Het IndiŽ-verhaal van Louk Sterneberg in boekvorm

Printerversie
Gepubliceerd op: 08-07-2016 | Gewijzigd op: 09-07-2016
Zoon Maarten Sterneberg [64 jr.] schreef aan de hand van goed bewaarde documenten, brieven en foto’s het Indië-verhaal [ 29 juni 1939 tot 15 november 1947] van zijn vader Louk Sterneberg. De titel 'Stille Sporen'.


Louk Sterneberg *Baarn, 8 december 1915 + Waalre, 25 november 1992 was o.a. verkoopchef voor Philips. Louk trouwde op 8 februari 1950 met Mieke Bazelmans.
Foto Martien Coppens.

Louk Sterneberg, zoon van klassiek katholieke, gefortuneerde ouders, doorliep na het internaat de
HBS –A aan het St. Canisius College der Jezuïeten in Nijmegen.
Na zijn eindexamen [20 juni 1934] kwam hij bij Philips in Eindhoven in dienst. Na het doorlopen van de bedrijfsschool en een periode als verkoper van fietslampjes en dynamo’s in het Oosten van Nederland vertrekt hij in juni 1939 als ‘ expat avant la lettre’ naar Nederlands-Indië.
Philips geeft verder geen informatie
over de carrières van haar werknemers
Omslag van ‘Stille Sporen’ van Maarten Sterneberg, juli 2016.
Dit is tevens de omslag van de folder waarin de tijdlijn van Louk Sterneberg vanaf diens vertrek op 8 juni 1939 met de m.s. Sibajak naar Batavia tot en met zijn terugkeer met de m.s. Oranje op
15 november 1946 staat beschreven.

Junior noemt het ‘Stille sporen’, verwijzend naar een fotoalbum met dat verhaal dat in de woonkamer lag éen de vele documenten die hij bewaarde. Ook speelt het feit dat zijn vader in Maartens jeugd enigszins, maar later nagenoeg niet, over zijn verleden in Nederlands-Indië sprak. Verder liet Louk zijn verleden in Indië onbesproken.
Dat verleden begon als zakenman voor Philips, maar Louk kwam op 8 maart 1942 door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in de ellende van een Japans krijgsgevangen kamp [o.a. werken aan de Birma spoorweg] terecht.

Het echtpaar Fred en Greet Castens-Flohr.

Fred Castens is in december 1921 geboren in Nederlands-Indië. Diens vader was employee bij een groot Chinees bedrijf ‘Oei Tjong Ham’.
Als 18-jarige tekende Fred voor het Koninklijke Nederlands –Indisch leger [KNIL] en maakte ook de verschrikkingen van de Japanse bezetting en de krijgsgevangenkampen mee.
foto's © paul kriele, 7 juli 2016.


Het chronologisch opgezet en rijk gedocumenteerd verhaal is ook voor zoon Maarten behalve een eerbetoon aan zijn vader ook de vastlegging van een geschiedenis die zijn vader zonder het te delen heeft doorgemaakt. De erg lezenswaardige brieven, die hij naar zijn ouders schreef, zijn met tal van foto’s van Louk en documenten geïllustreerd.
Die brieven geven ook een openhartige inkijk in de belevingswereld van de jonge wereldreiziger met een koloniaal wereldbeeld.
Maarten heeft nu definitief dit stukje Nederlandse historie voor het nageslacht ontsloten.
Op een besloten bijeenkomst met familie, vrienden en andere geïnteresseerden presenteerde Maarten dit verhaal.
Niet zo zeer voor zichzelf maar opdat het nageslacht er weet van zal hebben en zal doorgeven.

   
 
-Boven: Maarten overhandigt het ‘Eerste exemplaar’ van het boek aan dochter Esker.

-Links: Het kleinkind van buurvrouw Regina ontvangt een boek. Het is een bewuste uitreiking door Maarten om ‘dit verhaal aan de nieuwe generatie door te geven.’ Op de achtergrond haar moeder Julia. 

-Links boven: Maarten Sterneberg [r.] en freelance journalist Rijkert Knoppers die hem interviewt en hem -soms tot hilariteit bij de omstanders - wat faits privés ontfutselt.

foto's © paul kriele, 7 juli 2016.

Op die boekpresentatie vertelt Maarten, die grafisch ontwerper is, dat hij eerst aan de vormgeving dacht en later pas aan de tekst . De tekstloze nalatenschap van zijn vader moest neergezet worden tegen de ontwikkeling van de wereldgeschiedenis in de regio.
Maar de uitdaging om er een representatief en leesbaar boek van te maken bleef, zo vertelde hij op aandringen van een van Maartens vrienden, de free Lance journalist Rijkert Knoppers.
Maarten antwoordt op een van de vragen van Rijkert of hij zich zijn hele leven al had voorbereid op een boek. ‘Nee, ik was daar niet, zoals Jan Siebelink dat in een artikel in HP/De Tijd schreef, op voorbereid. Vader zei wel eens tegen mij: ‘Als ik er niet meer ben dan geef je dat spul maar aan de universiteit af’. Dat was voor mij een teken dat ik iets met zijn verhaal mocht doen.’

Info over ‘Stille Sporen’ via www.sterneberg.nl






Terug naar boven