Boek bij 450 jaar bisdom

Printerversie
Gepubliceerd op: 29-11-2009 | Gewijzigd op: 03-12-2009
Gebed bij de Zoete Moeder'. Jan ter Schure, scheidend bisschop naast diens opvolger de pas benoemde bisschop Toon Hurkmans op 29 augustus 1998 voor het Mariabeeld in de St. Jan. Omslag boek.
Rechts boven de residerend bisschop Hurkmans [*Someren, 3 augustus 1944] die de paus om 2 hulpbisschoppen vroeg ,maar nimmer heeft gekregen.
foto © gerard monté, 23 januari 2005.

Het 450-jarig bestaan van het bisdom ’s-Hertogenbosch, een afgeleide van het bisdom Luik, was de aanleiding om te denken aan een terugblik op het ’aloude geloof’, aldus auteur /oud- bisdomarchivaris en Zuiderschansrector Jan Peijnenburg.
In een encyclopedische opgezette structuur geeft Peijnenburg de geschiedenis van het Bossche bisdom weer. Na zijn eerdere ‘Van Papenhulst tot Papenhulst’ [2007], is dit handzame, bijna 400 pagina’s dikke boek, ‘een meer objectieve en historisch verantwoorde weergave van de lotgevallen van de Kerk van ’s-Hertogenbosch,’ aldus een begeleidende tekst, die ook meldt dat een geschiedschrijving die de archivaris in de jaren 80 voor het bisdomblad deed, ‘te beperkt en redactioneel achterhaald’ was geworden.
Hurkmans zegt in zijn inleiding van deze ‘Roomsche zegeningen en Paapsche Stoutigheden’, dat het werk niet alleen objectief en historisch verantwoord is, het biedt ook voor eenieder leesbare verhalen die trouw zijn aan de bronnen.
Dat is zeker zo wanneer het gaat over de herkenbare tijdperken en personen, onder wie Wilhelmus Bekkers, beschreven als de bekendste bisschop van Den Bosch met het kortste episcopaat’, maar wel zeer inspirerend en begeesterend’ De op 20 april 1908 in St. Oedenrode geboren zoon van een arbeidersgezin, die geen uitblinker was op het seminarie, werd op 10 juni 1933 door mgr. Diepen tot priester gewijd.

Bekkers die op het seminarie geen uitblinker was, werd als coadjutor van Mutsaerts op 7 juli 1960, het feest van de Zoete Moeder, tot bisschop van ’s-Hertogenbosch geïnstalleerd.
Als bisschop had Bekkers zijn tijd [2e Vaticaans Concilie] mee. Bekkers ging uit van ‘het Evangelie als de blijde boodschap, een goede tijding voor mensen in nood. Maar Bekkers boodschap over de - katholieke - huwelijksmoraal werd te vaak te vrij uitgelegd.

Bekkers kreeg als opvolger Jan Bluyssen, met zijn 35 jaar de jongste bisschop van Nederland en wellicht ook de allerjongsten van de wereldkerk. Bluyssen wilde ‘.. met menselijke meevoelende bezorgdheid en echt christelijke gelovige inspiratie bisschop zijn’. Bluyssen opzet was – mede door het dalend aantal priesters - het pastorale werkgebied te verbreden opdat leken hun zending daadwerkelijk kunnen uitoefenen’. Voor Bluyssen behoorde de miskenning van de pastoraal werker en het dalend kerkbezoek [van 70 naar 25%] tot zijn zware momenten, schrijft Peijnenburg.
Ter Schure werd op 1 december 1984 door de Roermondse bisschop Jo Gijsen tot bisschop gewijd. Bij zijn benoeming in Den Bosch had deze van origine Steenwijkerwolder [*21 juni 1922] een ‘rijke bestuurs- en ruime buitenlandse ervaring, maar dat werd door velen niet gezien’.
Bluyssens opvolger Jan ter Schure riep bij zijn aanstelling veel tegenstand op. Zo’n kil welkom was geheel in tegenstelling tot dat wat zijn voorgangers overkwam.
‘Van zo’n tegenstand,’ zo registreert de auteur, ‘waren de dekens de gangmakers. Zij wisten ook nog eens heel gevat en scherp de [heikele] kernpunten van het bisschoppelijk bestuur wisten te vinden: de nieuwe catechismus, pastoraal werkers en het Diocesaan Pastoraal Centrum.’
In dit hoofdstuk laat de gezagsgetrouwe auteur die een hekel heeft aan het woord progressief, nogal van zijn persoonlijke emoties blijken. 
Bisschop Toon Hurkmans werd op 27 augustus 1998 tot bisschop gewijd.  Over bestuurskwaliteiten, laat staan het bisschoppelijk management [is in het boek niets opgenomen. De reorganisatie van het bisdom, die pas kort gelden werd ingezet, krijgt voldoende aandacht.
Het boek, dat een uitvoerige literatuurlijst en namenregister bevat, eindigt met hoofdstuk 45 ! liturgische muziek ,waarin de de getalenteerde priester-musicus Maurice Pirenne [*Tilburg, 1928] een ereplaats inneemt. De oud-rector cantus besluit het boek met de woorden:’Kerkelijk musiceren is kunst in dienst van het Leven, kunst die soms iets oplicht van het Godsmysterie.’


Terug naar boven