Sobere uitvaart architect Jan van der Eerden in Sint Jan

Printerversie
Gepubliceerd op: 15-01-2019 | Gewijzigd op: 25-03-2019
Voor de op zaterdag 5 januari 2019 overleden Bossche architect Jan van der Eerden  werd zaterdag 12 januari 2019 in de Sint Jan een sobere uitvaart gehouden. Dat gebeurde onder leiding van celebrant Vladimir Palte en met muzikale ondersteuning van het Interparochieel Koor, dat zowel met Gregoriaanse als met Nederlandse gezangen de dienst begeleidde. 
Overigens was de uitvaartdienst geen eucharistieviering, dus zonder consecratie en communieuitreiking.
 
Jan van der Eerden
's-Hertogenbosch,
* 25 november 1926  + 5 januari 2019.


foto © marc venrooij, © 25 mei 2005.

De baar werd met een erehaag van circa 40 schippers van de KringVrienden van ’s-Hertogenbosch de kerk binnen gedragen en ook weer uitgeleide gedaan. Daarmee  gaven zij  extra de verbondenheid en de verdiensten aan van het in de jaren zestig  door Jan van der Eerden aangezet behoud van deze binnenstadsstroom.

Naast familie, vrienden en relaties en ambtenaren van met name Erfgoed, was ook burgemeester Jack Mikkers in een deels gevulde kathedraal aanwezig. Ook waren er [bestuurs-] leden van de stichting Monumentenzorg ’s-Hertogenbosch aanwezig uit respect voor de grote inzet die de architect rond het behoud van Bossche monumenten gedurende zijn leven heeft betoond.

Bouwhistoricus Ad van Drunen gaf in een bijzonder interessante bijdrage een mooie levensloop van Jan van der Eerden weer. Daarmee beeldde Van Drunen ook breed de verdiensten en het werk uit van deze weinig op de voorgrond tredende Bossche persoonlijkheid.
Zoon Jan sprak in een kort 'In Memoriam' namens de famile zijn dank uit aan de aanwezigen voor hun blijken van medeleven en besloot met woorden van troost aangevuld met twee regels uit een couplet van een liedje van de Jazzpolitie:
Er zijn geen woorden voor 
geen woorden meer voor jou
dat is niet speciaal genoeg
er zijn geen woorden meer voor wat ik voel voor jou. 


Dochter Anneke gaf in een emotionele terugblik haar band met haar op 92-jarige overleden vader weer.

Na de dienst, die door Bijnen Uitvaartzorg uit Vught werd begeleid, werd Jan in aanwezigheid van de familie op kerkhof Orthen begraven.
In hotel Central was er een druk bezochte condoleance.

Zie ook artikel Overlijden Jan van der Eerden -92 jaar op 5 januari 2019.


Toespraak bij de uitvaart van Jan van der Eerden op 12 januari 2019 door [oud buurman] Ad van Drunen
Geachte aanwezigen,
’s-Hertogenbosch zou niet zo mooi zijn als de man, waar we vandaag afscheid van nemen, zich er niet zijn hele- lange- leven zó voor had ingezet. Jan van der Eerden: zijn invloed op het Bossche stadsgezicht kan moeilijk onderschat worden. Wij moeten hem daar zeer dankbaar voor zijn.
We kennen allemaal het verhaal van zijn strijd tegen het dempen van de Binnendieze en het Structuurplan 1964, die hij samen met strijdmakker Hein Bergé uiteindelijk heeft gewonnen. U kunt het binnenkort nalezen in de komende afleveringen van Bossche Kringen. Terecht hebben zij een plaquette gekregen in de Uilenburg en draagt een rondvaartboot Jans naam. Leest u het gedicht op de gevel in de Molenstraat nog eens.
En het is mooi dat ’s-Hertogenbosch hem later er de erepenning van de stad voor geschonken heeft.
Minder bekend is wat hier aan ten grondslag lag en wat Jan nog meer voor de stad deed. Hier wil ik even bij stilstaan.

Het begon met zijn zorgen over het silhouet van de stad: de bouw van torenflats nabij de Markt en kort daarna zijn strijd tegen de bouw van een 100 meter hoog provinciehuis in de Mortel. Bijna in Jan zijn achtertuin. Dat was zeker geen eigenbelang, het ging Jan van der Eerden altijd om het belang van de stad.
Jan van der Eerden en zijn vrouw Annemarie hadden de moed om in het eind van de Verwersstraat, nabij de verpauperde Beurdsestraat, een oud vervallen huis te kopen en te restaureren. Hij wilde daarmee verdere achteruitgang van de buurt tegengaan. Bij die bouwwerkzaamheden, begin jaren zestig, is overigens door Jan en medewerkers van de Rijksdienst Monumentenzorg al een zekere vorm bouwhistorisch onderzoek verricht.
Dat de middeleeuwse bebouwing in de Beurdsestraat uiteindelijk toch is gesloopt, deed Jan pijn. Véél pijn, want hierdoor werd ook de route van de Maria-omgang ernstig geweld aangedaan. Het enige wat Jan kon redden waren de gotische eikenhouten sleutelstukken uit enkele huizen. Deze bouwfragmenten liggen nu in het depot van Erfgoed.
Eigenlijk was Jan een bouwhistoricus avant-la-lettre. Nog onlangs hebben we gebruik gemaakt van zijn documentaties van twee huizen die hij in 1975 in de Postelstraat restaureerde. De huizen staan nu beschreven in het recent uitgekomen boek over het Huys van Boxtel en zijn buren.
In de Louwsche poort, nam Jan later wéér een groot risico door een bouwval te kopen en op te knappen. Hier was in het Structuurplan 1964 een verkeersdoorbraak gepland waardoor het middeleeuwse huis verwaarloosd was. Het gebouw is hersteld, maar verder verval van de straat kon hij er niet mee voorkomen.
Jan was op de eerste plaats restauratiearchitect. Hij was een meester in het ontwerpen op de vierkante meter. Zo creëerde hij woonvertrekken waar ogenschijnlijk geen ruimte voor was. De huisjes aan de Binnendieze in de Nieuwstraat zijn daar fraaie voorbeelden van.
In de stad heeft hij veel gerestaureerd. Behoud van de originele constructies ging bij hem vóór vernieuwen. Zo liet hij de zeldzame 14de eeuwse kapspanten van de voormalige Lakenhal in het bouwblok op de Markt op hun plaats. Maar Jan schrok er óók niet voor terug om in hetzelfde bouwplan aan de Pensmarkt, een geheel verdwenen trapgevel te reconstrueren. Hij studeerde er wel grondig op en zorgde dat alles tot in detail klopte.
Zijn Bossche restauratiewerken bleven niet onopgemerkt. In historische stadjes als Heusden en Woudrichem betrok men hem bij het herstel. Zo raakte Jan betrokken bij de Bond Heemschut en de Stichting Brabants Heem. Beide instellingen eerden hem voor zijn vele werk met een erepenning. Nu nog worden veel Brabantse boerderijen geschilderd in de kleuren uit de, door Jan samengestelde, kleurenwaaier.
Jan keek zeker niet alleen naar gebouwen. Zijn argumenten tegen het Structuurplan 1964 waren van puur stedenbouwkundige aard. Hij heeft analyses gemaakt van de waterlopen, het stratenbeloop, de stadswallen en van zichtlijnen en het stadssilhouet. Het Paradeplein hier naast de Sint Jan was regelmatig onderwerp van zijn publicaties. Hij pleitte vurig voor een gesloten carré van lindenbomen op dit rechthoekige plein. In het blad Heemschut, maar ook in de drie boeken die Jan over de stad schreef, komt de Parade steeds terug. Naast de rechthoekige structuren was hij in zijn boeken vooral op zoek naar de symboliek van de driehoek als basisvorm van de stad. Voor hem ‘Het geheim van ’s-Hertogenbosch’ of: ‘een sleutel tot de ziel van de oude stad’.
Al dit werk overziend wordt je stil. Je denkt aan de mens die dit allemaal gedaan heeft in zijn leven. Een zo strijdbare, vasthoudende, maar vriendelijke man. Wàt heeft hij zijn stad en de Bossche bevolking veel geboden. Als u straks de kerk uit loopt, en ook nà vandaag, komt u zijn erfenis overal tegen. Denk dan even aan hem.
Ik denk aan wat Jan voor mij persoonlijk betekend heeft. Zijn argumenten voor behoud van de Binnendieze hebben mij als student waterbouwkunde sterk beïnvloed en geraakt. Ik herinner me de raadsvergaderingen waarin Hein Bergé fel debatteerde en Jan met zijn zachte, ietwat verlegen stem, zijn pleidooien hield. En ik denk terug aan die bewuste avond dat de volle publieke tribune werd ontruimd, omdat we te lang applaudisseerden voor hun bevlogen toespraken.
Ik ben daarna geswitcht naar de studie Restauratie in Delft. Jan heeft mij doen inzien dat Den Bosch het waard is om je er voor in te zetten. Daarom keerde ik terug naar de stad en werd er bouwhistoricus. Jan was vanaf dat moment een natuurlijke bondgenoot. Met weemoed denk ik terug aan de uren dat we in zijn werkkamer in de Verwersstraat spraken over zijn restauratieplannen. De avondzon scheen er prachtig zijn kamer in. Voor mij een reden om het huis vlak naast het zijne te kopen. We werden buren.
Jan wist niet alleen mij te stimuleren. Ook zijn zoon, Jan junior: die heeft jarenlang bij de gemeentelijke bouwhistorische dienst gewerkt. En daarna in de bouwloods voor de restauratie van de Sint Jan vele digitale tekeningen gemaakt.
Toen Jan zijn werkzame leven als architect beëindigde, bleef hij bestuurslid van de Stichting ‘s-Hertogenbossche Monumentenzorg. Voor zijn grote inzet op maatschappelijk/cultureel terrein kreeg hij de prestigieuze zilveren anjer opgespeld door koningin Beatrix. De ultieme bevestiging van zijn grote verdiensten.
Jan had een vooruitziende blik en liep voorop in de strijd. Maar hij stond nooit vooraan. Daar was hij te bescheiden voor. Elke keer dat hij in het openbaar moest spreken zal hem zwaar gevallen zijn. Zijn lidmaatschap van de Bossche gemeenteraad zal hem niet altijd licht zijn bevallen. Maar hij heeft het allemaal wèl gedaan: tegen wil en dank, voor de Goede Zaak!
Annemarie, Anneke, Klaartje, Jan, jullie moeten nu verder zonder deze bijzondere, zachtaardige, ja, lieve man. Moge de dank van de Bossche gemeenschap jullie tot troost zijn.
’s-Hertogenbosch 9 januari 2019, Ad van Drunen

 

Terug naar boven