Wetenschappelijk medewerker Stadsarchief Aart Vos nam afscheid

Printerversie
Gepubliceerd op: 20-09-2012 | Gewijzigd op: 06-10-2012
Donderdagmiddag 20 september 2012 is met een symposium in het Bestuurscentrum en aansluitend een receptie in het stadhuis na 31 jaar afscheid genomen van de wetenschappelijk medewerker van het Stadsarchief, Aart Vos, die met pensioen gaat.
Vos, die aan de VU geschiedenis studeerde en ook de Rijksarchiefschool [Den Haag[ volgde, begon in  1961  met een studie aan de Sociale Academie.
Sedert 1981 is de in 1949 in Utrecht geboren zoon van een kaashandelaar in dienst bij het Bossche Stadsarchief.

Het echtpaar Vos bij binnenkomst in het Bestuurscentrum.

 foto © paul kriele,20 september 2012.

Aan die periode bij het Stadsarchief, zijn werk en zijn persoon, refereerden zes sprekers die voor het symposium onder de titel 'Aarts Paradijs' in het Bestuurscentrum waren uitgenodigd met tal [200] van gasten uit de ambtenarij, de kunst-en museumwereld en anderen bij archief en cultuurhistorie betrokken genodigden. 
Achtereenvolgens waren de sprekers:
-Trix van Erp-Jacobs [Universiteit Tilburg] sprak over criminaliteit, een geliefd onderwerp van Vos, dat aansloot diens  onderzoek en opzet van een Bossche schurkenbank,
-
Gerard van Gurp over de Gereformeerde gemeenschap in Den Bosch met name vóór en ook na het beleg van 1629, Ronald Glaudemans van de BAM over Bossche muurschilderingen [in woningen en in de St. Jan] ,

-Maarten Prak over het Bossche winkelbedrijf in het einde van de 2e helft van de 18e eeuw. Deze hoogleraar Economische en Sociale geschiedenis gaf een overzichtelijke en voor velen een boeiende inkijk in de opkomst van de Bossche winkeliers. De stad stak- qua aantal [281 winkels] en organisatie [Kramersgilde/500 leden]- boven andere steden uit.  
'Maar deze winkeliers hebben in die tijd de grondslag gelegd voor de consumptiemaatschappij die we nu nog kennen,' aldus Prak .
-Valentijn Paquay hield een lezing over archivering.

De raadzaal tijdens de lezing van Maarten Prak.

foto © paul kriele, 20 september 2012.

-Maar de meest geslaagde lezing - mede gezien de aandacht en het meest aantal toehoorders dat niet de ogen sloot, maar zeker ook door de keuze en variatie met beelden -was het  verhaal van Charles de Mooij, directeur van het Noordbrabants Museum. 
De Mooij leerde de 'betrouwbare, solide en hardwerkende waterdrager' Vos in 1989 kennen. 'Maar in die tijd ging zag ik hem als een zurig, sikkeneurig figuur, die ik uit de weg ging. Maar ondanks dat is er door een project  'De wooncultuur van 's-Hertogenbosch' een innige samenwerking gegroeid en zelfs een vriendschap tussen beide echtparen ontstaan. Later volgde nog een uitgave van 'Binnenskamers' . Uit dat project heb ik veel van inboedels geleerd,' aldus De Mooij. 
'Via inboedel kom je dichterbij de mens. Dat is ook een streven van Vos. Niet de bronnen om de bronnen, maar de mens achter de bronnen. Daar gaat het bij Vos ook om,' sprak De Mooij, soms met stemverheffing richting de pensionado.

Verder gaf De Mooij met humor een gevarieerde inkijk in het leven van de Hertog van Brunswijk dmv een rondleiding door het museum, maar dan in de tijd van het Gouverneurschap van de hertog 1733-1744 in Den Bosch. 
Aan het slot van De Mooijs verhaal bleek dat die hertog lang in een graftombe in de oude Lutherse kerk [later de bank van Lentjes & Drossaerts] opgebaard is geweest. Later is de tombe verplaatst naar de huidige -voormalige- Lutherse kerk.
Op het eind van het symposium ontving Vos van de gemeente een schilderij 'De schemering' en een papieren vastlegging van de zes voordrachten. Aansluitend begaven de gasten zich naar het stadhuis voor een receptie.

Terug naar boven