Kikkerexpo van de Oetels bij 40 jaar Oetelkonzert

Printerversie
Gepubliceerd op: 06-02-2004 Vrijdagmiddag 6 februari 2004 werd door wethouder voor Cultuur Roderik van de Mortel de ‘Salon d’Oetel’ in het Noordbrabants Museum geopend. 
De expositie gebeurt tgv 40 jaar Oetelkonzert. Er zijn 550 kikkers geselecteerd uit een aanbod van duizenden kikkers in alle
formaten, uitvoeringen, en materialen : serieuze en ludieke functionele en artistieke, grote en kleine kikkers als broche als klok of als speld, als pot, sieraad, op doek, in zilver of koper, van hout, steen kristal of keramiek..

Een schilderij met de Oetels.  'De portretten' poseren voor Willy's Bonte Palet in de Hinthamerstraat. Het logo van het Oetelkonzert dat tijdens de expo voor het Noordbrabants Museum staat.

foto' s © paul kriele, 6 februari 2004.

 

Directeur Jan van Laarhoeven hield een komische voordracht over de ontstaansgeschiedenis van de kikker en verwees ook nog even naar wijlen Domien van Gent, professor in de kikkerkunde. De enige echte kikker is de breedbekkikker en die woont.. in Oeteldonk. Maar ja, daar moet je nu eenmaal een grote bek hebben om te kunnen overleven, aldus Van Laarhoven die noch de gemeenteraad noch de wethouder voor Cultuur spaarde.

Van de Mortel verrichtte zoals hij zei, de opening uit respect voor de Herremenie, de enige die echte carnavalsmuziek speelt, uit respect voor directeur NbM Jan van Laarhoven die het Museum terug aan de stad heeft gegeven, uit respect voor de Oetels vanwege de humor en de konzerten en uit respect voor de relatie van de Oetels en de Bambergers, want het is een Bamberger die de opening mag verrichten, aldus de kleur bekennende wethouder… . Door een cd met daarop kwakende kikkers aan te zetten was de expositie geopend. Die loopt tot 29 februari 2004, maar is met carnaval gesloten

-Rechts een kikker[pot] van keramiek.
-Rechts boven: Midden het affiche van Salon.
-Boven:  Oeteldonks landschap, wellicht een Bossche Broek-tafereel.

foto' s © paul kriele, 6 februari 2004.  

Toespraak Jan van Laarhoven  [uit het Oetels vertaald in beschaafd Bosch !]
De directeur van het Noordbrabants Museum [NbM] zei in zijn voorwoord:
Eigenlijk had niet ik hier moeten staan, maar er was niemand anders die het wilde doen en de financiële tegemoetkoming was zodanig lucratief dat ik het, in het licht van mijn vakantieplannen, niet kon permitteren 'nee' te zeggen.
In de voorbereiding hebben de Oetels en ik druk geaffesseerd en diep nagedacht wie het best geschikt was, want ge begrijpt dat in dat eerste stadium ik me eige niet naar voren kon schuiven, dat ligt niet in mijn aard.
Leden van het koninklijk huis, daar dachten we als eerste aan. Met name Maxima, die als enige lid van het Koninklijke Huis, beneden de rivieren geboren is. Maar ze kon niet weg omdat ze voor d'r eigeste dikkupke moest zorgen.
Huishoudster Hendrien

Zelfs de minister-president van Oeteldonk is aangesproken, maar die liet via de secretaresse van zijn secretaresse weten dat ie voor diejen onzin gin tijd had. Daarop vroeg ik belet aan bij den Peer om hem te verzoeken eens over zijn hart te strijken en zijn huishoudster Hendrien uit te lenen aan het NbM, de schatkamer van Oeteldonk en den weijen omtrek, en enigste parel in de hertogskroon.

Den Peer gaf, na drie flessen cognac en een fles Jägermeister toestemming om Hendrien te gaan bezoeken, maar niet langer dan een kwartierke. Dus ik stapte gauw naar Hunkemöller om een paar fraaie lingerietjes te kopen want ge moet die vrouwkes weten te verwennen. Den Peer bleek een jaloerse mens te zijn die niet veel kon leijen. Toen Hendrien bezig was met haar derde lingerietje te showen, was het voor den Peer genoeg geweest. Ik kon oprotten. 'Ga jij maar terug naar jouw ouwe rommel,' zei den Peer. Het eind van 't liedje was dat Hendrien niet mocht komen. 
Domien van Gent
Ik ben eigenlijk een groot kenner van de Oeteldonkse kikkerkunde. Hoe dat komt? Dat heeft te maken met mijn vriendschap met Domien van Gent in de vorige eeuw. Domien, wezenlijk waar, is een grote kikkerdeskundige die niet voor niks zijn eigen tot professor in de kikkerkunde had benoemd omdat niemand anders het wou doen. Niet alleen sprak hij de taal perfect en kwekte er wat op los. Hij kon ook uren stil vooruit zitten te kijken krèk als een kikker die een vlieg wil vangen.
Domien was als het ware de Daila Lama van Oeteldonk en we wachten nog steeds hoopvol op zijn reïncarnatie.

kikkerhistorie [vervolg toespraak Van Laarhoven]
De geschiedenis van de kikker begint waarschijnlijk op de zesde dag van de schepping. In ieder geval vóór Adam en Eva. Er zijn zelfs beroemde bijbelgeleerden die denken dat Eva niet is verleid door een slang maar door een kikkervors die zich had verkleed als slang. Daarom heeft Jeroen Bosch ook zoveel kikkers geschilderd.
Toen Nowee in de ark zat, werd ie zo kwaad op de kikvorschen dat ie ze tijdens de zondvloed overboord zette om ze te verzuipen. Terwijl alle dinosauriërs en mammoeten verzopen, feestten de kikkers er lustig op los, alsof de hele wereld van hen was. Die zondvloed duurde veertig jaar. Aan het eind ervan waren zelfs de vissen verdronken, maar de kikvorschen, die ook lucht konden happen, hadden leren zwemmen. Toen het opgehouden was met regenen kropen die kikvorschen, waarvan er toen wel 100.000.000 waren, alle kanten op.
Toen Hannibal koning werd van Babylonië liet hij er 10.0000 vangen en opsluiten in de toren van Babel. Dat werd een gekwèk van jewelste. Dat noemde ze in de bijbel: spraakverwarring, maar dat was gewoon gekwèk.
Wil je echt weten wat een spraakverwarring is, dan moet je een keer naar de gemeenteraad in Oeteldonk komen luisteren....
Na het vertrek van de Romeinen begon de grote volksverhuizing. Alle kikkers van het zuiden zakten de Rijn af op zoek naar een goede vestigingsplaats.
Op een dag kwamen ze bij het enige moeras in de wereld waar het stonk naar peejen-stamp. Daar wilden ze allemaal blijven zitten. En als ze droog wilde zitten klommen ze op de enige zandheuvel in de buurt. Dat was Oeteldonk. 
Nu denkt u dat een Oetel een kikvorsch is. Dat is een misvatting, maar om dat uit te leggen is aan jullie niet besteed.
Al snel ontwikkelde zich op den Oeteldonk een speciaal soort kikker: de breed-bek-kikker. Want pas met een grote bèk kon je in Oeteldonk overleven. Dat was de zogenaamde survival, ofwel the fittist. Het is goed dat te weten want het gaat nog steeds zo door.
In de 16e eeuw waren er kikkers die zoveel op mensen begonnen te lijken dat ze schatrijk werden en den hele omtrek opkochten. Dat waren de Rijkevorsels. Die familie had in haar wapen drie kikvorschen. Daaronder stond de wapenspreuk: 'Ik ritsel en kom boven.' Die spreuk is later overgenomen door het stadsbestuur, maar die drukt hem tegenwoordig niet meer af..
Familie Gras
Het is dan ook goed en rechtvaardig dat er eindelijk in het Noordbrabants Museum een expositie wordt gehouden van alle soorten kikkers. Die expositie is samengesteld door Rudolf Gras. Wat heeft nou die Gras met die kikkers te maken? Dan verwijs ik u naar het bekende lied uit de 17e eeuw:

In 't gras,' t groene gras,
zaten zeven kikkers,
Toen kwam ridder Rudolf voorbij
die stopte ze in den balkenbrei.

Uit dat lied blijkt dat de familie Gras al vroeg onderdak bood aan de kikker, waarschijnlijk om ze op te vreten.
En dan geef ik nu graag het woord aan Roderik van de Mortel, wethouder van Oeteldonk als het geen carnaval is, en net als ik een groot kenner van taal en gewoonten van de Oeteldonkse breed-bek-kikker in al zijn verschijnselen,' aldus gastheer Jan van Laarhoven.  

-Hierboven rechts: Wil Scholten, Eugène Pannebakker en rechts Jan Hopman kijken toe bij het schilderij met de Oetels.
-Boven: Een thermometer en een xylofoon met kikkers versierd en -Rechts een vitrine met kikkervariaties
.

foto' s © paul kriele, 6 februari 2004. 






Terug naar boven