Stoofstraat bijna klaar

Printerversie
Gepubliceerd op: 30-03-2009 | Gewijzigd op: 04-08-2017
Inhoud
-de bouwsitiuatie
-Oud-bewoner Wim van Hoek [Stoofstraat nr. 5] vertelt over de jaren 1924-1935
------------------------------

Vroeger- in de 20ste eeuw -was de Stoofstraat een woonstraat met een enkele neringdoende, zoals een kapper, schoenmaker en een meubelfabriekje.
Later in de jaren 50-60 raakte de straat verloederd mede door enkele huizen van plezier [House of Lords op nrs. [3-5].
In 2003-2004 maakte de straat opnieuw een inzinking door vanwege enkele wietkwekers en gekraakte panden op de nrs. 3/5 en 7/9.
Daarbovenop kwam ook nog dat in 2004 de bouwplannen van Aannemer Drijvers door ambtelijke complicaties tot 2006 vertraagd raakten.
Recentelijk keerde na een opknapbeurt de verloederde straat terug als intieme winkelstraat met sfeervolle restaurantjes en galerieën.

De Stoofstraat heeft weken opgebroken gelegen, maar begin april 2009 is de straat weer toegankelijk.

foto's © paul kriele, 30 maart 2009.


Terugblik op Stoofstraat jaren 30 vorige eeuw

Rechts: Het markante hoekpand met de Snellestraat met- al vanouds -daarin een kapsalon gevestigd.
Boven rechts: Ook markant was het House of Lords nrs.3-5 dat in 2003 gekraakt werd en in 2006 gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw.

foto's © gerard monté [l] en paul kriele [r], 12 mei 2004.

Boven: Op diezelfde plek staat nu het  Spaans getint restaurant
Danza.
foto © paul kriele, 23 september 2008.


 


Verteller Wim van Hoek
Wim van Hoek is opgeroeid in de Stoofstraat, waar in de jaren 1924-1935 nog nauwelijks winkels waren, muv een schoenmaker, een kapper en een edelsmid.

foto © paul kriele, 30 maart 2009.

Wim van Hoek is geboren in de Stoofstraat op 9 juni 1924, waar hij tot zijn elfde [1935] heeft gewoond, vader was kleermaker in dienst van de Godshuizen en werkte ‘op Voorburg’.
In zijn ambtelijke leven kwam hij, dankzij bemiddeling van de fraters in augustus 1942 bij de verzekeringsmaatschappij ‘De Groote Bossche’ in dienst. Het salaris bedroeg 15 gulden in de maand. In een sollicitatiegesprek raakte de directeur Van der Does de Willebois onder de indruk van Van Hoeks diploma. Van der Does: ’Oh ik zie dat u op uw cijferlijst een tien voor boekhouden heeft. Dan gaat u maar meteen naar de afdeling Boekhouding en.. u ontvang geen 15 maar 20 gulden in de maand.’
Van Hoek: ’In de oorlogsjaren heb ik er ook een Ausweiss gekregen, omdat ik bij een zogenaamd ‘sociale instelling’ werkte. Die gaven het personeel vrijwaring van te werkstelling in Duitsland.‘
Kort erop in 1945 is hij, dankzij de tussenkomst van Wim Kersten, de vader van de schoenenman en zanger Wim Kersten, overgestapt naar Justitie, waar hij 45 jaar als waarnemend-griffier werkzaam was.
In dat jaar was het kort geleden dat het Paleis van Justitie aan de Spinhuiswal aan de voorzijde was afgebrand. De kantoren, die aan die zijde lagen, werden tijdelijk verplaatst naar de er achter gelegen zittingzalen, die daartoe moesten worden heringericht.
Van Hoek heeft zich bij de meervoudige strafkamer tot referendaris opgewerkt. ’Ik kan geen interessanter beroep bedenken. Je hebt er inzage in een heel veel zaken, waar andere mensen nooit bij kunnen komen. Kijk, geheimhouding is een van onze plichten. Het maakte wel, dat ik mijn positie een van de interessantste werkkringen heb gevonden.’

Indrukken van de Stoofstraat
Wim van Hoek heeft 1924-1935 in de Stoofstraat gewoond. Hij kent er nog huis voor huis en de bijbehorende bewoners. Zelf woonde het ouderlijk gezin van Hoek in het grote pand nummer 3, dat later - in de jaren 60- bekend zou worden als ‘House of Lords’. In dat pand waren in het begin tot medio vorige eeuw twee kleinere woningen op de begane grond en twee grotere woningen op de bovenetages gevestigd. Feitelijk was het opgedeeld in een linker en een rechter deel, met elk een eigen voordeur en opgang, resp. nummer 3 en nummer 5.
In oude Bossche boekjes staat het uit 1621 daterende pand nr. 3 en 5 beschreven onder de naam ‘De Gulden Cartouw’.
In dit pand was, voordat het tot woonhuis diende, een meubelfabriekje gevestigd. Pas daarna kwamen er die vier woningen in, maar er heeft op de gevel in grote letters ‘Meubelfabriek’ gestaan en ik ben achter oude verflagen ook nog iets daarvan tegengekomen, herinnert Van Hoek zich.
Van Hoek kan soms erg gedetailleerd, niet alleen de namen van de bewoners terughalen, hij noemt daarbij ook de beroepen en soms hun eigenaardigheden.
De verteller begint in het huis waarin hij opgroeide: Goosen en Burgerhof beneden en op de bovenetages vader en moeder Van Hoek-Laanen met -toen nog 5 kinderen aan de ene kant en de familie Brands aan de andere kant van de trap. Opa Laanen heeft ook nog jaren bij ons in gewoond. Moeders ouderlijk huis stond in de Postelstraat 29/31. Een muursteen herinnert aan de oude naam: De Drie Slootels.
Een van de ernaast gelegen panden van dat topgevelhuisje is later de vergaderzaal van de NSB geworden.


Enkele pandjes om de hoek met de Stoofstraat, te weten Postelstraat 35 [linker foto] en teruggaand naar 21 en 29 [rechter foto].
In het pandje met de halsgevel zit boven de winkelpui de muursteen van 'De Drie Slootels'. Het is het ouderlijk huis van moeder Laanen, wier vader sigarenmaker was..
foto's © paul kriele, 30 maart 2009.

Schoenmakers, edelsmid, meubelmakerij  en cafés
Op nummer 1, net tegen de hoek met de Snellestraat, had Van Gemert zijn schoenmakerij. Op die hoek herinner ik mij de lakenwinkel van Van Duijnen en verder als bewoners: Huubke Morsselaar en Aartje Wolfert, die eigenlijk al tot ‘de Snellestraat ‘behoorden. In de Stoofstraat zat nog een schoenmaker Bakx.
Op het adres Stoofstraat 7 was in mijn tijd het cafeetje van Vollebergh [ook gespeld als Van den Wolleberg], die later naar de Markt verhuisde. Markt 61, links naast Hotel Central, werd achtereenvolgens bekend onder de naam Trianon, Suisse en tot slot het vrij- gevochte en soms beruchte- café Le Perroquet. De bazin daarvan ‘Vrouwke Peperwortel’genoemd, bleek een mannetjesputter te zijn. Bij ruzies wist zij de partijen met een biljartkeu uit elkaar te slaan.

Meer in onze tijd kreeg die zaak in de Stoofstraat bekendheid als Café ‘De Stoof’ van Van der Heijden.
Het volgende perceel was een poort voor de autostalling van Herwijnen. Dan - wat nu een open plaats is- was het woonhuis van Lensen, de voorouders van de meubelzaak Lensen [voorheen in de Vughterstraat].
Op de hoek en dan zitten we al in de Postelstraat, stond het grote pand van de stoffenhandel van De Winter, de voorouders van moeders kant van Onno Hoes.

Volgens Van Hoek is de straat één grote bende geworden en dan spreek ik over de tijd van de prostitutie, toen het huis waarin wij woonden, bekend raakte als ‘House of Lords’, en waar nog ooit iemand is vermoord.

Nu gaan we naar de overkant de even nummers: op nummer 2 op de hoek kapper Van der Zande. Op de etages –nummer 4 - woonden de familie Van den Hoek, de weduwe Van den Hoek en F. van der Zande.
Er naast- op nummer 6 - had Peperkamp zijn kaaswinkeltje Nu is het café ‘Voltaire’.

Het volgende huis- nummer 8 - werd bewoond door de Van Lieshouts, de glazenwassers. Maar de twee broers lagen met elkaar overhoop over de naam van hun bedrijf. De ene Jan noemde zich ‘De Lelie’ en diens broer A.van Lieshout in de Karrenstraat 8, deed dat ook. Die ruzie was al zo hoog opgelopen dat er zelfs - letterlijk - met stront werd gegooid. Uiteindelijk is Jan zijn Schoonmaakbedrijf ‘St. Cathrien’ gaan noemen.

Nummer 10: Bakx de schoenmaker, was een gesloten huis. In dat pand woonden volgens de adresboekjes ook nog Dumoulin en de kleermaker Wim Leenders, die naar de Snellestraat is verhuisd.
Het volgende huis op nr. 12 werd door een Joodse familie bewoond die nogal vrij teruggetrokken leefde. Het adresboekje uit 1927 meldt de familie Klardie op dit perceel, maar Van Hoek is daar niet zo zekere van.

Op nummer 16 woonde de familie Van der Biezen, die veel kinderen hadden.
Met het overslaan van twee nummers komt Van Hoek uit op nummer 22. Gezien de privacy kunnen we er niet veel over zeggen, dan alleen dat het een NSB-er was die Wim in de tijd dat hij in Leiden op vakantie ging, eens tegenkwam. Deze NN bleek in de jaren kort na de oorlog ondergedoken te zitten boven een fietsenwerkplaats in Leiden.
In Den Bosch hebben ze die NSB-er, om zijn Duitse sympathie, nog eens te grazen gehad door hem aan een touw op zijn kop boven het kanaal te laten bengelen en hem dwongen ‘Leve de Koningin’ te roepen.

Dat huis zat zo’n beetje tegen de achteruitgang van Goosen en Swagerman aan. Dan volgt op 24 het bedrijf van De Leeuw en Gieliam, Het was een oudere man die het vak van edelsmid uitoefende.

Als we dan de Stoofstraat uitkomen in de richting van de Postelstraat, lopen tegen een rijtje gevels aan. Links naast het Lamstraatje, in het tweede pand van de hoek, oefende de Italiaan Angelo Indri het beroep van terrazzowerker uit. Dan op de hoek met het steegje de smid Ebben en aan de andere kant van het straatje schoenmaker De Groot. Daarnaast zat de luxe bakkerij van Van Hoof en dan de familie Rek [later ‘t Kappertje] en dan het pand met die medaillons.
In de Munt woonde de griffier mr. De Kuijper. Deze jonkheer, die ik goed heb gekend, was griffier van het gerechtshof.

Cathrienschool
Van Hoek ging van zijn zesde tot zijn twaalfde naar de lagere school van de parochie St. Cathrien. Het hoofd van de school – De Laat – noemde zijn school deftig: ‘School aan de Parklaan’, terwijl het een heel armoedig gebouw was. Daar zaten ook jongens op van de volksbuurt Beurdsestraat en Weversplaats.
Het was een erg verouderde school, die eigenlijk afgebroken had moeten worden, en zo ouderwets dat bij schemering de frater nog de gaskousjes in de lampen aanstak… .

In onze straat speelden ook de jongens van de Vughterdijk. In het complex van de zusters in de Postelstraat stond aan de ene kant de meisjesscholen van de zusters en links daarnaast het rectorshuis. Op de speelplaats heb ik nog fietsen geleerd. In de vakanties huurden wij bij het wikkelbedrijf Peeters in de Snellestraat voor een dubbeltje per morgen een stepje met luchtbanden. In mijn kinderjaren heb ik ooit een houten stepje gereden Dat was al een hele luxe want aan het stuur zaten wijzers die je uit kon klappen.
Ik gebruikte het ding meestal om bij de bakker en de groenteboer boodschappen te gaan doen. Het enige vervelende van dat stepje was de standaard, die met pinnen uitstak. Mijn broer heeft er zich wel eens zijn enkels aan bezeerd.

Tegenover de zusters, in dat huisje met dat topgeveltje, woonden mijn opa en oma. Dat geboortehuis van moeder Laanen heeft zo’n verhoogde gevel en op de gevelsteen staat ‘De Drie Slootels’.

Sigarenfabriek Houtman op de Westwal
Opa was sigarenmaker bij Houtman op de Westwal. Hij moet in zijn vak een hele kundige man geweest zijn, want ik heb eens op zolder een luxe doos met model-sigaren gevonden.
Op het laatst zag opa zo slecht dat ie zelfs een auto niet meer zag aankomen en op zijn oude dag bijna werd overreden. Ik was net in de straat aan het spelen, toen ik keihard hoorde remmen en plots sprong van achter die auto lachend opa te voorschijn.
Opa Laanen heeft in het oude mannen- en vrouwengesticht, zo noemden ze dat bejaardenhuis op de hoek St .Josefstraat/Hinthamerstraat, zijn oude dag doorgebracht. De mannen en vrouwen verbleven daar gescheiden van elkaar.
Mijn ouders waren over de behandeling in dat Leonardusgesticht niet zo tevreden.'

Het gezin Van Hoek is na de geboorte van het vijfde kind -er zouden er nog vijf volgen- naar de Van Paasschenstraat verhuisd en later nog eens naar de Voltastraat op West. Wim van Hoek is in zijn trouwen in 1955 in de Karel de Stoutestraat gaan wonen. Zijn vrouw is inmiddels overleden.



Terug naar boven