerk en dus bijzonder, want rond1500 werd hier nog geen majolica gemaakt, zegt Peters die met Dick Meulendijk Guido en Steven eind april 2010 steeds dieper in de tuin van het Noordbrabants Museum graven, waar dus het Jezuïetenklooster heeft gestaan. Dat werk gebeurt nu onder de vroegere paardenstallen zuidelijk van de Binnendiezetak [Hellegat].

Eind april /begin mei 2010 zijn de archeologen aangekomen op 13e eeuwse grondlagen die zijn nog echt geel, de kleur van de oorspronkelijke Brabantse zandgronden. Daarvan is nu langszij de Mortel een strook van te zien, maar daarnaast zit zwarte 'moddergrond' en die duidt op een ophoging of verstoring. Sjaak Mooren denkt bijv. aan een mogelijk aangelegde vijver in de kloostertuin..

bericht 20 april 2010
Bij de geregelde berichten over de opgravingen in de tuin van het Noordbrabants Museum en aan de zijde Beurdsestraat, waar de uitbreiding van het museum komt, horen ook de door de archeologen opgegraven kostbaarheden. En in de museumtuin langszij de  Mortel zijn wel kloosterresten aangetroffen zowel van de Jezuïeten als van de Bogaarden.

Minder uniek, omdat er meerdere exemplaren van zijn gevonden in 't land, is dit beschilderd pijpaarden Catharinabeeldje ook van rond 1500. Het medaillon en dit beeldje werden aangetroffen in de kloostertuin van de Jezuïeten en daarvoor van de Bogaarden.  Hun klooster stond op de plek van het huidige Noordbrabants Museum. Uniek noemt Van Genabeek de vondst van een pijpaarden mal voor een medaillon het Avondmaal voorstellend. Dat werd door kloosterlingen gebruikt om daarmee het Avondmaal te gedenken/vieren.
Dit  unieke, niet eerder  bekend staand, medaillon werd gevonden in een van de afvalkuilen  van het klooster langszij de Mortel.
foto's © paul kriele, 10 april 2010.

huisaltaren

Van Genabeek: 'Vanaf de 15 eeuw gingen de mensen zelf thuis de religie beleven. Er werden altaartjes opgericht met heiligenbeeldjes en kruisbeelden opgehangen.  Daar omheen ontstond een bepaalde devotie bijv. gericht aan de H. Catharina. In kloosters hadden de nonnen en de monnikken op de kamer een kruisbeeld hangen of een heilige staan.

De voor de Bossche stadsarcheologen unieke mal van een Avondmaalmedaillon stelt een middel eeuws interieur voor  met een hoekige gedekte tafel waarop glazen en een schaal met een speenvarken staat. De apostelen, onder wie Petrus die de hand op de borst legt,  hebben allemaal een aureool behalve Judas. Dit medaillon dateert van 1450-1500.
In die afvalkuil van het klooster [van welke is de vraag..?] langszij de Mortel werden ook een Spaans tteekopje en gebrandschilderd glas gevonden.
De grond uit die afvalputten wordt bewaard en later verder onderzocht zodat er mogelijk nog meer scherven e.d. boven water komen.

Ruzie tussen twee kloosterorden
In de tuin -ongeveer -van het Noorbrabants Museum stond het Bogaardenklooster.De Bogaarden hadden meer richting de Verwersstraat hun gebouwen. Blijkbaar, zo vertelt archeoloog Sjaak Mooren, is er vijf eeuwen geleden ruzie ontstaan tussen de twee kloosteroden te weten de Bogaarden en de Jezuïeten. De laatsten zijn min of meer verjaagd naar het terrein dichter bij de Mortel, dat lange tijd braak heeft gelegen.
zie hiervoor ook het bericht 'Keuken van Jezuieten blootgelegd' van 18-2-2010
 
De archeologen troffen op dit achterterrein  [van huizen aan de  Waterstraat]drie huisjes aan waarvan ze niet zeker kunnen zeggen of ze iets met de Bogaarden te maken hebben gehad. Daar zijn overigens  wel dat Catharinabeeldje en het Avondmaalmedaillon [de mal] gevonden. Later is daar wel het Jezuïetenklooster overheen gebouwd, Daarvan zijn zoals bericht, de diverse lokalen gevonden.

Beurdsestraat: Volders wevers en ververs
Op het terrein van 'de Beurden' moeten weverijen of volverijen hebben gestaan. Zo leert de geschiedenis en daar wijzen ook de straatnamen op. Het was een tamelijk hoog gelegen stukgrond dat buiten de eerste  stadsmuur van rond 1250 lag en geschikt was voor bebouwing en he tuitvoeren van ambachten, mede door de nabijheid van de Binnendieze.
Dit terrein is rond 1960 geheel gesaneerd/gesloopt en ligt dus al vijftig jaar braak.

Er zijn intussen al zes percelen onderzocht. De huizen daaorp staan haaks op de Beurdsestraat en bevatten een achtererf dat soms voor een ambacht of soms voor nog een aanpalende bebouwing diende. Daar staan vaak ook waterputten en beerputten op.

Op deze foto is in rood kader -de tot nu toe zes- opengelegde percelen in kaart gebracht.
Op het achterterrein van het meest rechtse [nabij Oud Bogaardenstraatje] stond een oventje. Dat diende of voor bierstokerij of voor de lakenververij.
Er zijn ook diverse beerputten te zien die meestal op het achtererf of in ieder geval buiten de woningen werden gegraven.
Er zijn ook beerputten bekend waarop bovenop  een houten pissoir werd gezet.

 
Waterputten waren meestal rond en soms werd er een pomp ingeslagen.
Op deze foto een vierkante beerput [links] en rechts daarnaast een ronde waterput.

foto's © paul kriele, 10 april 2010. 
Over dit aspect beer- en waterputten is eerder een artikel gepubliceerd.  

Poepgoed
Beerputten lagen meestal buiten de woning vanwege de stank, maar ook ondat er anders een groot gat in de vloer moest worden aangebracht,  vertelt archeoloog Ronald van Genabeek deze zaterdag de tiende april 2010 aan Boschlogen in opleiding.
Om een beerput leeg te kunnen maken moest men er met een emmer in afdalen. Men was ook wel zo vindingrijk om dwars door de wanden van de beerput -halverwege - horizontaal een paar balken te slaan waarop men kon staan en zodoende gemakkelijker de put kon leegmaken.
De 'Beer' was een geliefd afvalproduct en diende voor de bemesting van het land, ook al zat er van alles in, zoals etens- en beenderresten.


Terug naar boven