Symposium en eerste Bossche boek over Eerste Wereldoorlog

Printerversie
Gepubliceerd op: 26-10-2018 | Gewijzigd op: 03-03-2019
In het Bestuurscentrum werd een dag voor de  bevrijding van de stad van de Tweede Wereldoorlog, op 27 oktober 1944, een symposium gehouden over de Eerste Wereldoorlog. Daarover was tot nu toe weinig in de stad bekend. Het Stadsarchief heeft slechts twee dozen materiaal en dan nog vooral akten, documenten en verslagen van de Kamer van Koophandel.
Intussen is er vanaf vandaag ook een editie  over ‘ ’s-Hertogenbosch in de Eerste Wereldoorlog’ verschenen. Over die oorlog zijn al tal van boeken verschenen,  maar deze uitgave richt zich specifiek op onder meer cultuur [militaire muziek], economie, Belgische vluchtelingen en de militairen aanwezigheid in de stad.
..........

-Boven: Het eerste
Bossche boek over de Eerste Werldoorlog.
Daarnaast de drie co-auteurs die met nog
 tien andere schrijvers van specifieke
Bossche verhalen, de redactie vormden. 

-Links: De toehoorders in het Bestuurscentrum
tijdens het symposium, ofwel studiedag
van de Stichting Studiecentrum 
Eerste Wereldoorlog [SSEW] over die oorlog en
de effecten daarvan voor de stad 's-Hertogenbosch.


foto © paul kriele, 26 oktober 2018.
........................................................................................

Burgemeester Jack Mikkers kreeg na afloop van het symposium een eerste exemplaar van het onder de redactie van Tom Sas, Jac Biemans en  Henk van der Linden, bij ASPEKT uitgegeven, 600 pagina’s dikke boek.
Ook kwam er na afloop van de merendeels interessante en soms ook wat ludieke reekslezingen, die door circa honderd belangstellenden en bij het onderwerp betrokkenen werd bijgewoond, een stadswandeling met een serie relicten van de Eerste Wereldoorlog uit. Van die wandeling, compleet met kaart en informatie, kreeg ook burgemeester Jack Mikkers als eerste een exemplaar. Het is een uitgave van  de Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch. 
-Links boven: mr. Eugène Rosier, voorzitter
van de SSW, opende de studiedag en bood
eerstens aan de gastheer van de dag,
Jan de Wit kabinetchef van de gemeente,
het boek 'De Grote Oorlog' aan.

-Boven: Het 'Trio C tot de derde'
zorgde regelmatig voor een muzikale afwisseling. 
Na een welkom door  de dagvoorzitter Hein Klemann en vervolgens door gastheer kabinetchef Jan de Wit, opende mr. Eugène Rosier voorzitter van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog  [SSEW] deze Najaarsstudiedag, zoals deze bijeenkomst voor de stichting heet. Als symposium werd het in samenwerking met de gemeente ‘s-Hertogenbosch en de dienst Erfgoed georganiseerd. Het sluit tevens een reeks van herdenkingen af van een groter programma rond 100 jaar na de Grote oorlog 1914-1918’.
De sprekers, tevens mede-auteur van het boek ’s-Hertogenbosch in de Eerste Wereldoorlog 'waren: Frans van Gaal, Tom Sas, Roger Rossmeisl, Michael van den Broek en  Cees Slegers. Hun lezing [en die van mede auteur Henk van der Linden] staat ook in het boek, evenals de specifieke verhalen van tien andere co-auteurs onder wie Theo Hoogbergen, Frans Peters, Ron Blom, Joop Boelens, H. P. Ritter jr.,  Renate van de Weijer en Rob van de Laar.

 Alle auteurs van het boek
' 's -Hertogenbosch en de Eerste  Wereldoorlog'.
In het midden toont burgemeester Jack
Mikkers het juist aan hem uitgereikte eerste
exemplaar
.


foto © paul kriele, 26 oktober 2018.
....................................................................................
De sprekers  op het symposium 's -Hertogenbosch en de Eerste Wereldoorlog
De publicist en sociaal- historicus
Frans van Gaal noemt zich
'Ondernemer in geschiedenis'.

.......................................................................................
 

Frans van Gaal [*Den Bosch, 1948] sprak verluchtigd en ondersteund door een power-pointpresentatie vlot over de positie van de pers en hoe de Bosschenaar in die Eerste Wereldoorlog aan het nieuws kwam. De lezing van Van Gaal luidde dan ook: 'Waar haalde de Bosschenaar de mosterd vandaan'?  
............................
-Boven: Een cartoon die het ongewisse over een  naderende oorlog belachelijk maakte. 'Die bui  gaat wel over,' stond er onder.

-Rechts boven: Een Belgisch
vluchtelingtje dat in alle chaos werd gezocht.

-Opvang van Belgische
vluchtelingen in de r.k. Militaire Verenging Concordia in In de Boerenmouw.
..........................................................................................


 
.....

Aanvankelijk was het erg rustig in de stad . Er werd hier en daar al l wel gehamsterd en geld iingewissld om het bestendiger bvan waarde- goud en zilver te kunnen koprng. Maar als op 31 juli 1914 de mobilisatie wordt afgekondigd en de stad vol zit met militairen die er verblijven [kazernes , in scholen of privehuizen], of doorrreizen, heerst er meerrumoer en onrust.
Van Gaal citeert regelmatig de Provinciale Noordbrabantse en 's-Hertogenbosche Courant PNHC met redacteur/ eigenaar Gerard Teulings [1856-1916], Die krant vormt  voor Van Gaal de rode draad in zijn  lezing
Niet alleen d ePNHC. brengt er veel nieuws over ook de Panorma en Het Leven. Pas eind 1914 krijgt Den Bosch met de oorlog te maken als er Belgische vluchtelingen de stad binnen komen en opgevangen moeten worden..

Een unieke conclusie van Van Gaal,  die met name de sigarenindustrie heeft bestudeerd, dat er hij veel NSB-ers onder de sigarenmakers is tegen gekomen. Is er een realtie met [de afloop van] de oorog te leggen?, vraagt hij zich af.  

Het boek gaat minitieus op de ontwilkkelingen in en is een gedetailleerde informatiebron.
 
Rechts Raadslid Thijssen vande KVP, 
die met steun van de bisschop in 1915 carnaval wist te verbieden. Het bevreemd dat juist in Den Bosch en Maastricht, in landen die niet aan de oorlog 'deelnemen',  er geen  vcarnaval word gevierd..
..........................................................................................................

Vervolg lezing Frans van Gaal : De 'Gróte Oorlog is begonnen

Op 3 augustus 1914 meldt Gerard Teulings[GT] in een  'BUITEN GEWOON NOMMER'  dat de oorlog is begonnen.
Wat zal er met ons land gebeuren ?,  vraagt hij zich af. Niemand die het kan zeggen. Duitsland heeft in 1870 [de Frans-Duitse oorlog 1870-1871 ] nog de onschendbaarheid van België erkend. Maar GT is niet optimistisch  Diezelfde dag,  4 augustus 1918  is  ook de dag van de inval door de Duitsers van België omdat het land hen geen doortocht naar Engeland faciliteert.
Er staan 117.000 Belgische soldaten tegenover 700.000 Duitsers, ofwel zes maal zoveel.

Eind dat jaar doen vertegenwoordigers van uiteenlopende gezindten, te weten joods, liberaal, katholiek en protesants, een oproep zich aan te sluiten bij het Hulp-Comité ter ondersteuning van de Belgische vluchtelingen. De vereniging  's-Hertogenbosch Belang is een van de instanties die aan de oproep mee doet.
Door tal van instanties [ziekenhuizen, V&D/Magazijn De Zon, gemeente, Rode Kruis, Regina Coeli,Coudewater en Reinier van Arkel] worden bedden en ander materiaal ter beschikking gesteld.

De Grote Oorlog blijft voorlopig bij de PNHC voorpaginanieuws. De regionale correspondenten dienen hun copy zo bondig mogelijk in te sturen, zodat de overbelaste redacteuren dat niet extra hoeven in te korten..
In de stad verbleven1.500-2.000 soldaten in Tilburg 22.000 ! en 2.700 Belgen hebben er volgens het Bevolkingsregister opvang gekregen.
 
Tom Sas
Docent geschiedenis
aan het Pierson College Tom Sas.
Sas is ook  secreataris van de SSEW.
Tom Sas heeft diverse publicaties
op zijn naam staan.  Dit jaar
verschijnt van hem 'Holland Neutraal'.

............................................................................
 

Docent geschiedenis aan het Pierson College Tom Sas sprak  over de militaire aanwezighed in de stad en alle gevolgen die dat voor de overheid en de burgers had. Sas is secretaris van het SSEW. 

-Links boven: Een kaart uit mei 1910, die bevestigt dat het leger paraat stond. Maar dan wel volgens de toenmalige gebruiken: dus ook deels per fiets....

-Boven:  Tientallen militairen lagen in de jaren 1914-1917  ingekwartierd bij  Bossche gezinnen omdat de kazernes te weinig opvang boden. Het ging om een paar honderd man. 
In 1914 verbleven er  900 -1700 soldaten in de stad.
Gemeente scholen, kloosters  moesten gebouwen afstaan voor het onderbrengen van militairen,  afgezien nog
van de overlast die al die mannen met zich meebracht...

-Links: een dankbetuiging van een door
30 officieren ondertekende brief  van 20
december 191
8 gericht aan de ober van hotel
Noord-Brabant op de  Markt voor het bedienen van de tafel.
....................................................................................................

Michael van den Broek
Michael van den Broek is ook
docent geschiedenis  aan het Pierson College.


..........................................................................................................
 

Docent aan het Pierson College  Michael van den Broek [*Nijmegen, 1977]  haakte in op de economische gevolgen voor de stad door die oorlog waarbij uiteraard de werkgelegenheid in beeld kwam. 
De bouw was een  van de takken
van nijverheid, die niet onder de oorlog te lijden
had. In tegenstelling  tot de tabaksindustrie
die in de jaren dertig geheel  inzakte.

Boven: De uitbreiding van de drukkerij en zetterij
van Teulings op het Emmaplein en de
herbouw van de St. Cathrien in 1916-1918.

-Rechts: Voor bonnummer 381 kon men in 1918 in  
het distributiekantoor op de Wolvenhoek kalfsvlees kopen.
 

Cees Slegers 
Cees Slegers volgde een studie sociologie [Tilburg].

Beroepsmatig was Slegers onder meer
directeur voor de Raad voor Welzijn, Onderwijs
en Cultuur in Noord-Brabant [1987-2002] en aan
de universiteit van Tilburg onderzoeker
bij de leerstoel 'Cultuur in Brabant' [2003-2006]. 

...................................................................................... 
 

Cees Slegers [*Cromvoirt,1944] had een verhaal dat erg aansloeg al was het alleen omdat speker, die onder meer enkele boeken heeft geschreven over Antoon Coolen [proefschrift],  Van Duinkerken en Wiegersma en de beiaardiers Van Balkom, zijn verhaal weet te larderen met relativerede anekdoten en opmerkingen. Muziek en specifiek militaire muziek stond in zijn lezing voorop. Maar breder was het aandeel cultureel amusement, zoals dat zich voltrok in sociëteiten en toneelzalen. Ook harmoniën en fanfares passeerden in ruim een kwartier de revue. Namen van verdienstelijke Bosschenaren, Marinus Ogier Johan Wierts en Goulmy en Bar niet uitgezonderd.
...............

Het was met name blaasmuziek die de militaire kapellen voortbrachten. 

Muziek alom: op de Markt in de kiosk, in de Liedertafel, later het Concertgebouw [Jan Heinstraat], in de sociëteit Casino aan de Papenhulst  en soci
ëteit Amicita links op de Markt /hoek Kolperstraat] en de Zwarte Arend en vertier in de toneelzalen bij de toneelverenigingen. Of in bioscoop Royal die in 1918 afbrandde, ter opluchting van de bisschop die tegen verderfelijke films was...
.............................................................................................

drs. Roger Rossmeisl
 
drs. Rogier Rossmeisl is afgestudeerd
bedrijfskundige aan de Erasmusuniversiteit
Rotterdam [specialisatie Oost-Europa].

.,.........................................................................................

Het verhaal van  dr. Roger Rossmeisl [*Goirle, 1969] stond wat verder weg van de Bossche historie, hoewel zijn voordracht daar wel mee eindigde.  Zijn beschrijving verliep chronologisch met een redelijk gedetailleerde opsomming van het - op locaties wisselend - leven van luitenant Gilbert Mc Micking. Deze Engelse luitenant, die feitelijk [door onmogelijk te overwinnen oorlogsomstandigheden] in Duitsland werd geïnterneerd, kwam uiteindelijk, na omzwervingen, in Den Bosch terecht 
Daar tussen in maakte hij soms dramatische sitiuaties mee. Dat begon met een positief element. De luitenant werd winnaar van de Goethebeurs waardoor hij in Weimar, de stad van Goethe, Duits mocht gaan studeren en de Engelse invloed op het Duitsland van Goethe. Maar toen de oorlog dreigde  wat begon met de Duitse mobilisatie op 1 augustus 1914 kon hij niet meer terug en werd hij op 7 augustus 1914 geïnterneerd. Om kort te gaan deed Gilbert twee -mislukte vluchtpogingen, maar kon na een unieke Engels-Duitse overeenkomst uiteindelijk op 28 december 1917 op transport gesteld worden. McMicking kwam als eerste van een groep van 300 andere Engelse soldaten in Venlo aan van waar ze diezelfde dag, na een enthousiaste begroeting, doorreisden naar Den Haag. Daar werd hij opnieuw 'geinterneerd', maar dit keer in 'luxe' badhotel in Sheveningen, waar hij ondanks die positie, redelijke vrijheden verkreeg wat hem een baantje opleverde: bureauwerk bij de Britisch News in Amsterdam. In die  tijd verhuisde hij naar Overveen bij Haarlem. Door tussenkomst van [Engelse] hogerhand kwam hij in diplomatieke dienst terecht. Via het Engelse consulaat verkreeg Gilbert juli 1918 een 'commerciële opdracht' in Den Bosch.
Dankzij het r.k.Huisvestingscomité bood hem inwoning aan bij de familie Pastoor op Brugplein 6.
Over zijn positie in die Bossche tijd en de bijbehorende opdracht is weinig bekend, schrijf Rosmeissl. 
-Hierboven: Luitenant in burger Gilbert McMicking

-Rechts: Rechts Rossmeisls' opa Franz 1895-1945 als
Boheems artilleriesoldaat. Links van hem broer
Josef die aan de Spaanse griep overleed.
Links, de man in de stoel, is overgrootvader Wenzl.

-Rechts boven: De woonlocatie
van Gilbert McMicking op Brugplein 6.

 
.........

Vervolg lezing door Roger Rossmeisl
De toehoorders volgden dit lange relaas en moesten voor de vele tussenliggende details wachten tot zij het boek ' 's-Hertogenbosch en de Eerste Wereldoorlog' in handen zouden krijgen. Maar daar werd door deze bedrijjfskundige regelmatig naar verwezen.
'Een Britse luitenant  op Orthen' was de titel van Rossmeisls lezing .
Mc Micking heeft geen schot  gelost  en is nimmer aan het front geweest. Zijn leven dat we nauwgezet volgde, eindigde dus in Den Bosch op Brugplein nummer 6.
Mc Micking werd in 1918 getroffen door de Spaanse griep die in Nederland  31.000 slachtoffers heeft geëeist, kwam in het ziekenhuis Joan de Deo terecht, waar hij op 11 november 1918 -feitelijk  kort na middernacht -overleed . Drie dagen daarna werd hij met veel ceremonieel 'op Orthen' begraven. Maar in opdracht van wie en waarom er zoveel hoge heren /militairen daarbij aanwezig waren, is de vraag. Rosmeissl citeert ook hier de PNHC voor de namen: onder wie: May de vice-consul van Engeland, J. Dony de consul van België, Constant Tilman de consulair agent van Frankrijk. 
Daarmee sloot Rossmeisl zijn  bijdragen aan deze vlot verlopen reeks lezingen af.
Rossmeisl is voorzitter van de Western Front Association Nederland en auteur van diverse publicaties op sportgebied o.a. over het Tilburgse Willem lI en het dit jaar te verschijnen boek 'Kampioenen '14 -'18 '.

Niet alleen die  begrafenis op 14 november 1918 leidt tot speculaties, ook de inhoud van diens 'commericële opdracht' [spionage ..??].   Zo bleek Roger Mossmeisls lezing nog een open eind te hebben.

Aan het slot werd, zoals genoemd, het boek  's-Hertogenbosch en de Eerste Wereldoorlog' gepresenteerd en de wandeling langs Bossche oorlogsrelicten uitgedeeld.

Terug naar boven