Hoogbergen pleit voor museumcluster

Printerversie
Gepubliceerd op: 25-01-2002 | Gewijzigd op: 19-01-2010
VVD wijzigt koers 25 januari 2002
Op woensdag 24 januari is de VVD van koers veranderd in zake haar standpunt m.b.t. de nieuwbouw van het Museum Het Kruithuis.
Die houding was niet nieuw, maar met het oog op de komende verkiezingen wel verdacht. Het kan bovendien de overige partijen prikkelen. alsnog duidelijker met hun standpunt naar voren te komen. 
In onderstaand ' Pleidooi' gaat dr.Theo Hoogbergen in op de situatie in de stad rond de huisvesting van culturele instellingen zoals Kruithuis Jeroen Boschcentrum en Kunstencluster. Zijn artikel van december 2001 is door de houding van de VVD erg actueel geworden, maar werd door de media veronachtzaamd.


Begin jaren 2000, pleitte wethouder Roderick van de Mortel om het IBC-gebouw[voormalig kantoorgebouw van Jac Stienstra] aan de Beurdsestraat te bestemmen voor een kunstenlocatie in een nieuw op te zetten museumkwartier...

© maquette nieuwe SM's en uitbreiding Nbm door architect Hubert Jan Henket.

Pleidooi  voor museumconcentraties  januari 2002
Op het eind van dit jaar begint de [ver-]bouw van een kunstencluster op de locatie Verkadefabriek aan de Veemarktweg/Boschdijk.
Het Jeroen Boschcentrum komt er ook. Er bestaat een voorkeur, maar in de keuzes liggen ook de tegenstellingen.
Maar of de nieuwbouw rond het historische Kruithuis het haalt wordt steeds onzekerder.
De Stichting Jeroen Boschcentrum houdt vast aan een apart gebouw, bij voorkeur het belendende pand oostzijde van het Zwanenbroedershuis [Desiré Camp] en de politieke partijen met het College van B&W aan kop, zoeken naar een combinatie.

Directeur van het Noordbrabants Museum [NbM] drs. Jan van Laarhoven zet eigen lijnen uit, participerend op een Jeroen Boschcentrum gehuisvest onder het dak van het nieuwe NbM.

De actualiteit rond Kruithuis
De VVD wil de nieuwbouw van Museum het Kruithuis opnieuw ter discussie stellen omdat er een kostenoverschrijding dreigt. Aanleiding is het voorstel aan de gemeenteraad voor instemming van een krediet voor de bodemsanering [€1 miljoen] rond het Kruithuis [24-01-2002].Door die manoeuvre van de VDD, ligt de toekomst van het Kruithuis nog steeds, of wederom, ter discussie. Onbewust of met opzet zinspeelt de liberale fractie op de mogelijkheid dat zij na de gemeenteraadsverkiezingen met twee wethouders zitting neemt in het College.

Visie  dr. Theo Hoogbergen in  Boschboombladeren 
december 2001
Onlangs verscheen in Bossche Bladen [2001 nr.4.] ‘Bevlogenheid en troebelen rond de kunst’ , een beschouwend artikel van dr.Theo Hoogbergen. Hij gaat in op locaties voor culturele bestemmingen in de stad én uiteraard het beleid daar omheen. Met name Museum het Kruithuis, het Jeroen Boschcentrum en het nieuwe kunstencluster [Verkadecomplex] staan in dit artikel centraal. Theo Hoogbergen ondersteunt in het eerder genoemde artikel met enkele argumenten zíjn keuzes voor een samengaan van Kruithuis en Noordbrabants Museum op de locatie Waterstraat. In zijn bijdrage passeert hij terloops de op de persoon gerichte tweestrijd tussen voormalig directeur NbM Margriet van Boven en Yvònne Joris, directeur Museum het Kruithuis met de veelzeggende zin: ‘ …..welke feminiene fortificaties inmiddels zijn geslecht…’ .
Voor niet–ingewijden: Deze twee directeuren hadden, zo bleek op een zondagmiddagdebat, elkaar nimmer zakelijk gesproken. Aan het vinnige duel in theater Bis was wel te merken dat hun karakters een samenwerking van twee locale musea in de weg zaten. [pk]Spilzucht en prestige

In zijn inleiding stelt de auteur van Bossche Bladen:
‘Op het gebied van huisvesting en financiering van toegepaste en autonome kunst profileren zich in onze stad zowel interessante visies als laakbare spilzucht en overwegingen van prestige.
Dat argument pakt hij nog eens beet als hij de plannen rond het Kruithuis ter discussie stelt. Hoogbergen constateert hier onverwachte ontwikkelingen: ‘Zij trekken een vastgelopen kar van vooroordeel, prestige en persoonlijke tegenstellingen los,’
Hoogbergen wil niet een accent op de nieuwbouw leggen. ‘ Er is veel meer aan de hand,’ schrijft hij.beargumenteerd

Hoofdargumenten om tot een samengaan van Kruithuis en NbM op één locatie te komen zijn volgens de voormalige rector en bestuurslid van de Boschboom:
 1. De overlappende functies en financieel ondraaglijk zware belasting van het stedelijk budget [aangehaald door Paul Kuypers in debat Theater Bis].
 2. Dat staatssecretaris Rik van der Ploeg de kunstuitleen gaat privatiseren, wat een aderlating betekent voor het museum het Kruithuis [financieel en qua bezoekers aantal]
 3. Positief element is dat het Rijk de gebouwen van de provinciale griffie in de Waterstraat voor ruim 5 miljoen gulden [ € 2.270.000] aan de Provincie Noord-Brabant heeft verkocht met als verplichting ze te bestemmen voor het NbM. De percelen, te weten de griffie, de statenzaal en de dienstwoning beslaan 30.000 m² ! Hoogbergen concludeert dat dergelijk elementen een fantastische opsteker moeten zijn voor nieuw beleid en voor herziening van eenmaal ingenomen standpunten… 
Kunstencluster
De voormalige fabriek van Verkade aan de Boschdijkstraat/hoek Veemarktweg is bestemd voor Theater Bis, filmhuis Jeroen [3 zalen], de Wetten van Kepler, theaterschool Picos en het productiehuis Brabant.
‘ Doordat de architect van het kunstencluster - ir.Hubert-Jan Henket- de sfeer van de oude koekjesfabriek wil combineren met een nieuw –uit veel glas opgetrokken - deel aan de Veemarktweg, moet dat ontwerp de harten van veel Bosschenaren sneller doen kloppen..’ .
Maar schrijft Hoogbergen: ‘ De meeste indruk maakt de geslaagde samenwerking in organisatorische zin van vijf kleinschalige culturele organisaties.Al deze organisaties profiteren niet alleen op de op eigen maat toegesneden ruimtes voor hun specifieke activiteiten, maar ook van voorzieningen die zij gemeenschappelijk gebruiken.’
Behalve besparing van kosten, de synergie en wederzijdse prikkeling, biedt ‘…niet op de laatste plaats een dergelijk gebouw betere service aan de bezoekers.’
Aan deze vernieuwbouw stelde de gemeenteraad een grens van 30 miljoen gulden en een jaarlijks exploitatietekort van drie ton boven de huidige subsidies.In juni 2004 kunnen wij de oplevering van het nieuwe kunstencentrum tegemoet zien,’ besluit Hoogbergen dit hoofdstuk.

Jeroen Boschcentrum

Van het kunstencluster stapt de auteur over naar het Jeroen Boschcentrum dat ‘…..de gemoederen al jaren bezighoudt en een debat over belangrijker zaken frustreert.

In dit aspect toont zich de ergerlijke verdeeldheid tussen professionele organisaties,’ aldus schriiver.De stichting [o.l.v. oud- KPN-er Wim Dik en met mr.Ton Frenken als geestelijke vader] heeft als doel ‘…..op professionele wijze de digitale presentatie van de meesterwerken van stadgenoot Jeroen Bosch voor een breed publiek te realiseren.
Bovendien beogen de initiatiefnemers een studieuze werkplaats annex bibliotheek aan dit centrum te verbinden.’ 
Hoogbergen vervolgt: Naar slecht Nederlands gebruik is er een duur rapport verschenen, dat over opzet en haalbaarheid overwegend negatieve geluiden laat horen.

De uitkomsten van het onderzoeksrapport:-als zelfstandig centrum: twijfelachtig
-de praktische realisering van een virtuele presentatie is onzeker
-het centrum is geen specifieke bezienswaardigheid
-jaarlijks exploitatietekort van bijna € 700.000.Daar bovenop spelen de investering van 6 miljoen voor aankoop van een pand én de overdreven schatting van 30.000 bezoekers per jaar nog een grote rol.

Persoonlijke noot
Na de criteria markant te hebben neergezet volgt duidelijk de mening van de auteur, wiens inbreng in vele echelons merkbaar is…
‘De onderzoekers kunnen niet anders dan concluderen dat huisvesting in een bestaande organisatie geboden is. Maar zij verzuimen het NbM als de enig juiste en optimale locatie aan te wijzen.
Hoogbergen haalt als argumenten aan voor keuze van het NbM:De aanwezigheid van:
-de professionele infrastructuur
- de deskundigheid
- administratie én organisatie

 van molensteen bevrijd
In zijn stijl voegt hij er nog aan toe, dat het NbM een gemotiveerde directie heeft, die eigentijdse ontwikkelingen volgt en het besef heeft van de cultuurhistorisch waarden van de stad.
Zijn pleidooi voor een locatiekeuze NbM eindigt met: Goedkoper, continuïteit verzekerd, de synergie van museale activiteiten én de stad is verlost van een financiële molensteen.
Zoals andere grote uitgaven bekritiseerd worden, stelt Hoogbergen ook in dit gelijksoortige geval, dat met de beoogde onterechte dure investering kunstbevordering voor brede lagen van de bevolking [Hambaken, Graafsewijk en Muntel] wordt geblokkeerd.’Jeroen BoschatelierZijn betoog rondt Hoogbergen af met een korte bijdragen over het Jeroen Bosch Atelier dat in 1985 een expositie organiseerde van kleuren facsimiles van alle werken van Bosch op ware grootte. Het systeem van fotografische vastlegging was bedacht door de Gentse hoogleraar prof. A. Dierick.

De Stichting Jeroen Bosch atelier breidde de collectie uit tot 40 panelen en exposeerde ze in de Moriaan en de Orangerie. Die uitbreiding én de schade die de panelen tijdens die exposities opliepen werd met subsidie van de gemeente hersteld.
Ook dit initiatief verdient ondersteuning en continuïteit, ‘ aldus de vaste redacteur van Bossche Bladen.De epiloog
‘ Bestuurders behalen soms een groter eer dan heroverweging van beslissingen die even zovele voorgangers in volstrekt andere omstandigheden hebben genomen.

Een plaatselijke overheid verliest voor jaren alle prestige omdat zij bij volharding blijk geeft uitsluitend regie te willen voeren op basis van volstrekt achterhaalde standpunten.’
Hoogbergen richt zich tot de ambtelijke bestuurders en de leiding van organisaties met een oproep:
‘ Maak een nieuwe start die ook voor een verre toekomst blijvend ruime financiële mogelijkheden schept voor kunst en kunstbeleving.'


Terug naar boven