Groot Ziekengasthuis: historie

Printerversie
Gepubliceerd op: 14-09-2008 | Gewijzigd op: 26-03-2012
Aanloop naar fusies en nieuwbouw Bossche ziekenhuizen

Na het einde van de na-oorlogse wederopbouwperiode werd de ziekenhuisbouw in 1965 vrijgegeven. Daardoor kon vanaf 1968 het overleg over bouwplannen starten. Dat gebeurde binnen de Begeleidingscommissie der Bossche ziekenhuizen, welke naam later veranderde in Stichting Samenwerkende ziekenhuizen, kort SSZ.
Dat overleg verliep mede door de opstelling van directies, van specialisten en ook van de zusters niet zonder problemen.

In die strategie zocht het GZG naar een samengaan met het Carolus*.
Het Liduina in Boxtel speelde bij deze toenaderingen ook een rol, wat bleek uit een onverwachte aankondiging dat het Carolus met het Boxtelse ziekenhuis gaat fuseren.

Door dit spel volgde in maart 1969 een splitsing van ambities:
‘Ieder ging zijns weegs’
-Het Carolus koos voor De Herven als nieuwbouwlocatie. Opening in1979
-Het Protestantsziekenhuis, dat vanaf 1914 op het Vughterbastion was gelegen, koos voor West, opening1974
-en het GZG dat in haar ambitie voor nieuwbouw door interne tegenstellingen draalde met het maken van een keuze: de binnenstad had de voorkeur van mejuffrouw Tilman en de overige Regenten olv Adelmeyer, kozen voor de locatie Pettelaarseweg.
Timan kreeg al in 1951 haar zin..

*Noot Carolus x Joan de Deo
In 1951 is opgericht de stichting Sint Joannes de Deo en Sint Carolus Borromeus. Een ziekenhuis op twee locaties: een voor vrouwen en een voor mannen als gevolg van het feit dat ze te klein waren voor een zelfstandig voort bestaan. Maar door een afname van nieuwe toetredingen moest de orde in1963 Den Bosch als vestiging loslaten.
De inventaris van het mannenziekenhuis op de Papenhulst ging over
naar Carolus II, zoals de nieuwe naam luidde.

Fusie Carolus met Liduina
Onverwacht, wat het boek ‘Beter Worden ‘De dans om het Liduinaziekenhuis noemt, waarin het GZG* [dat al vanaf 1982 gesprekken met het Liduina voert ] en het Carolus de danspartners waren, eindigt het politiek spel van samengaan op 2 juli 1986 met het bericht, dat het Carolus met het Liduina samengaat tot de -in 1987 opgerichte - stichting Carolus-Liduinaziekenhuis, kortweg CLZ.
Die stap was bovendien een gevolg van de door de minister opgelegde beddenreductie.

+Noot Het Liduina
Het Liduinaziekenhuis Boxtel is in 1926 ontstaan uit het Liefdehuis, waar leden van het Wit-Gele kruis verpleegbenodigdheden konden lenen.
Vanaf195 wordt het ziekenhuis bestuurd door de Sint Liduinastichting onder wier supervisie in 1970 nieuwbouw volgt.

In een volgend traject van samengaan zocht het CLZ toenadering tot het Willem Alexanderziekenhuis, maar door de tegenstelling tussen ’katholiek en protestant was een fusie onaanvaardbaar.

In 1989 het jaar waarin overigens de besturen van GZG en het WAZ een intentieverklaring hadden opgesteld [28 september 1989], werd de strategie van het Carolus verstoord door het bericht dat het WA met het Groot Ziekengasthuis zou gaan fuseren.

Het bericht kwam kort voor het 75-jarig bestaan van het WA-ziekenhuis, welk feit nog uitbundig in Kasteel Maurick werd gevierd.
Voor het GZG was dit samengaan erg gunstig. Door het buiten spel zetten van het Carolus werd voorkomen dat in de stad een even groot en wellicht nog grotere instituut op gebeid van de gezondheidszorg zou functioneren. Waardoor de centrumpositie van ’Het Groot ‘in het geding zou komen.
Van de ene kant moest het WAZ veren laten omdat er een algemeen christelijke instelling ontstond. Het GZG moest van haar kant loskomen van het toch wel katholieke College der Renten der Godshuizen, dat vanaf 1810 - naar idee van Napoleon - uit de gasthuizen was ontstaan.
Deze fusie, die per 6 januari 1990 werd bekrachtigd, was terdege ‘geregeld’ door prof. Van Montfort van het Nationaal Ziekenhuis Instituut.
De nieuwe naam werd Bosch’ Medisch Centrum, BMC.

+Noot; Bommelsch Gasthuis
Het BMC nam in 1995 het Zaltbommels ziekenhuis over dat voor 1882 ook een middel eeuws gasthuis was.
Vanaf dat jaar - tot1969- was het een ziekenhuis en vanaf 1969 een verpleeghuis met een laboratorium en enkele poliklinieken.

Vervolg fusies en nieuwbouw
De nieuwe directie* had de medische staf van het Groot Ziekengasthuis een nieuwbouw- voor 2000 -op Willemspoort voorgehouden, maar er kwam een kink in de kabel.

*Noot Nieuwe directie
De directie bestond voortaan- naast Rudi Driessen en Peter Holland - ook uit Flip van der Scheur van het WAZ. Vanaf 1991 treedt Peter de Kubber tot de directie toe, vanaf 1995 Raad van Bestuur werd.


Dat had alles met beddenreductie, fusies en toestemming van de minister te maken. Pas in 2005 zou toestemming voor nieuwbouw afkomen.
Doordat het nieuwbouwperspectief verdween moest het functieverdeelplan geëffectueerd worden. Daarbij waren de uitgangspunten:
De complexe zorg in het GZG, met merendeels de klinische afdelingen. En de basiszorg, zoals poliklinieken, in het WAZ, die ook de Spoedeisende hulp moest loslaten.

Nieuwbouw, bleef uitgangspunt meldt het boek ‘Beter Worden’ dat staatssecretaris Simons citeert die als voorwaarden oplegt: het afstoten van het GZG-complex mocht niet tot kapitaalsvernietiging leiden en het BMC moest intensiever gaan samenwerken met het Carolus-Liduina.
In 1998 gaf het ministerie van VWS haar fiat aan de lang gekoesterde wens tot nieuwbouw, die voorjaar 2011 in gebruik werd genomen en officieel op 24 juni 2011 door prins Willem Alexander werd geopend.
De prins, wiens moeder Beatrix in 1976 het Willem Alexander ziekenhuis had geopend door van haar oudste zoon ‘een foto op driewieler’ te onthullen.

© pk 16 juli 2011

Berichten
Laatste zusters verlaten Groot Ziekengasthuis- 4 juli 2005
Zondag 3 juli 2005 hebben de laatste 7 zusters van de orde Carolus Borromeus afscheid genomen van het Groot Ziekengasthuis. Met een plechtige Mis, gecelebreerd door bisschop Hurkmans, werd eer betoond aan de bezige bijen van het ziekenhuis. Eerst [1880] kwam de orde vanuit Duitsland naar het Carolus en later ook gingen de zusters in het GZG werken. Het klooster lag achter d eparkeergarage Loeffplein. Dat gebouw met de kapel zullen vermoedelijk bij de nieuwbouwplannen bewaard blijven.

Klooster blijft gehandhaafd - juli 2005
In de nieuwbouwperikelen op de locatie Groot Ziekegasthuis zijn de paviljoenen en het klooster tenminste twee gegevens die stand houden.
Het oude verpleeg-en kloostergebouw. Aan de rechter kant woonden de zusters en links  was de verpleegafdeling. Aansluitende bevindt zich daarachter de kapel.
Het gebouw dateert van 1913-1914
.

foto's © gerard monté 27 juli 2005.

Het klooster van de zusters Carolus Borromeus op de Tolbrug Het linker beeld verwijst naar de orde van de zusters afkomstig uit Trier en werkzaam in het Groot Ziekengasthuis. Het rechter beeld heeft een onderschrift dat herinnert aan de zusters die werkzaam waren in het Caroluziekenhuis.
De zusters van Trier zijn niet meer hier
het leven is niet meer wat het was
servitudo et humilitasVoorgeschiedenis

Fusieziekenhuis op één locatie
Het stafbestuur van het BMC en CLZ, dat is de in 1999 gefuseerde ziekenhuisinstelling van Bosch' Medisch Centrum en Carolus/Liduina ziekenhuis, heeft besloten om te kiezen voor één ziekenhuis op één lokatie. Dat meldde de Nieuwsbrief van Bastion Oranje op vrijdag 30 juni 2000. Dat besluit heeft als consequentie het einde van de ziekenhuizen: Carolus, Liduina en Groot Ziekengasthuis.
Het is verleidelijk om in dit kader in te gaan op een gemiste kans. Immers er is een ontwikkeling in gang gezet die ruimte biedt aan satellietziekenhuizen gefixeerd op poliklinische zorg of een huisartsenpost met klinische ziekenhuisbedden dat als voor-station dient naar een verpleegopname.

Vroege historie

Het klooster annex verpleeggebouw van 1914. Vanaf 1880 werd met het realiseren van een polikliniekgebouw [het huidige mortuarium op het binnenterrein[de aanzet gegeven voor  een geheel 'nieuw' ziekenhuis. Vervolgens kwam er een stervormig verpleeggebouw [1911] en een mariapaviljoen [1915] voor besmettelijkeziekten.
Beiden staan er nog en komen terug in het nieuw project  op de locatie GZG.
De oorspronkelijke toegang [1661] waarachter meteen links de bakkerijen en wasserij stonden en links naast  de poort de apotheek en verderop -boven het water -de kantoren van de Regenten van de Godshuizen nog staan, dateert van1661. De poort met timpaan, waarin het stadswapen werd meermalen gerestaureerd. Hier zijn de beelden van Elisabeth en Vincentius verdwenen. Er zijn later copieën voor teruggeplaatst.
In 1928 werd de hoofdingang verplaatst naar de Nieuwstraat, waar nu nog de ingang poliklinieken is gesitueerd.

 foto © paul kriele, juni 1982.

Van gasthuisjes naar ziekenhuis
De-Bossche- ziekenhuizen zijn ontstaan uit de kleinere particuliere gasthuizen. Eeuwen geleden hadden die als taak de opvang van ouderen, zwervers en psychiatrische patiënten. Dankzij een legaat of erfenis opgericht door een welgestelde inwoner, werden zij ook vernoemd naar die persoon. In de stad hebben een twintigtal gasthuisjes bestaan waarvan er enkelen nog bewaard zijn gebleven, onder meer in de Louwsche Poort, op de Uilenburg en Achter de Werelt.
eerste gasthuizen
Al vroeg kent de stad een leprozenhuys, afzijdig gelegen langs de weg naar Hintham. 

Er bestaat ook een hospitali in Buscho, gesitueerd op de plek van de huidig Hervormde kerk in de Kerkstraat waarlangs de Gasselstraat loopt. Die plek is in 1457 vanwege ruimtegebrek geruild voor de locatie in de Gasthuisstraat. In dat jaar gaf de toenmalige paus Calixtus III toestemming. Pas in 1470 vindt de verhuizing plaats.
De toegangspoort uit die tijd wordt in 1661 vervangen door een poort met stadswapen die nog bestaat.

Op de oude ziekenhuisplek krijgt de kloosterkapel de bestemming van de H. Anna kapel Begijnhoven
Ook uit de tijd van de gasthuizen dateert het groot -en het klein begijnhof . Het Groot Begijnhof stond op de plek van de huidige Parade en was een besloten gemeenschap van lekenzusters Dat klooster bevatte ook ziekenzalen: een infirmerie voor arme begijnen.Volgens de geschiedschrijvers is die infirmerie pas in 1426 gesticht .|
Die schrijvers hebben ook vastgelegd dat rond 1443 er sprake is van een Klein Begijnhof gelegen tussen de Snellestraat en Postelstraat,
Op het Groot Begijnhof stond vanaf 1304 de aan de H. Nicolaas gewijde kerk. In 1749 zou het laatste gebouw van het Begijnhof zijn gesloopt. Acht jaar daarvoor waren de stallen gebouwd die later -in een stenen uitvoering - bekendheid kregen als de paardenstallen van de
cavalerie.
Er zijn ook Zwartzusters of Cellenzusters die leiders in hun huis op de Papenhulst lijders aan besmettelijke ziekten verplegen.

De beelden in de poort : Het oudste restant van het middel eeuwse Groot Gasthuis, gelegen in de Gasthuisstraat. Het dateert van 1660, maar de eerste poort was van 1470. Het gaf toegang tot de bakkerijen, wasserij, apotheek en regentenkamer. Op de binnenplaats stonden behalve een kapel ook de ziekenzalen, waaronder een gedeelte voor militaire verpleging.
Apotheek en regentenkamer liggen nog langszij de Dieze.
In 1928 werd de hoofdingang verplaatst naar de Nieuwstraat, waar nu nog de ingang poliklinieken is gesitueerd.

In dit poortje [2002] zijn de beelden verdwenen om er een kopie van te maken.

 

In de linker nis hoort  Elisabeth van Thüringen thuis, die bekend staat om haar vrijgevigheid. Het was een verpleegster avant la lettre maar wel vanwege een religieuze opvatting. Elisabeth [*Bratislava, 1207] is de dochter van de Hongaarse koning Andreas II. In haar huwelijk deelde zij al aalmoezen uit aan de poort van het kasteel Wartburg waar zij met haar man Lodewijk IV woonde.

Nog begrijpelijker dat zij de patroonheilige van de verpleegsters/zusters is, komt door het feit dat ze een ziekenhuis liet bouwen waar ze zelf melaatsen verzorgde.

In de rechter nis komt weer terug  Vincentius à Paulo. Deze zoon van een agrarische familie was aanvankelijk schapenhoeder, maar studeerde op latere leeftijd theologie. Na zijn priesterwijding [1600] is hij door de Turken, die Europa veroverde, gevangen genomen. Na zijn vrijlating werd hij pastoor in Clichy nabij Parijs, vervolgens is Vincentius aangesteld tot aalmoezenier van de galeislaven. Uit die tijd dateren zijn liefdewerk en sociaal werk voor krankzinnigen, bedelaars, [galie-]slaven en zieke pelgrims
Deze Vincentius [* Dax 24 april 1581] is ook nog adviseur geweest van de Franse koning. Hij staat bekend als de stichter van de Congregatie van de Lazaristen [missiebroeders] .De Vincentiusvereniging is naar hem genoemd. 

Groot Ziekengasthuis
De naam duidt op de functie een gasthuis voor voornamelijk ouderen en [geestelijk] zieke burgers/poirters.
De voorloper van het Groot Ziekengasthuis is waarschijnlijk hospitali in Buschco, ook wel sacerdotis hospitali genaamd, dat gelegen was achter de St.Annaplaats langszij de Gasselstraat. Van dit ziekenhuis was voor het eerst sprake in 1274; in 1277 zijn de statuten vastgelegd. Doordat het ingeklemd lag in een stedelijke bebouwing kon het niet uitbreiden. Daarom volgde in 1470 een verhuizing naar het open terrein aan de -latere- Gasthuisstraat, aan de overzijde van de Binnendieze. Een nu nog bestaande poort in dat straatje gaf toegang tot het terrein waarop ook een apotheek, wasserij en bakkerij stond. De oude verpleeggebouwen zijn in 1908 gesloopt behalve de apotheek en regentenkamer langszij de Dieze.
In 1925 omstreeks zijn de verpleeggebouwen [stervormige] op het binnenterrein gerealiseerd.
In 1932 volgde wederom een nieuwbouw aan de Nieuwstraat: met en hoofdingang en poliklinieken en een kinderafdeling. 
eigentijdse nieuwbouw
Het traject van de nieuwbouw is langdradig. Al in 1952 werd erover gesproken. In dat jaar is architect ir. J. van der Laan broer van Dom Hans van der Laan aangetrokken. Het zal tot 1966 duren vooraleer met de bouw wordt gestart. Dat lag aan Haagsche procedures, de lokatiekeuze, een verplaatsing van het ketelhuis naar de Tolbrugstraat en de traag werkende Van der Laan.

Nieuwbouw van verpleegstersflat 1961 en verpleeghuizen 1969
De huidige nieuwbouw aan de Zuid-Willemvaart en Tolbrugstraat is gerealiseerd tussen 1969 -1974. Voor het project moest de volksbuurt De Pijp met de textielfabrieken van Lambooy & Klundert en voormalige Tolbrugkazerne verdwijnen. Saneren heette dat in de jaren zestig.
De verpleegstersflat Bloemenkamp kreeg voorrang omdat mejuffrouw Tilman ! de zorg [toezicht en woonbeghoefte] sterk in het viezier hield. De bouw dateert van 1961 later- in 1969 -werd pas begonnen met de verpleegvleugels die dus in 2009 gesloopt gaan worden.
Daarop volgden, het ketelhuis, de directevleugel en verpleegvleugel A [chirurgie]. De vverpleegleugel B, aan de binnenzijde [internen], als laatste.
Met de aanstelling van de Hollandse huisarts Bram van der Reep is ook-pas- een masterplan gepresenteerd waarin inhoudelijk ook een keuze gemaakt werd voor een nierdialyse, een recalidatieafdeling [Tolbrugstraat] en geen eurochirurgie!
toenadering afgeketst
In de jaren zestig begon ook een toenadering van het Carolus in de richting van het GZG en naar het Joannes de Deo. Bij elk groeide behoefte aan specialisatie, een aspect waarop de directie en de medische staf van het GZG al hadden ingezet en zich daar ook op voor lieten staan.
In 1966 zocht men naar een samenwerking voor bloedbank, trombose en bacteriologisch lab. Maar de toenaderingen ketsten af op de hautaine houding van het GZG, dat zich superieur voelde. De collega's hadden dat ziekenhuis graag uit die traditionele instelling ontkoppeld willen zien.
Op 6 januari 1990 fuseerde het Groot Ziekengasthuis met het Willem-Alexander Ziekenhuis dat een protestante signatuur had. Om die instelling te kunnen inlijven moesten de Godshuizen worden opgeheven en een federatie van instellingen worden opgericht
Daarmee werd ook het College van Regenten van de Godshuizen opgeheven. De liefdadigheidsinstellingen waren onder het bewind van Napoleon in 1811 onder het bestuur van de 'commission des hospices' geplaatst en in 1815 overgenomen door de 'Regenten van de Godshuizen en den Algemeenen Armen'.


Terug naar boven