Herdenkingen in Grote Kerk en op Bastion Antonie.

Printerversie
Gepubliceerd op: 04-05-2013 | Gewijzigd op: 05-05-2013
Vanavond om half 7 vond in de Grote Kerk op het Kerkplein de jaarlijkse herdenking van slachtoffers plaats van de Tweede Wereldoorlog en van alle daarop volgende oorlogen.
De dienst werd geleid door dominee Peter van Helden en muzikaal ondersteund door het koor Mi Canto dat ondermeer Joodse liederen [Radhalaila en El Haderech] ten gehore bracht.
Er waren tal van deputaties van organisaties en instellingen naast militare vertegenwoordigers die met een gedicht of met het aansteken van een van de 6 kaarsen [die symbool staan voor mens en aarde] een bijdrage leverde aan de druk bezochte dienst.
>>Voor het nationale gedicht van Roos Reinartz uitgesproken op de Dam op 4 mei 2013 en voor de column van  Eric Alink uitgesproken bij verzetsmonument op zaterdagavond 4 mei 2013, zieonderaan artikel.

De kerkzaal van de Grote Kerk op het Kerkplein, waar dominee Peter van Helden gastheer was van de jaarlijkse dodenherdenking. Burgemeester Ton Rombouts in gesprek met Joost Prinsen.
foto's © paul kriele, 4 mei 2013.

Dominee Peter van Helden sprak in zijn welkom dat in deze dienst de doden herdacht worden uit de Tweede Wereldoorlog en in hun naam van alle oorlogen, in het bijzonder de slachtoffers van de Nazi terreur.

tv-persoonlijkheid Joost Prinsen
Een van de gastsprekers was de bekende tv-persoonlijkheid, de in Vught geboren [*1942]  Joost Prinsen. De docent Kleinkunstakademie gaf met een indrukwekkend, historisch, relaas een beeld hoe men vanaf de bevrijding –via de jaren 50,60,70 en 80- over de oorlog is gaan denken.

Prinsens verhaal was zo uitvoerig, dat het Wilhelmus als afsluiting  moest komen te vervallen om nog op tijd bij de herdenking op Bastion Antonie te zijn. Dominee Van Helden sprak na Prinsens lezing richting de scholieren op de eerste rijen, van een indrukwekkende geschiedenisles.

De tv-persoonlijkheid en Bosschenaar Joost Prinsen, die een indrukwekkende en ook uitvoerige lezing hield over het effect van de oorlog in de Nederlandse samenleving. De burgemeesterszoon werd op 9 juni 1942 in Vught geboren, maar ging in Den Bosch naar het Stedelijk Gymnasium en vervolgens naar het Bisschoppelijk College in Weert . Een kunst/theateropleiding  genoot Joost Prinsen aan de Amsterdamse  Toneelschool. 
Prinsen is docent aan de Kleinkunstacademie.
 
foto's © paul kriele, 4 mei 2013.

Prinsen gaf chronologisch -gelardeerd met feiten- een beeld van hoe de mening over de oorlog verschoof van wit via grijs naar zwart. Hiermee aangevend dat de mening over de oorlog eerst nog veel verwarring gaf, maar men zich niet echt druk maakte over het wangedrag van bepaalde personen of beroepsgroepen [ambtenaren, politie en NS-personeel], maar ook van bijv. bakkers of slagers, die zich met leveranties min of meer ten dienste van de Duitsers stelden.
Dat proces [opvatting over de oorlog] verliep van neutraal naar bezwaarlijk en verontwaardigd om tenslotte in de jaren 70 en 80 te eindigen in woede, aldus Prinsen. Er verscheen ook een reeks boeken van onder meer Loe de Jong, Sam Presser [De Ondergang] en anderen. De inhoud ervan was zo onthutsend doordat ze prijs gaven wat er werkelijk was gebeurd [Jodentransport met 102.000 slachtoffers] en dat er veel Nederlanders stil bij hadden staan kijken.

Maar, zo bleek uit Prinsens relaas, het leven ging gewoon door ,men ging werken, het huishouden verliep zoals voorheen, ook de voetbalcompetitie en de Elfstedentocht die er drie waren in die jaren, vond gewoon doorgang. Dat alles terwijl de Joden werden vergast.
In de meeste dorpen en steden woedde geen oorlog. Daar is nooit een bom gevallen zei Joost Prinsen.

 Leerlingen van een basisschool en rechts van het Jeroen Bosch College olv geschiedenisdocent René Kok.  foto's © paul kriele, 4 mei 2013.
-Links boven burgemeester Ton Rombouts steekt een van de kaarsen aan. Rechts donminee Peter van Helden. -Links: Een deputatie van het veteranenplatform Paul Niewold en boven Rob van Baal van Jong & Out van het COC.

Gedicht dat Rob van Baal [Jong & Out van het COC] voorlas:

KIES UIT VRIJHEID

-Mag ik van jou de vrijheid van meningsuiting,
dan krijg jij van mij de vrijheid te zwijgen.
-Mag ik van jou de vrijheid te stemmen,
dan krijg jij van mij de vrijheid te passen.
-Mag ik van jou de vrijheid om alles te zien wat ik wil,
dan krijg jij van mij de vrijheid om je ogen te sluiten
-Mag ik van jou de vrijheid van keuze,
Dan krijg jij van mij de vrijheid tot overgave.
-Mag ik van jou de vrijheid van godsdienst,
dan krijg jij van mij de vrijheid tot goddeloosheid.
-Mag ik van jou de vrijheid tot leven,
dan krijg jij van mij de vrijheid zelf je afscheid te kiezen.
-Mag ik van jou de vrijheid tot iedere vorm van liefde,
dan krijg jij van mij de vrijheid om jezelf te zijn.
-Mag ik van jou de vrijheid om vrij te zijn,

-dan krijg ik van jou,
-dan krijg jij van mij,
-dan krijgt iedereen van iedereen
-dit wederzijds recht:

mijn vrijheid die jouw vrijheid is.

jan van velthoven



De herdenkingsdienst werd afgewisseld met het successievelijk aansteken van een van de zes kaarsen. Dat licht staat symbool staan voor aarde, aldus Peter van Helden, maar ook voor 'mens'..
Loek Mostertmans las een gedicht voor van Martinus Nijhoff ‘Tot de gevallenen’.

Ook waren er vertegenwoordigers van het COC -jongeren [Rob van Baal] en van Jong Actief Térence Holsman en een lid van het Veteranenplatform: Paul Niewold.

De dienst werd afgesloten met het Joodse lied ‘Yerushalayim shel zahav’ door Mi Canto, met medewerking van de pianist Huub Sperber. Het koor stond onder leiding van Enrico van Schaijk.

-Hier boven links Jong Actief met Térence Holsman die een gedicht voor las.
Dat deed ook Loek Mostertman [r.] van het Platform Religie en Levensbeschouwing.

-Rechts Het koor Mi Canto olv Enrico van Schaijk.

foto's © paul kriele, 4 mei 2013.

Dus zonder het Wilhelmus verplaatste de herdenking -een kwartier voor achten -zich naar Bastion Antonie, waar -bij het daar tijdelijk geplaatste herdenkingsmonument - kransen werden gelegd.

De stoet op weg naar Bastion Antonie waar de kranslegging plaats vond.

Roos Reinartz - Nachtelijke overdenkingen

[4 mei 2013]

Nachtelijke overdenkingen

4 mei, ik lig in bed maar kan niet slapen
Beelden flitsen door mijn hoofd
Foto’s die ik zag op tentoonstellingen
kransen onder monumenten,
een man tegen een muur, zijn ogen gesloten in gebed
het kamertje in mijn ooms schuur
de lucht zwaar van herinneringen

Zo’n klein kamertje
zo’n klein belangrijk kamertje
een kamertje dat levens heeft gered
Ik knip mijn nachtlampje aan en kijk om mij heen
mijn laptop, mijn volle kledingkast
ik schaam mij er opeens voor

Mijn heftigste herinneringen zijn die van
een ander 

Uitgesproken op 4 mei 2013 bij het monument op de Dam in Amsterdam.
--------------------------------------------------------
De ceremonies bij het herdenkingsmonument en het Joods scholierenmonument op  Bastion Antonie. foto's © henkvanesch, 4 mei 2013.

Column van stadschroniqueur Eric Alink, uitgesproken op de herdenkingsavond van 4 mei 2013 op Bastion Antonie.

Wandeling met G.

We spraken af bij Sluis Nul. Zij en ik. Vorige week donderdag. Van tevoren had ze haar driewekelijkse afspraak bij Reinier van Arkel, instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Laat ik haar G. noemen. Ze is begin dertig, woont in de Aawijk, kinderloos. G. denkt erg snel. Als een trein. Maar haar hoofd is geen stiltecoupé. Zij hoort vaak praten.

Die donderdag. Tien over half zes. Na een omhelzing steken we over naar Bastion Anthonie. De lucht is grijs, de wind vlagerig, het gras drassig. Dat deert haar niet. Zomder omwegen loopt ze op het Verzetsmonument af. “Daar sta je dan,” zegt ze, “waar je nooit eerder stond.” Dat klopt. Zestig jaar lang keken de mannen van brons over Zuidwal en Bossche Broek en zagen wat wij niet kunnen zien – maar wel vermoeden.

Al die jaren was hun blik onwrikbaar. Maar begin maart keken zij verwonderd op. Er waren werklieden. Er was een hijskraan. Even zweefden ze hemelwaarts. Een man riep ze nog na: “Alles komt goed.” Toen was het stil. De drie werden verzet, maar boden het niet. Is die inschikkelijkheid zorgelijk? Moeten wij na zestig jaar twijfelen aan de onverzettelijkheid van hun overtuiging? Nee. Zij leren ons nog elke dag dezelfde les: recht je rug, buig niet voor onrecht. Tegelijkertijd accepteren zij de levenswet die stelt dat alles voortdurend in verandering is – ook een stad.

“Laten we een klein rondje lopen”, zegt G. Da’s goed. Zo cirkelen wij – tegen de klok en alle tijd van de wereld in – rond het Verzetsmonument. Park, gras, bloemen: van madeliefje en zachte ooievaarsbek tot hondsdraf en pinksterbloem. Zelfs de stilte horen we groeien.

Op gedenksteenworp afstand zien wij het Joods Scholieren Monument. We lopen erheen. Staan stil, bij de herinnering aan de klaslokalen waar kinderen in koor hun jaartallen oefenden: 1830, 1914-1918, 1940 –– Hoor je dat ook? Enkele stemmen die wegvallen. Die nooit het jaartal 1945 zullen leren.

G. en ik zwijgen nog een tijd. Ik denk aan de taallessen van toen en nu. Hoe kinderen leren dat winnen een sterk werkwoord is, mits je kans, tijd en vrijheid krijgt om het zelf te vervoegen. We lopen verder. Stoppen bij een andere gedenksteen die tijdelijk is verhuisd. Wij lezen de tekst ‘Tour de France 30 juni 1996. Grand Depart à ’s-Hertogenbosch.’ Ik sluit mijn ogen. Zie honderden bezwete wielrenners. Doe ze weer open. Zie het oorlogsmonument. Van klein verzet naar groot verzet.

Op de vestingwal bij drie kanonnen liggen wat kokertjes van karton. Met het opschrift: ‘High Quality Joint’ en de waarschuwing ‘Rokers sterven jonger’. “Soldaten ook”, zegt G. “Overal en altijd.” Vlakbij haar ligt een geplette zuivelverpakking. Van Almhof. Degelijk Duits merk. De houdbaarheidsdatum van de milde roomyoghurt is verstreken. Maar die van de vrede nog niet. Die bepalen wij samen. In deze stad. In dit land. In Europa.

Op de Van Veldekekade komt een vrouw voorbij. Met kinderwagen. Ze stopt, rommelt in een mandje, haalt een witte knuffel tevoorschijn. Het kind kijkt naar het groeien van het gras. Een vogel vliegt op, zoals wij dat lang geleden met vogels hebben afgesproken. Ieder z’n taak. Even is alles in evenwicht.

G. en ik eindigen bij het Verzetsmonument. De cirkelgang is rond, maar nog niet klaar: lang geleden heeft G. mij geleerd dat alles een stem heeft. Steen, hout, glas. Ook ijzer, kransen, gras. “Luister zelf maar”, nodigt ze me uit. Ik lach vertwijfeld. “Doe nou maar”, dringt ze aan. Zachtjes druk ik mijn oor tegen de sokkel. Dan laat ik mijn aarzeling varen. Want een Verzetsmonument verlangt overgave: aan alle verhalen die hier elke dag vóór zonsondergang samenkomen.

Zo druk ik mijn oor stevig tegen steen. Doe m'n ogen dicht. Ik hoor de Bossche verhalen. Over oorlog, angst en moed. Over uitsluiting, verzet en vrijheid. Toen, later en nog veel later.

De ogen van G. wijken niet van me. “En?”, vraagt ze. “Ja”, zeg ik overtuigd. We glimlachen tegen elkaar. Lopen terug. Nemen afscheid. Ze is kalm. In haar ogen wapperen witte vlaggen. “Tot gauw’, zeg ik tegen de vrouw die stemmen hoort. Die weet dat steen, hout, glas, ook ijzer, kransen, gras, dat alles een verhaal heeft.

Voor wie het horen wil.

________________

Tekst uitgesproken bij de dodenherdenking in Den Bosch op 4 mei 2013 | G. bestaat, maar haar beginletter is gefingeerd

Het tijdelijk op Bastion Antonie geparkeerde herdenkingsmonument.

foto © paul kriele, 5 mei 2013.



Terug naar boven