Geneesheer-directeur van Voorburg Goos Zwanikken overleden

Printerversie
Gepubliceerd op: 22-06-2017 | Gewijzigd op: 06-07-2017
Dinsdag 20 juni 2017 is op 90-jarige leeftijd Goos Zwanikken overleden. Zwanikken was naast directeur/psychiater van Reinier van Arkel op Voorburg [ 1-11-1974 tot 1-2-1985] ook hoogleraar aan de Radboud in Nijmegen.
Zwanikken heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan grote veranderingen in de psychiatrie op Voorburg. Hij leverde een menswaardig bestaan voor de patiënten en moderniseerde de instelling. De directeur benoemde ook de eerste geriater in Nederland. 

Goos Zwanikken met
echtgenote Joke Zwanikken-Leenders
in gesprek met Henk Engel.


foto © paul kriele, 18 juni 2010. 
.............................................................................

Aan de heer Zwanikken herinnert de jaarlijks uit te reiken 'Goos Zwanikkenprijs' die bedoeld is om goede initiatieven van medewerkers en vrijwilligers mbt de zorg van cliënten/bewoners te stimuleren. Ook een herinnering aan de vooruitstrevende en vernieuwende directeur Zwanikken is zijn drie- delig boek  'Mijn gang door de psychiatrie' . Eerder, in 2014, bracht hij de 'Geschiedenis van Zorgpark Voorburg' uit.

In een besloten bijeenkomst wordt  zondag 25 juni 2017 in Kasteel Maurick van Goos Zwanikken afscheid genomen.  Goos heeft zijn lichaam ter beschikking gesteld van de wetenschap.

Zie ook het artikel van 11 mei 2017 Goos Zwanikken legt leven en werk in boek vast .

In memoriam prof. dr. G.J. Zwanikken
door oud-leerling en later collega  prof. dr. Bernard Sabbe

Zeer geachte familie, beste Joke,

Waarde collegae en vrienden van professor Zwanikken,

‘Arma virumque cano’ is het wereldberoemde openingsvers van de Aeneis, het epos waarin de Romeinse dichter Vergilius de lotgevallen van zijn held Aeneas tijdens zijn lange zwerftocht beschrijft: ik zal de heldendaden (arma) en de man (vir) bezingen, want deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat geldt ook voor professor Goos Zwanikken. Waar de Aeneis 12.952 verzen telt, heeft hij zijn “Gang door de psychiatrie” in de afgelopen jaren neergeschreven in een dik epos van 1400 pagina’s

De zwerftocht van Goos begint al in zijn vroege jeugd: hij zwierf graag en veel door het Gooi, de Larense bos en heide, en hield er de bijnaam ‘Zwerver’ en zijn levenslange liefde voor fauna en flora aan over. Heel vroeg al werd hij geconfronteerd met ziekte en dood; zo leed hij aan astmatische bronchitis en motorische beperkingen. Hij vatte een grote bewondering op voor de huisarts die hem verzorgde en dit bepaalde ongetwijfeld mee zijn keuze voor het medicijnen studeren en dokter worden. Tijdens zijn studie geneeskunde werd zijn belangstelling voor de psychiatrie gewekt in de colleges van professor van der Horst. Hij worstelde zich, net als ik zelf, een 25-tal jaren later, door Sein und Zeit (Heidegger), waarvan hij me ooit zei dat het het beste boek uit de geschiedenis van de filosofie is. Verder volgde hij de opleiding tot zenuwarts, ondermeer bij professor Rümke in Utrecht, waarbij hij ook meer dan twee jaar als hoofdassistent werkzaam is gebleven. Hij had zich tevens verdiept en diep geëngageerd, zowel in werk als persoonlijk leven, in de psychoanalyse. Daarna werkte hij precies vijfentwintig jaar in het PZ Voorburg en Reinier van Arkel, en leidde hij de laatste zeven jaren als hoogleraar psychiatrie de afdeling psychiatrie van het AZ St-Radboud.

  In de eerste helft van de jaren tachtig, was ik zelf tot psychiater opgeleid door professor G. Buyse en ik had er kennisgemaakt met de Leuvense filosofie en psychoanalyse van professor A. De Waelhens, bij leven de Kant van Leuven genoemd omdat hij als Immanuel Kant in Königsberg, elke dag om tien uur een wandeling door het stadspark maakte.Ik was net gehuwd en mijn kersverse bruid kreeg als oogarts een fellowship van een jaar in het Radboud ziekenhuis in Nijmegen. Mijn opleiders Buyse en De Waelhens hadden een lange stage gelopen in de kliniek van Rümke bij Goos, en waren daar zeer enthousiast over. Dus toen mijn oog viel op een vacature voor psychiaters in het Radboud, haastte ik mij te kandideren en in maart 1986 had ik een sollicitatiegesprek bij professor Zwanikken. Ik leerde hem in dat uur kennen als analytisch luisterend en familie-therapeutisch bevragend. Het was het enige sollicitatiegesprek in mijn carrière waarin de interviewer interesse had in wat voor mensen mijn grootouders en ouders waren, vroeg naar de sfeer en de cultuur binnen mijn herkomstgezin, naar wat ik als kind zoal uitspookte en hoe dit alles mijn psychiater-zijn beïnvloedde.

Ik heb uiteindelijk 18 jaar op het Radboud gewerkt, de eerste 7 jaar onder zijn leiding. Hij voerde een grondige, structurele hervorming door van de afdeling psychiatrie: een duidelijk organigram, klare functieomschrijvingen, heldere verantwoordelijkheden: het waren leerrijke en plezierige jaren waaraan ik nog steeds met veel genoegen aan terugdenk. Zijn woensdagochtendvisites, de seminaries en bijscholingen, de familie-therapeutische kransjes, waren evenzovele vruchtbare ontmoetingen met Goos waarin ik kon delen in zijn brede en diepgaande kijk op de psychiatrie. Ik heb in mijn loopbaan geen betere clinicus gekend.

Reeds enkele weken na mijn aanstelling in het Radboud, zat ik weer op zijn kamer om mijn doctoraatsproject uit te tekenen. Ik was sterk in Expressed Emotions geïnteresseerd, een maat van het gezinsfunctioneren, valide bij het voorspellen van het verloop van schizofrenie, depressie, en anorexia nervosa. Hij heeft me altijd sterk op dat pad gesteund, middels studieverblijven in Londen en Boston. Ik leerde van hem het belang van het wetenschappelijke denken in de psychiatrie.

We vonden mekaar ook op andere terreinen: zo vroeg hij mij op een dag of ik geen kookboek kende met recepten waarin Belgische bieren werden verwerkt. Ik kende er geen, maar ik ging op zoek in de boekhandel en toen ik er één gevonden had, kocht ik er meteen twee. Ik weet nog steeds niet of het zijn kookkunsten ten goede is gekomen, mijn exemplaar staat nog steeds ongeopend in de kast.

Arma virumque cano: na de heldendaden en de zwerftocht, de man. Ik kan dit simpel zeggen: Goos was een bijzonder en uitzonderlijk mens. Wie hem heeft ontmoet, zal hem nooit vergeten: scherp en snel van geest, open in de communicatie, en honni soit qui mal y pense, zonder blad voor de mond, maar ook zeer betrokken, moeite noch inspanning sparend, uiterst loyaal, en bovenal met een warm hart voor patiënten – i.h.b. de minstbedeelden onder hen - en medewerkers. In één persoon vormde hij een integratie van de ideeënwereld van Plato, de vragen van Kant (wat kan ik weten, wat behoor ik te doen, en wat mag ik hopen) en de petite bonté van Levinas. Zijn Leerboek psychiatrie getuigt van zijn uiterst coherente en holistische visie op het vak. Aan het eind, staat op één bladzijde in zijn eenvoud en duidelijkheid een prachtige samenvatting van wat ethiek in de psychiatrie hoort te zijn:

-          Het leven is een gave en een opgave. Een mens treft zichzelf aan in een gegeven situatie. Zijn leven wordt begrensd door geboorte en dood, lijden is onvermijdelijk, schuld onontkoombaar. Leven is creatief leren omgaan met de gegeven omstandigheden, feiten, en grenzen.

-          De mens is een verdeeld wezen, in conflict met zichzelf, met anderen, de wereld en de geschiedenis. Gedreven door verlangens blijft hij steeds onaf, onderweg, in ontwikkeling.

-          De mens is autonoom. Hij is vrij, maar niet helemaal. Hij is ook gedetermineerd, maar niet helemaal.

-          De mens mag nooit middel worden, noch in de economie (voer voor industriëlen), noch in de wetenschap ( een beschikbaar proefdier), noch in de Staat (een nummer in een totalitair regime).

Er bestaat naar mijn weten geen enkel ander leerboek psychiatrie dat de student en arts zo helder met zijn ethische opdracht confronteert.

Ik prijs mij gelukkig en dankbaar dat ik met Goos en Joke in mei een middag in Den Bosch heb mogen doorbrengen. Ik trof hem zoals hij in mijn herinnering echt was:  c’était Le temps retrouvé van M. Proust. Ik had wat Belgische biertjes meegebracht en de volgende dag mailde hij me in zijn typische stijl: “De eerste Duvel is onthoofd”.

Arma virumque cano, de harmonie tussen de mens en zijn levenstocht; deze van een zeer bijzonder mens, in de volle betekenis van het woord humaniteit dat hij graag gebruikte, neemt een einde.

Requiescat in pace. Hij ruste in vrede.

 

Bernard Sabbe



Terug naar boven