Historie Lips Drunen met een start in Den Bosch

Printerversie
Gepubliceerd op: 20-10-2020 | Gewijzigd op: 21-10-2020
Samenvatting van boek ‘ NV ‘s-Hertogenbossche Schroevengieterij’ Ondertitel ‘Opkomst en groei van een Noord-Brabantse scheepsschroevenfabrikant’ door Frans Bult & John Straatman/2011.

Voorgeschiedenis van Lips Drunen aan de hand van de ontwikkeling van ijzergieterij van Jean Chevalier die werd voortgezet door Georg Dufay. 
Jean Chevalier *1820?? Genève + 1 mei 1860 Deze Chevalier was de eigenaar, naamgever en geldschieter van Jean Chevalier IJzergieterij &Co, maar praktisch gezien geen directeur. De leiding liet hij over aan zijn stiefzoon Halewijn. Het bedrijf was gevestigd op het Ortheneind [later Orthenstraat 65] naast het Peter de Gekstraatje. Dat perceel, relatief groter dan de andere percelen in de buurt, was later het regio commandocentrum van de Brandweer.
In onze tijd huist er het architectenbureau van Derks en Stevens.
 
....................
-Hïerboven:  De IJzer-en koper en metaalgieterij Georg Dufay & Zoon,
gevestigd op het Orthenènd, nu Orthenstraat 65. Links daarvan het Peter de Gekstraatje.
-Hieronder: Het perceel waarop de IJzergieterij van  Dufay vanaf 1851 tot kort na 1902 heeft gestaan. Deels afgebroken en herbouwd tot dit pand, dat meer in onze tijd het commandocentrum van de brandweer huisveste. Nu zit er het kantoor van het architectenbureau Derks en Stevens in.

foto © paul kriele, 18 oktober 2020.

In 1849 had Jean van Johannes Laurentius Croes op het Ortheneind, een perceel kadastraal bekend onder nr. G2800, ter grootte van 6 roeden en 77 ellen, waarop hij vervolgens [G245] een fabriek bouwde van 1 roede en 30 ellen. Voor die tijd was dit bedrijf de enige ijzergieterij in de stad. [1 roede is 3,6807 meter of 15,3 m² en 1 ell os 0.699 meter] Jeans compagnon was diens stiefzoon F. H. A Halewijn wijnhandelaar op de Schapenmarkt en eigenaar van hotel Lion d’Or, beter bekend als De Gouden Leeuw waaraan de gouden leeuw op een sokkel voor voorheen V&D, later Hudson's Bay en tegenwoordig Shoeby, herinnert.
Op dit deel van de stadsplattegrond staat in de Orthenstraat, op de nummers 95 en 96 [middenin het plaatje], de locatie van een van de eerste Bossche ijzergieterijen aangegeven.

Naast Halewijn opereerde meesterknecht Johannes George Dufay [*Hanau, 5 maart 1828]. Het bedrijf produceerde putdeksels, machineonderdelen en scheepsschroeven. Aanvankelijk [1851] werkte er 12 arbeiders. In 1853 was dat al gegroeid naar 36 mannen en zes jongens. Het weekloon bedroeg Hfl. 4,00 -4,50 per week voor volwassen en terwijl het gemiddelde Hfl. 1,00 lager lag. Jongens verdienden slechts Hfl. 0,50 en Hfl. 1,00 per week.
Na een terugval in 1854-1855 was er in 1856 al weer van een economische opleving sprake. Weinig concurrentie/ collegae bedrijven stopten of vluchten uit de stad.
In 1864 was Chevalier al niet meer de enige ijzergieterij in de regio ’s-Hertogenbosch. Volgens Van den Eerenbeemt * had de stad niet het gunstigste klimaat voor de groot industrie wat hij met feiten onderstreepte. Den Bosch was een stad van onbenutte kansen met de metaalindustrie als voorbeeld.
-Machinefabriek van t A. F. Smulders, opgericht in 1862, verhuisde in 1872 met zijn bedrijf naar Utrecht, waar hij aan de Kanaaldijk een fabriek vestigde. De reden was ruimtegebrek in de door muren omsloten vestingstad ‘s -Hertogenbosch.
-Scheepswerf [machinefabriek en kopergieterij] van Jan Loeff stopte na vier jaar in 1866.
-De Jonge en Plate ijzergieterij-en constructiewerkplaats en scheepswerf was slechts zeven jaar in bedrijf : 1868-1875.
-De IJzerdraadtrekkerij- en spijkerfabriek van Jan van den Griendt die in 1874 stopte.

*dr. H. F. J.M. van den Eerenbeemt [*Roosendaal, 01-11-1930  +Tilburg, 07-07-2008] hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Vele sociaal- economische publicaties, zoals Sociaal-economische studie van het Zuiden van Nederland, en ’s-Hertogenbosch in de Bataafse en Franse tijd en de Geschiedenis van Tilburg.

De economische ontwikkelingen vanaf 1851 Tot 1855 was er nog een gunstig verloop van de productiegang. De teruggang begon in 1855 terwijl in 1858 er al weer sprake was van een stijgende economie. Vanaf 1870 is er sprake van een terug lopende productie. De vermoedelijke oorzaak van de terugval van het personeelsbestand als wel van de productie is de Frans -Pruisische oorlog van 1870- 1874. Het gevolg daarvan is een stremming in de levering van kolen en erts.
In die beginjaren 70 van de negentiende eeuw lijdt Chevaliers ijzergieterij een kwijnend bestaan. De productie loopt terug naar 120.000 kg ijzer en 700 kg koper. In 1873 zijn er nog maar zes mannen en drie jongens in dienst.
Door het overlijden van directeur F. Halewijn, zo schrijven de auteurs, wordt Dufay & Co geliquideerd. Het bedrijf wordt voortgezet door de Fa. F. de Boer ijzer-koper en metaal gieterij. De hiervoor vernoemde meesterknecht Dufay was intussen een zelfstandig ondernemer geworden en had inmiddels een eigen gieterij opgericht.
-Boven: Het gebouw op de Noordwal, zoals het er ook in de tijd van Dufay moet hebben uitgezien. Links de woning van de eigenaar. 
-Onder: Later vestigde zich daar een wasserij,  eerst Mussert en later Van Aarle. 
....

Nieuw bedrijf op de Noordwal
In zijn 53ste levensjaar neemt Dufay contact op met meester metselaar A. W. van der Bruggen die voor hem bouwgrond uitzocht aan de Noordwal voor de bouw van een fabriek. In 1881 werd op perceel H nr. 3523 350 m² grond gekocht dat kort erop werd uitgebreid voor de bouw van een woonhuis. Als oprichtingsdatum van de koper-en ijzergieterij van George Dufay staat vermeldt 12 juni 1882. De naam luidt: ’s -Hertogenbossche IJzergieterij Firma George Dufay &Co en produceert scheepsschroeven, met als specialiteit stuwschroeven.
In 1896 draagt vader George Dufay de zaak over aan diens zoon L. M. Dufay. Deze Leo directeur van de IJzergieterij woonde aan de Zuid-Willemsvaart D162 Met die overdracht wordt ook de naam gewijzigd in naar Fa. George Dufay & Co.
 


-Boven: Maximiliaan [roepnaam Max] Lips *Breda, 28 april 1886 + 2 december 1958 .

Rechts Max Lips junior  late  jaren vijftig/ begin 60.
* 1 februari 1931 + 28 april 1986.

Maximiliaan Lips
Op 2 januari 1910 doet de op 28 april in 1886 geboren M.M. VC. [Max] Lips, zijn intrede in de zaak. En dan worden de namen van de firmanten bevestigd: J. G. Dufay Noordwal M261 L. M. Dufay op Zuid-Willemsvaat D162 en M. M. C. Lips wonend op Hinthamerstraat A20 In het kadaster [de legger adresboek] zijn nog eens uitvoerig de namen vastgelegd: van de Fa. George Dufay & Zoon N.V. ijzergieter . Naast George, Maximiliaan Maria Cornelis Lips ijzergieter en Leonardus Marie Dufay en Cons. De grond en gebouwen staan mede op naam van Maximiliaan Lips. De conclusie is dat Lips kapitaal moet hebben ingebracht.

Het kadaster gebruikte toen drie verschillende leggers : een Namenlijst, een Stratendeel als onderdeel van het adresboek, zoals hierboven en een Bedrijvendeel . Voor Noordwal M261, uit dat laatste deel, staat J. G. Dufay als ijzergieter genoemd, in 1900 als particulier en in 1901 als kruidenier , maar dan op een ander adres:  Koninginnelaan O90.

 De periode 1901-1909
De verhuizing naar ’t Zand: Havendijk Door ruimtegebrek als gevolg van de aanhoudende groei, viel de noodzaak naar een andere vestigingsplaats uit te kijken.
De IJzeren Man
In die jaren speelde de uitbreiding van de stad in westelijke richting. Die ophoging van de polders in West stond later bekend als ’t Zand, vanwege het tansport van zand uit Vught dat per kiepkarretjes over een smal spoor naar Den Bosch ging. Zodoende ontstond er 6 meter hoger een woon-en werkgebied van 30 hectare. De zandzuiger die dat werk deed kreeg de naam De IJzeren Man en hierdoor later ook de ontstane plas met zwembad: Strandpaviljoen De IJzeren Man.
-Boven: Havendijk [links niet zichtbaar], welk deel voorbij de bocht  later Buitendijk is
gaan heten. foto © 1960  -Onder De achterzijde van de N.V.'s-Hertogenbossche IJzergieterij
voorheen Geroge Dufay en Zn. Zicht op de Havendwarsstrraat. 

De nieuwe ondernemer Dufay koopt grond ter grootte van 2800 m² voor Hfl. 4,-- per m² aan de nieuwe Havendijk later doorlopend in een bocht naar de Buitendijk. In december 1901 werd daar de nieuwe gieterij in gebruik genomen waarvoor de bouwaanvraag was ingediend op 3 juni 1901. Goedkeuring volgde in1902. Zoon en dochter van George Dufay legden in 1902 de eerste steen. Dufay diende op 31 juli 1901 ook een vergunning in voor het aanleggen van een loden pijp om water uit de Dieze op te pompen voor het koelen van de machines.

Aantreden van Max Lips Kort ervoor had zich een zoon van een Bredase leder fabrikant, Max Lips, met Dufay gelieerd. Zo verbond Lips zich in 1902 aan de N.V. ’s-Hertogenbossche IJzergieterij voorheen George Dufay en Zn.
De fabriek werkte met vormzand later met leem. Voor de lemen vormen werden droogkasten aangelegd. Later zullen we zien dat dit een kostbaar productie-onderdeel was. Uit die overwegingen werd later het vormzand vervangen door cementzand.
Eigen energieopwekking De oppervlakte van de fabriek, waar kranen stonden met hefvermogens van 2.000, 8.000 en 10.000 kg., bedroeg 800 m² Ook stonden er twee smeltovens met elk een capaciteit van 4.000 kg ijzer per uur. Het terrein en de gebouwen waren elektrisch verlicht. Voor die tijd een unicum. Alleen de nieuwe drukkerij van Teulings aan het Emmaplein werkte in 1914 al met elektrisch licht. Dufay haalde de stroom uit een gasmotor van 14 en 15 pk die een dynamo aandreven van 110 Volt en 80 Ampère. Daarmee werden de ovenventilatoren, de kranen, de verlichting en andere werktuigen aangestuurd.

 
........
-Boven en onder:  Beelden uit de fabriek aan de Buitendijk met de gietovens en  gietgleulen naar de modellen.
...........
.........

Eerste Bossche staking Op 13 januari 1903 brak voor Den Bosch de eerste georganiseerde staking uit die tien dagen heeft geduurd. Ze was geïnitieerd uit het arbeidersbestand. De R.K. Werkliedenbond en het R.K. Metaalbewerkingsgilde steunden de stakers. Dus niet de socialisten, wat de burgerij dacht en daarom de staking afkeurde en Dufay steunde.
Den Bosch was toen een nogal katholieke stad. Vijftig van de zeventig werknemers sloten zich bij de staking aan. De Marechaussee begeleidde de werkwilligen. De stakers wensten de het uurloon te herstellen als basisloon, nadat de directie, zonder overleg, op 1 januari 1903 was overgegaan op stukloon. Dus uitbetaling naar het werk dat werd verricht.
Maar George Dufay en Max Lips wilde van geen wijken weten en hielden voet bij stuk. Er werd met ontslag van de 'oproerkraaiers’ gedreigd en onmiddellijke hervatting van het werk geëist.Geen bondsoverleg, maar met de arbeiders rechtstreeks overleg leidde tot een compromis: naar uitbetaling naar uurloon met daar boven op stukloon en ontslag voor de raddraaiers. Zodoende liep de staking na tien dagen – op 23 januari 1903 - ten einde.
 
.......
Arbeiders in de jaren vijftig in de bedrijfskantine .Onder de eerste Turkse
werknemers bij Lips. Maar de Hongaren gingen hen in1960 voor na de Hongaarse opstand. De echte eerste buitenlandse werknemers kwamen  in 1964.
Ze werden eigenlijk al in Turkije [Rize] geselecteerd en gecontracteerd.

Meer over buitenlandse werknemers onderaan dit arikel
....


 Louis Aarts  
Louis Aarts, neef van de bij Lips werkzame Aarts *23 augustus 1917 + 2 augustus 1983

Eén van de arbeiders was de in 1904 in dienst getreden Louis Aarts [*1917], neef van de bekende Louis Aarts, die later in de stad met zijn op folklore beruste ideeën, bekend zou raken.
Deze in 1892 geboren Aarts kwam iop twaalfjarige leeftijd, recht van de lagere school in de fabriek te werken. Hij  had dan wel de staking gemist en moest als jongen genoegen nemen met een werkdag van 6.00 uur ’s morgens tot ’s avonds 19.00 uur, voor een weekloontje van Hfl. 0,25 voor een hele week van 76 ¾ uur. Daar tegenover stond het loon van een volwassen gieter die de vormen moest uitbreken en opruimen. Deze gieter kreeg in dat jaar 10-11 cent loonsverhoging per week.

Aandeelhouders van de ijzergieterij van Dufay Door hun aandelen kregen drie vooraanstaand personen een belang zowel in de firma George Dufay en Zoon. Dat waren de heren Sopers, Völker en Eras die zich met een contante storting in de pas opgerichte firma George Dufay en Zoon hadden laten vertegenwoordigen. Sopers met een inbreng van € 60.000 gulden aan contanten, Eras met een inbreng van Hfl. 50.000 en Völker met HfL. 50.000. Max deed een volstorting met 175 aandelen.
........
Bestuur van de Hanzebank bij het 12,5 jarig bestaan. 

De Koninklijke Bewilliging van de oprichtingsacte vond plaats op 30 september 1918. Op 31 oktober 1918 publiceerde de Staatscourant de acte van oprichting.
Verhuizing in 1925
Met de verhuizing -medio jaren twintig van de twintigste eeuw – verkaste het bedrijf naar de Havendijk, Buitendijk, Havendwarsstraat. Havensingel werd 8 verkocht door financiële problemen en het gezin van Max Lips verhuisde naar de Boxtelseweg 2a. Ook een paar jaar later genoodzaakt delen van de fabrieksgebouwen af te stoten aan de Havendijk Over bleef Buitendijk 3 [vlg.dossier 280 acte d].

Op 27 september 1924 kocht Max Lips sr. van de NV ’s-Hertogenbossche IJzergietrij voorheen G. Dufay & Zn de panden Havendijk 18-19. Vlg. dossier 2810- acte a werd op 25-5-1925 aan de Havendijk 19- Buitendijk 1 * de ’s-Hertogenbossche Schroevengieterij M. Lips gevestigd met als eigenaar M.M.C. Lips,  woonachtig op Havensingel 8. Naast de Buitendijk stond de meelfabriek Bruelle, later de veevoederfabriek Koudijs
Aanvraag Hinderwetvergunning
Op
 29 januari 1925 werd voor een nieuw bedrijf op Buitendijk 1 en 3 en Havendijk 19 een hinderwetvergunning aangevraagd, terwijl Buitendijk 1 en 3 nog op naam stond van NV ’s-Hertogenbossche IJzergieterij voorheen G. Dufay en Zoon  [door foutje van trage Kadaster..]  De vergunning werd verleend op 6 april 1925
Verklaring samenspel Hanzebank bij faillissement Dufay
Een apart verhaal is de liquidatie die Dufay per 24 mei 1924 onderging Vermoed wordt dat het initiatief daarvan kwam van het bestuur van de Hanzebank want... Op de achtergrond speelde de geldproblemen van die bank die in 1923 ook failliet ging.. Via die liquidatie van Dufay probeerde het bestuur van de bank geld te genereren voor haar eigen liquidatie..

Het zat n.l. zo: de curatoren waren de hiervoor genoemde M. Sopers, voorzitter van Raad van Toezicht tevens bestuurder van de Hanzebank Sopers was ook mede-directeur van de NV Dufay en van beroep gemeente ontvanger, P. Eras onder-voorzitter Hanzebank en M. A. Völker voorzitter van het bestuur van de Hanzebank,tevens commissaris van de NV Dufay en burgemeester van Veghel. 
.........................
Vader Maximiliaan en zoon Max lips. Een tableau dat door het personeel werd geschonken bij het zilveren jubileum van 2 januari 1959.
 

Vervolg bedrijfshistorie
Kort na Max' komst op 2 januari 1924 besloot de aandeelhoudersvergadering dat het bedrijf zo niet verder kon: faillissement stond voor de deur. Max jr. probeerde met de schuldeisers tot een akkoord van 25%te komen in plaats van faillissement aan te vragen. Als dat lukte kon het bedrijf een herstart maken. Max reisde naar Keulen waar hij een van de belangrijkste schuldeisers, Max Ostermann, wist te verleiden zijn vordering in te trekken. De notaris van Ostermann kreeg de opdracht de betalingsclaims te annuleren. Kort erop volgden ook andere schuldeisers dat voorbeeld. Het kapitaal werd vervolgens afgeschreven tot Hfl 12.000 en alle aandelen gingen over op Max Lips jr.
Alles wat nog aan bedrijfsbezit over was werd verkocht, met uitzondering van de hoog nodige inventaris zodat weer schroeven geproduceerd konden worden. Aan Max jr werd handlichting verleend.
Voor Hfl 3.000 [geleend] werd in de Havendwarsstraat een loods gebouwd naar ontwerp van architect Orie uit Vught. Voormalig personeel werd weer in dienst genomen en de productie opnieuw gestart.
Kort erop volgde een uitbreiding van de fabriek op sectie no. 1334 tegen kosten van Hfl. 2.400,-. Na een statutenwijziging op 17 januari 1935 werd Max jr, tot adjunct- directeur benoemd. Volgens dossier 2810, acte g van de KvK herstartte Lips Schroefgieterij op adres Havendwarsstraat 1 met Hfl. 54.000,- met als activiteit het ontwerpen en produceren van scheepsschroeven.

Max jr. kreeg privé les van ir. W.P.A. van Lammeren, ingenieur van het Nederlands Scheepvaartkundig Proefstation [N.S.P.] dat tegenwoordig Marin in Wageningen heet. De lessen bestonden uit theorie en de praktijk van het ontwerpen van scheepsschroeven. Van Lammeren beschreef Max jr. als een enthousiast en leergierig persoon.
Max oriënteerde zich vervolgens in Engeland bij J. Stone Company Limited en The Manganese Bronze & Brass Company Ltd. En hij volgde ook nog een oriëntatie bij de N.V. Eerste Nederlandse Cement Industrien in Maastricht waar hij zich liet informeren over een versnelde uitharding van cement.
Tot 1935 produceerde Lips met name schroeven voor de binnenvaart. Daarna, door Max kennis uit zijn lessen op ontwerpgebied bij ir. Van Lammeren in Wageningen, ook voor de kustvaart.
Koninklijk jacht
De 
Piet Hein is een  bekend koninklijk jacht dat in opdracht voor schroeven werd gemaakt.  Het jacht was in 1937  aan het verloofde paar aangeboden als cadeau bij het aanstaande huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard in 1938. Het jacht was in opdracht van jachtbouw De Vries Lentsch gemaakt.
 
Gietoven in de fabriek  aan de Buitendijk.

In eerste jaren moesten er in de hal -provisorisch- gietlopen worden aangelegd van de ene productie plek naar de andere. Om de schroeven naar buiten te krijgen werd een deel van de buitenmuur gesloopt. Hoogtepunt bij elke nieuw af te leveren schroef was de optocht met het personeel, toen 25 man, naar het station Drunen. Dat ging per handwagen. Een feest waar de nodige pullen bier aan te pas kwamen.

Na een productie-uitbreiding in 1937 werd er een nieuwe hinderwetvergunning aangevraagd. Door een bezwaarprocedure van klachten van omwonenden kwam die vergunning pas na een jaar af. In 1938 kreeg Lips de eerste belangrijke opdracht van de Marine voor de levering van schroeven voor een serie onderzeeboten, de 019 t/m 027.

Locatie in Drunen komt in zicht
Door de groei van het bedrijf ontstond er ruimtegebrek. In de buurt was er geen terrein beschikbaar om uit te breiden. De diensten zaten te dicht op elkaar. Het al in tweeën verdeelde directiekantoor met Max senior en Max junior in één ruimte, welk kantoor ook nog eens moest worden gedeeld met de boekhouding en de afdeling correspondentie, was over bezet.
De keuze viel uiteindelijk op Drunen. Dat kwam wellicht doordat de zwager van Max aldaar een notariskantoor leidde. Maar doorslaggevend waren de factoren: de grondprijs, goed bouwterrein beschikbaar, betere bodemgesteldheid en voldoende werkkrachten aanwezig. Maar de officiële lezing luidde: De geografische ligging ten opzichte van de havens in Rotterdam, Antwerpen en Amsterdam, het transport over de weg was sneller dan per boot en de bodemgesteldheid in Drunen. In harde zandgrond behoefde niet te worden geheid..
 


-Hierboven: Luchtfoto van
complex in Drunen in de jaren zestig.

Links en onder: Twee carillons in Drunen: een voor de fabriek en een in de toren van de St.Lambertusparochie [links]. 

 Meer over het carillon
in Drunen onderaan dit artikel.

 
......

Op 29 december 1938 werd op de Lage Heide in Drunen, voor Hfl 2.000,- per hectare een hectare grond gekocht. Het terrein lag dichtbij het station Drunen. Uit een overbruggingskrediet van Hfl. 30.000,- kon de verhuizing naar de nieuwe fabriek worden gefinancierd*.
*Van de Maatschappij voor Industrie Financiering. Op basis van een rapport van de E.T.I.N. Het Economische Technologisch Instituut voor Noord-Brabant.
Kort vóór de oorlog volgde nog eens een krediet van Hfl.10.000 voor de uitbreiding van de fabriek.
de Villa 
In die tijd kocht Lips een directiekeet aan van de Zuiderzeewerken. Deze houten keet werd op het fabrieksterrein gezet en herbouwd tot woonhuis voor de familie Lips.. Later met een stenen muur ombouwd ‘de Villa‘ geheten. Er naast werd ook nog een garage neergezet.

 Nieuwe fabriek De nieuwe fabriek op de Lage Heide bevatte een oppervlakte van 1.250 m² met een productie hal ter grootte van 900 m². Op 9 juli 1939 verscheen een bericht van M.M. H. [Max] Lips sr. aan de Kamer van Koophandel, over diens aftreden als directeur, dat het gestort kapitaal Hfl. 12.500 bedroeg en dat in de maand september 1939 de N.V. wordt overgeplaatst naar Drunen. In die tijd woonde de familie Lips aan de Loonsebaan 16 b in Vught. Op de gevel van de fabriek stond: ‘N.V. ’s-Hertogenbossche Schroevengieterij M. Lips Drunen’.
.............
-Boven: Bezoek van prins Bernhard in 1965. Rechts de toenmalige Bossche bisschop Bekkers bij de opening van een nieuwe aluminiumbedrijfshal.
-Onder Het carillon op het fabrieksterrein.Ook de Drunense parochie
Sint Lambertus kreeg een carillon, compleet met kerktoren.  Zie apart hoofdstuk 'carillons' verderop. 
.............................

De eerste gieting vond er plaats op 2 september 1939. Pastoor Theo Goossens van Drunen zegende op 3 september 1939 de fabriek in. Op diezelfde dag verklaarde de Engelse minister -president Neville Chamberlaine: ‘So I declare that we are in war with Germany’. In de daarop volgende maand werden de ordners voor 75 % geannuleerd. Die last was voor het bedrijf te zwaar.
Op 14 januari 1939 werd aan Pennings & Lamoen in Sint Michielsgestel de opdracht verstrekt voor de onderbouw. De staalconstructie kostte Hfl. 14.000,=.

Oorlog 1940-1945
Zoals zoveel bedrijven had het scheepsschroevenbedrijf Lips tijdens de Tweede Wereldoorlog het nodige met de Duitse bezetter te stellen. Daar kwam bij dat Lips voor de Duitse oorlogsvoering als een ’Kriegswichtig’ bedrijf werd aangemerkt. Daarom liet de bezetter alle voorraden blokkeren en mocht slechts met toestemming geproduceerd worden. In 1943 volgde ook nog eens de aanstelling van een Verwaltung.
De gieterij werd door de Duitse luchtmacht in beslag genomen en de Duitse marine legde beslag op het ontwerp van de holle plaatstalen schroeven. In weerwil van dat alles had Max Lips als belangrijkste doel het bedrijf zo goed mogelijk door de oorlog heen te loodsen. Lips moest zorgdragen voor een voortgang van het bedrijf en dat het niet zou worden ontmanteld.

Tegenstrijdige belangen Enerzijds hield die bedrijfsvoering in het tegenwerken van de vijand. Anderzijds soms toegeven aan de nukken van de Duitsers om het vertrouwen niet helemaal te verliezen. Daarnaast speelde het belang van het personeel. In dat opzicht was een van de maatregels van Max al vast leidinggevenden aan te wijzen die in geval van de afwezigheid van de directeur de leiding konden overnemen.

Advocaat mr. Holla had intussen als lid [vanaf 1 maart 1943] *van advocatenkantoor mr. H. M. H. M. Adelmeyer- met de echtgenote van Max Lips jr. mevrouw Lenie Lips- Canters in zijn ’occupatie’ met het bedrijf Lips de volgende opdrachten vastgelegd:
-In verband met de voortvluchtigheid van de directeur voorzieningen te treffen in het Bestuur
-pogingen te doen voor de vrijlating van bedrijfsleider Bos, die geïnterneerd zat,
-te trachten de invloed van Duitse instanties zoveel mogelijk te voorkomen of af te wimpelen.

*Opmerking: Tot die tijd maart 1943 was mr. Holla nog niet in beeld geweest.

Uit het eerste punt volgde dat bij uitspraak van de Arrondissementsrechtbank mevrouw Lips, als echtgenote van de directeur, tot bewindvoerster werd benoemd. Daarmee trachtte Holla de aanstelling van een Verwalter te voorkomen. In de eerst volgende aandeelhoudersvergadering werd procuratiehouder Pierre Croes  -in geval van ontstentenis van de directeur, hem met bestuurlijke bevoegdheid waar te nemen. Hiermee werd voorkomen dat de Duitsers, een door zichzelf voorgedragen magazijnmeester Ter Horst, die daartoe aspiraties had getoond, als beheerder zouden benoemen. Mr. Holla’s tweede actie was te pogen de in maart in hechtenis genomen bedrijfsleider H .Bos vrij te krijgen. Door d Sicherheits Dienst S.D., die het arrestatiebevel had doen uit gaan, werd Bos aangemerkt als ‘voorbeeldig gestrafte’.

Ontsnapt /gevlucht In die verwikkelde pogingen bleek dat directeur Lips intussen, dankzij de stille medewerking van een lid van de Marechaussee [wachtmeester Van de Lugt], was gelukt te ontsnappen. Het oorlogsverloop, door de auteurs in een aanzienlijk aantal pagina’s vastgelegd, bleek mede vanwege Lips onderduik adressen even niet te volgen. Maar Bos werd na een interventie van mr Holla kort erop vrijgelaten. Wat betreft het derde en laatste punt met betrekking tot de sedert maart 1943 ondergedoken directeur Lips die het plan opvatte naar Engeland te vluchten. Maar daarover verderop meer.

Voortgang schroevenproductie Na een onverwacht bezoek van de procuratiehouder Van Mourik van de bank Van Lanschot, vond er in de stationsrestauratie van Den Bosch heimelijk een gesprek plaats tussen mr. Holla en Max Lips. Opmerking: De inhoud van het berichtje van Van Lanschot is niet bekend. Een van de meest opvallend punten uit dat gesprek was dat Lips Holla aangaf dat er grote Nederlandse werven en machinefabrieken waren die met medeweten van de hoogste Nederlandse instanties Duitse orders aanvaardden. Met die afspraken wisten zij het eigen economisch potentieel in stand te houden. Lips: ’Dat bracht mij er toe op een orderverdeling naar rato van capaciteit aan te dringen’. Zodende wist Lips de productie van scheepsschroeven, bijv. van ‘De Schelde’, voort te zetten.

Ook schrijven de twee auteurs:’ Alle Duitse bemoeienis ten spijt werden er toch schroeven gegoten voor schepen van de K.N.S.M. en de Mij Zeetransport’. Dat ‘spel’ met de Duitse bezetter en de Nederlandse overheid nam niet weg dat Max Lips verdacht werd van verzet tegen de Duitse bezetter. Die bleef proberen het bedrijf onder supervisie van een Verwalter te krijgen. Met Holla werd afgesproken vier bedrijfsleiders de verantwoording voor de voortgang te geven maar zoveel mogelijk te trachten de van de Duitsers ontvangen orders van de Kriegsmarine [schroeven] en van de Luftwaffe [propellers] te saboteren. Lips keurde in dat gesprek ook de aanwijzing van Croes als waarnemend directeur goed.
Sabotage daden In een kort er op volgend gesprek van Lips met Holla dat op het onderduikadres in Sterksel plaats vond, overlegde Lips aan Holla een rapport van 35 pagina’s vol met instructies. Die bevatte o.a. dat naast Pierre Croes, beëdigd scheepsmakelaar J. Mulder, die dat rapport had geschreven, met de commerciële leiding van het bedrijf zou worden belast. Mulder is van mei 1943 tot augustus 1944 waarnemend directeur van Lips N.V. geweest. Het bleek dat Mulder op instignatie van mevrouw Lips in beeld was gekomen. Onder die instructies van Lips zaten onder meer ook sabotage -aanwijzingen aan Mulder gericht en instructies voor mevrouw Lips aangaande aan te brengen codes die uit de lucht zichtbaar moesten zijn, wanneer de Duitsers zich van het bedrijf meester zouden hebben gemaakt. De door Lips zelf geschreven tekens waren bestemd voor de geallieerden en gaven aan welke [Duitse] doelen gebombardeerd dienden te worden.

Hierop geven de auteurs een verslag van de vluchtroute en schuilplaatsen van Max Lips. De aanvankelijke bestemming Engeland kwam- mede door de aangrijpende voorvallen van de laatste maanden- te vervallen door een ernstige koortsaanval bij Lips.

Max. Lips op de vlucht Lips had intussen met enkele arbeiders op het terrein 229.000 kg ‘afgeboekt’ koper ingegraven. Die daad zou nog een staartje krijgen. In een rapport van de Gestapo over de aanwezigheid van koper, waarvan de aantallen onderling bleek te verschillen, stond als maatregel: ‘de Firma te confisqueren en een nieuwe directeur te benoemen’.
Lips beschouwde zijn pogingen om zijn bedrijf in eigen hand te houden als mislukt en dook daarop onmiddellijk onder. Het bleek kort erpop dat Lips in Zwitserland was aangekomen. ook werd in de verwarring het bericht ontvangen van Max' arrestatie in Frankrijk.

Voor de Gestapo was de scheepsschroeverij van Max Lips in Drunen de grootste concurrent voor Duitse firma’s op dit gebied. De strategie was om het bedrijf in handen te krijgen en als het zover was Max te elimineren. In dit spel speelde de Hauptman P.G. Pels een bepalende rol. 
Deze Hauptman bij de Luftwaffe Abteilung Marine, waar de beoogde holle scheepsschroef werd vervaardigd, dwong Lips tot de productie van een holle vliegtuigpropeller. Enerzijds probeerde Pels Lips de hand boven het hoofd te houden mogelijk uit eigen belang in deze complexe Duitse oorlogspolitiek .
In dat spel werd na bemiddeling van mr. Holla Max Lips op 31 juli 1943 door de Wehrmacht uit handen van de Sicherheitsdienst gehaald. Lips wist na zijn vrijlating bij Pels te bewerkstelligen dat er in zijn plaats geen Verwalter zou komen. Maar dat is met de aanstelling van de economisch directeur Riegler van Zeiss in Hambrug als Verwalter niet gelukt. In dit kader gaat het te ver alle verwikkelingen die nog volgden samen te vatten.

Maar Holla heeft zijn verklaring over dit stuk oorlogsgeschiedenis afgesloten met de opmerking dat hij bereid was alles onder ede te bevestigen, hetgeen werd ondertekend in Vught dd. 12 augustus 1945 met de handtekening van H.B.S. Holla. Maar dat was nog niet het einde van alle oorlogsellende zo vervolgt Holla zijn document, aldus schrijven de auteurs.
 
....
........
.......

Na-oorlogs nieuw tijdperk
Max Lips herpakte in februari 1946 de leiding en als eerste daad zocht hij contact met collega bedrijven. Kennis delen en vergaren, zat nu eenmaal in zijn genen. In dat jaar startte de besprekingen met het Engelse J. Stone & Company Limited. Max doel was een samenwerking in de productie van plaat stalen schroeven. Ook werd toen de naam veranderd in Lips Scheepschroeven N.V.
In 1948 volgde de benoeming van broer George Lips tot directeur, met name voor de verkoop, inkoop en administratie. George is tot 1962 aangebleven.

Lips kreeg echter bij Europese fabrikanten geen voet aan de grond bij de ontwikkeling van grote schroeven. Rondzendbrieven van Max bleven onbeantwoord. Lips wendde zich bijv. ook tot Bethlehem Steel Company [BSC]. Max Lips gaf de president van BSC inzage in de geheime rapporten van de Gestapo. Die betroffen de veroordelingen, intriges en gevangenneming waarvan Max Lips in de bezetting te lijden had gehad. Dat was het moment waarop de deuren van de Amerikaanse Scheepsschroeven gieterij wagenwijd open gingen. Lips kreeg alle inlichtingen en adviezen.
Hierdoor kon de productie nog grotere schroeven ontwikkelen. Voortaan werd de toepassing van zwart vormzand vervangen door cementzand, wat enorm aan vormkosten scheelde.

Waukesha In 1966 is een samenwerking ontstaan tussen Lips N.V. en Maukesha. Voluit luidt de naam Waukesha Bearing Company [WBC] in Wisconsin in de VS. Die band werd kort erop omgezet in een joint venture onder de naam Waukesha-Lips N.V. .

De schroef van Archimedes





De nieuwe plaats voor
de schroef van Archimedes
in het Zuiderpark.


foto © paul kriele, 8 mei 2013.

Het laatste memorabele product dat het bedrijf maakte voordat het in 1998 geheel in handen kwam van John Crane Marine was de schroef van Archimedes.. Daar ging de ontwikkeling van kleine schroeven voor alle soorten kleine schepen aan vooraf. Het was wel de aanleiding van een complete overname van de onderneming in 1998. Immers in juli 1992 is sprake van de oprichting van een nieuwe onderneming John Crane Marine-Lips. Deze nam Waukesha -Lips over. Bij die overname werd de naam officieel Waukesha-Lips gewijzigd in John Crane Marine-Lips. In 1998 zou dit de inleiding zijn van de gehele overname van Lips United N.V., door de TI-groep waarvan John Crane deel uit maakte.

Lips’ pronkstuk op Wereldexpo
Op de eerste na-oorlogse wereldtentoonstelling in 1958 in Brussel toonde het Drunense Lips een van zijn pronkstukken een vijf blads scheepsschroef, wegende 27 ton met een doorsnede van 7 meter. Iets dergelijk was eerder gebeurd in 1950 bij AHOY in Rotterdam waar -ook aan de ingang- een drieblads model- was geshowd. Ook weer in 1967 op de Wereldtentoonstelling ‘Expo’ in Montreal, stond er van Lips aan de ingang een imposante schroef.

Familieverhaal Lips
Max Lips sr. * 28-4-1886 +2-12-1958 X Sybrigje Lips- Becker Sybregje Lips-Becker * 28-10-1928 [In boek staat Sybrigje] 
...........................
-Hierboven: Maximiliaan Lips diens huwelijksprent met Syhigje Becker.
-Onder het doodsprentje van Agnes Lips- Joosten. Na het overlijden van  Syhigje  Becker was Agnes Joosten, de tweede vrouw van Max Lips sr.
 
.....................................

Woonadressen
Woonhuizen van Max Lips sr. Koningsweg, dit herenhuis werd te klein daarom verhuizing naar : Havensingel 8. 
Door financiële problemen en het overlijden van Sybregje Lips[+ 28-10-1928] verhuizing naar Boxtelseweg 2a in Vught.
De Villa op fabrieksterrein en Grote Straat 62 in Drunen. De villa werd te klein daarom werd naar de Grootestraat in Drunen verhuisd.
 
......
Een van de woonhuizen van het gezin Max Lips sr. en Syhigje Becker.
Het gezin is vaak verhuisd vanwege ruimtegebrek.

Overlijden van Max Lips jr.
Max junior, geboren in 1913, was het zesde kind van Maximiliaan Lips sr . Max had als puber zelf al op een kladpapiertje zijn toekomst uitgeschreven: ‘Programma’ heette dat.
-Voor mijn 18e zelf een motor maken
-Tot 19 jaar studie Hbs
-onderhandelingen met licentie verlenende fabrieken
-Met 30 jaar moet er een fabriek zijn.

Max jr. was, evenals zijn ander broers, niet in het bedrijf van vader geïnteresseerd. Hij koos voor de autotechniek Na de Hbs begon hij als voluntair bij de Ford fabriek in Amsterdam. Een studie aan de Delftse Hoge school ging niet door omdat vader in financiële problemen verkeerde. Max kreeg bij Ford, na drie maanden voluntairschap, een contract van 10 jaar.
Failliete Lips
In 1933 zat Lips op de rand van faillissement. Max volgde lagere school, ambachtsschool diploma metaaltechniek aan ambachtsschool Hbs 14-7 1933 diploma De dag er na verloving met Lenie Canters notarisdochter uit Drunen. Max hobbyde in de kelder van Havensingel 8 . Dat was voor hem de werkplaats autotechniek. Hij ontwierp zelf een één cylindermotor en explosiemotor.

Tweetaktmotor Op 1 februari 1931 draaide  Max als 17- jarige een twee taktmotor in elkaar.

Max wilde eigenlijk de autotechniek in Op zondag 16 juli 1933 , de dag van de verjaardag van zijn verloofde en een dag na de verloving vertrok Max naar Amsterdam om daar maandag op tijd te zijn bij de Fordfabriek
Op 2 januari 1934 kreeg Max via zijn zus Annie een verzoek om toe te treden tot het bedrijf van vader Max sr..
Op 2 januari 1934 stapte Max jr. voor de eerste keer het bedrijf binnen dat toen totaal verlopen bleek te zijn. Max -21 jaar- was toen nog handelingsonbekwaam. Daarom moest er handlichting aangevraagd worden die natuurlijk werd verleend. In plaats van de auto industrie werd zijn leven voortaan bepaald door de scheepsschroeven van vader Lips.
Terugtreden directeur Max Lips jr.
In 1973 deelde Max jr. aan de OR mee dat hij zich te zijner tijd zou terug trekken. Dat werd door Max in de functie van president- directeur, officieel geëffectueerd per 1 juli 1975.
Al per 1 januari 1975 hadden ir. J. Maingay en W. Buis de leiding overgenomen.
In september dat jaar overkwam Lips op vakantie in het buitenland een ernstig ongeluk waardoor hij invalide raakte.
Max Lips jr. overleed op 72-jarige leeftijd op 28 april 1986 na ruim 40 dienstjaren waarin hij de onderneming met een onuitputtelijke energie heeft opgebouwd van een klein onbeduidend bedrijfje tot een concern met een wereldwijde reputatie.

Buitenlandse werknemers De eerste was een groepje Hongaren die in 1956 door de Hongaarse opstand het land waren ontvlucht Maar structureel en actief ging personeelschef Jan Handgraaf er in 1964 op uit om in Turkije [Rize] dichtbij de Zwarte Zee Turken te werven. Ook werd in Ankara al de medische keuring verricht door een Turkse en Duitse arts.
Eerst een aantal van 20 mannen. In oktober van hetzelfde jaar nog eens 20.  De medische keuring vond plaats in Rize,  later in Ankara. 
In 1968 werd voor een de derde keer 58 Turken geworven. Zij werden eenmaal in Drunen, ondergebracht in barakken.
Later zou uit een huisvestingsbestand blijken dat er 220 Turken in Drunen woonden van wie 55 in een pension van Lips.

De schroef van Archimedes  werd door de afdeling SNF van Lips geproduceerd. Het ontwerp was van Tony Cragg  [*Liverpool, 1949].
In opdracht van het stadsbestuur van ’s-Hertogenbosch werd een schroef, typisch een Hollands waterwerk, gemaakt. Die kreeg de naam ‘Schroef van Archimedes’,  vernoemd naar een Griekse god. De opdracht paste in het streven van de gemeente een fonteinenplan te realiseren.
 
De schroef van Archimedes 
werd door de afdeling SNF
van Lips geproduceerd.
Het ontwerp was van Tony Cragg  [*Liverpool, 1949].


foto © paul kriele, 8 mei 2013.

Aanvankelijk kreeg het meters hoge ding dat begon met wat storingen, een opvallende pek aan het begin van de Pettelaarseweg. Maar door de bouw van de parkeergarage Sint Jan verhuisde hij naar een minder opvallende locatie in het Zuiderpark.

*Archimedes [287- 212 v.Chr]. was een Grieks wiskundige en natuurkundige die ook de spiraal definieerde die zijn naam draagt.

Historie van Autotron
Op 1 juli 1972 werd door de Minister van Staat en Commissaris bij de NV Lips dr. Marga Klompé het Autortron in Drunen geopend.
Klompé noemde het Autotron een voor de gemeenschap uitgegroeide, waardevolle hobby. ‘Drunen wordt er mee op de kaart gezet’. Klompé zei nog dat ze de nieuwe automobielen, waarin je niets meer hoeft te doen, saai vond. Niet wetende dat dr. Huub van Doorne, eigenaar van DAF Automobielen en van DAF’s pientere pookje, zich onder de genodigden bevond…..
Burgemeester Stieger van Drunen zag in de opening van het Autotron dat Lips en Drunen in de loop der tijd een eenheid waren geworden.

Directeur Max Lips legde in zijn toespraak uit wat de aanleiding was geweest voor de bouw van het Autotron: ‘Ik had als jongen al een grote belangstelling voor auto’s. Max jr. wees bijvoorbeeld op het feit dat hij als 15 -jarige Hbs-student al een één cylinder tweetaktmotortje had gebouwd. Max wees ook op zijn werkkring bij FORD Amsterdam en noemde ook het scooter achtige driewielertje dat in het eigen Lipsbedrijf was geconstrueerd. ‘Later bij mijn reis naar Frankrijk, kwam ik daar een Renault uit 1914 tegen. Ik nam hem mee en heb hem in zijn geheel gerestaureerd. Dat alles heeft mij op het spoor van antieke auto’s gezet’.

Het Autotron met Max Lips als opdrachtgever, was een nagebouwde Brabantse hofstede van rond 1900 in een ontwerp van Anton Pieck [1895-1987]. Het complex bestond uit een restaurant, kantoor en expohal. Bij het eerste lustrum in 1977 was er een speciale Spijker-tentoonstelling. Daar viel ook de Gouden Koets, gebouwd door de gebroeders Spijker, tentoongesteld. Deze koets was in 1937 door de Amsterdamse bevolking bij gelegenheid van het voorgenomen koninklijk huwelijk tussen prinses Juliana en prins Bernhard dat in 1938 werd gesloten, geschonken. In de jaren negentig is de collectie naar Rosmalen verhuisd en later verkocht.
Het complex in Drunen is aan de gemeente Drunen verkocht en kreeg als naam ‘De Voorste Venne’

Lips schenkt Drunen een carillon en de parochie een klokkentoren
Na beëindiging van het gieten van klokken in Drunen, na een jaren lange samenwerkring* van klokkengieterij Eijsbouts en Lips, sprak Max Lips de wens uit om een carillon te bouwen. Daarin kwamen de laatste in Drunen gegoten klokken te hangen, die nog is in samenwerking met Eijsbouts waren gegoten.
De in gebruik name van het, uit 47 klokken tellend carillon, gebeurde in april 1954. De tekst op de grootste klok vermeldde: ’Mijn lied zal steeds de arbeid prijzen. Die mij uit afval deed herrijzen'. ’ [afval slaat op het koperschroot , waarvan de klokken werden gemaakt].
Het open raamwerk symboliseert twee handen die de muziek dragen. De klokkentoren werd op 11 juni 1955 door bisschop Mutsaers gewijd. In 1977 vond een restauratie plaats.

Verschil van inzicht in de bedrijfsvoering en verschil van producten en afzetmarkten dreef Eijsbouts en Lips uit elkaar, maar beiden bleven in goede harmonie naast elkaar voortbestaan.

*De samenwerking Lips-Eijsbouts dateert van kort na de oorlog toen Eijsbouts door de roof van klokken door de Duitse bezetter zonder klokken kwam te zitten. Max hield vast aan het gieten in Drunen en de afwerking in Asten.

In 1951 besloten beide firmanten de samenwerking te beëindigen. Lips bleef voor Eijsbouts grote klokken gieten. In 1954 schonk Max Lips aan de in aanbouwde zijnde kerk van de parochie Sint Lambertus in Drunen een toren met carillon.
De drie zwaarste klokken kregen als naam: Maximiliaan [861 kg], vernoemd naar Max’ vader, Maximiliaan, roepnaam Max, Johannes [623 kg] en Diederick [427 kg], genoemd naar de in 1951 geboren Diederik, roepnaam Dirk Lips.

Huidige situatie
Alle hallen van LIPS zijn gesloopt en tot puin verpulverd. De hallen die er nog staan zijn van  'Metaalbedrijf Drunen'dat  afgelopen zomer  [2020] ook werd gesloten. 
Het carillon is eerder al gedemonteerd. De klokken liggen opgeslagen bij de koninklijke Eijsbouts in Asten. De gemeente heeft beloofd een passende oplossing te zoeken voor de klokken.
 



Max senior en Max junior verenigd
op een tableau dat door het personeel aangeboden werd bij
het zilveren jubileum van
Lips Drunen op 2 januari 1959.
 
Op 2 december 1958 overleed de in 1874 geboren Max Lips sr. 
Max junior overleed op  28 apri1986.

Auteurs en uitgeverij van boek NV ‘s-Hertogenbossche Schroevengieterij '

;
Colofon van boek NV ‘s-Hertogenbossche Schroevengieterij

Auterus:  Frans Bult & John Straatman.

Ondertitel ‘Opkomst en groei van een Noord-Brabantse scheepsschroevenfabrikant’.

Drukkerij Sikkers in Drunen,

Uitgave Historia Bokhoven in samenwerking
met de Heemkundekring Onsenoort uit Nieuwkuijk [2011].










© pk, 08102020.

Terug naar boven